ALS JE JE RICHT OP ONDERLIGGENDE MECHANISMEN IS ER VEEL MOGELIJK

Hoe help je mensen met kanker in je praktijk?

Door: Ria Teeuw

Erik Schut.

Omdat ze de indruk hadden gekregen dat veel therapeuten een beetje huiverig zijn om kankerpatiënten te behandelen, kwamen psycho-neuro-immunoloog Erik Schut en oncoloog/osteopaat Patrick Rodrigus op het idee om een workshop te geven. Ze wilden duidelijk maken dat er heel veel is wat je als therapeut kunt doen zonder dat je de reguliere behandeling verstoort. Aanvankelijk gaven ze de workshop voor osteopaten. In het najaar en begin 2017 verzorgden ze deze ook als studiedag voor VitEducatief met als titel: ‘De oncologische patiënt in de praktijk’.

Beiden onderbouwden op verschillende manieren hun overtuiging dat je als complementair werkend zorgverlener veel winst kunt behalen bij mensen met kanker. Uitgebreid gingen ze in op de factoren waardoor de ziekte ontstaat ofwel de onderliggende mechanismen, zoals Erik Schut deze noemde. Daarmee bakende hij meteen helder het terrein af waarbinnen je als zorgverlener kunt werken. Hij benadrukte dat gebrek aan beweging het grootste gezondheidsprobleem is van deze tijd. Andere zijn roken, alcohol- en suikerconsumptie. Ze liggen aan de basis van chronische ziekten en ook van kanker. Eigenlijk zou dit ondertussen voor veel mensen een grote open deur moeten zijn. Helaas… bij veel mensen is nog altijd niet doorgedrongen hoe groot de invloed van hun leefstijl is op hun gezondheid. Ook al probeert de overheid daar met voorlichting wat aan te doen en heeft de populaire professor Erik Scherder in ‘De Wereld Draait Door’ al een paar keer verkondigd dat je je hersens vooral ‘niet moet laten zitten’.

Invalshoeken
Er valt voor complementaire zorgverleners dus ook op het gebied van bewustmaken nog een heleboel werk te verzetten. Gedegen achtergrondkennis helpt daarbij. Daarom gaf Patrick Rodrigus de deelnemers inzicht in de cellulaire processen en de DNA-mutaties die een rol spelen bij kanker.
Erik Schut prikkelde de deelnemers met ietwat ‘andere’ dan de gebruikelijke invalshoeken. “Kanker kan pas effectief worden behandeld als wordt ingezien dat het een metabole ziekte is”, was een van zijn stellingen. Een andere was dat omgevingsfactoren belangrijker zijn dan genetische bij het ontstaan. “Als je bijvoorbeeld aanleg hebt voor diabetes en je zorgt voor goede voeding en voldoende lichaamsbeweging, dan hoeft die aanleg niet tot ontwikkeling te komen. Voor kanker gelden dezelfde principes”, legde hij uit.

Patrick Rodrigus.

Antropogene factoren
Wat het wel gecompliceerd maakt, is het multifactoriële karakter ervan. Om dat uit te leggen, maakte hij een vergelijking met longontsteking. Hoewel die natuurlijk ook erg is, ligt het daarbij toch eenvoudiger: “Je gaat namelijk uit van één probleem, één bacterie en één medicijn: antibiotica. Bij kanker heb je te maken met genetische maar ook met epigenetische en antropogene factoren. In onze maatschappij is er altijd voedsel voorhanden, als het buiten koud is brandt de kachel en we hebben tegenwoordig voor alles en nog wat afstandsbedieningen zodat we niet meer uit onze stoel hoeven te komen. Onze fysiologie komt daardoor onder druk te staan en ons lichaam moet harder werken om een gezonde balans te handhaven. Het gevolg: laaggradige ontstekingen, waardoor het lichaam de beschikbare energie anders moet verdelen. Een belangrijk hulpmiddel bij dat laatste is insuline, omdat die de bloedsuikerspiegel op een voldoende laag peil houdt. Als het lichaam dat hormoon vaak en in grote hoeveelheden moet inzetten, worden steeds meer delen van het lichaam insulineresistent en raakt de pancreas overbelast.”

Veelbelovende onderzoeken
“Continu met te hoge insulinespiegels rondlopen is dus een belangrijke risicofactor, let daarop!” waarschuwde hij. “Er zijn veelbelovende onderzoeken die uitwijzen dat er gunstige effecten optreden als je erin slaagt de bloedsuikerspiegel blijvend te verlagen. Een van de manieren om dat te bereiken is intermitterend vasten. Bijvoorbeeld tweemaal per week een dag maar één maaltijd nuttigen. Een advies dat je uiteraard niet geeft aan mensen met ondergewicht.”

Meebewegen
Van een andere orde, maar ook heel belangrijk als je kankerpatiënten behandelt, is dat je de zoektocht van iemand met kanker respecteert en stimuleert. “Vermijd daarbij dat jij voor hen gaat zoeken, laat ze dat zelf doen”, benadrukte hij. “In mijn praktijk vraag ik altijd of iemand een plan heeft. Krijg ik het antwoord dat ze vertrouwen hebben in een bepaalde behandeling, dan zal ik ze nooit adviseren in plaats daarvan iets anders te gaan doen. Stel, iemand heeft het over mindfulness en ik zou daar helemaal niets in zien, dan laat ik dat niet blijken. Hooguit opper ik nog een paar andere suggesties. Ik blijf altijd meebewegen en geef ze de informatie die ze nodig hebben. De reden is dat zelf keuzes maken essentieel is voor het verdere verloop van de ziekte. De patiënt blijft daardoor gemotiveerd. Het gaat ook om het gevoel van controle dat iemand heeft over zijn of haar ziekteproces. Je denkt hierbij misschien al snel aan het placebo-effect, het idee dat als je in iets gelooft je de kans vergroot dat het werkelijkheid wordt. Maar ik vermoed dat het anders ligt: niet alleen het gevoel en het idee van die eigen controle heeft een goede invloed op de prognose, maar het feit dat iemand die controle ook daadwerkelijk hééft.”

Interessegebied
Na de workshop was Erik Schut bereid nog wat na te praten. Op de vraag wat dit onderwerp voor hemzelf betekent, antwoordde hij: “Mijn grote interessegebied is hoe chronische ziektebeelden ontstaan. En kanker ligt in het verlengde daarvan. Er is een grote overlap tussen de oorzaken van chronische ziekten en kanker. Daarom adviseer ik complementair werkende therapeuten om te focussen op hoe je de cliënt fit krijgt en te kijken naar klachten die niet direct verband met de ziekte lijken te hebben. Denk bijvoorbeeld ook aan pijn, angst en depressie, daar hebben we immers mooie therapieën en middelen voor.”

< Terug