Voedingsstoffen voor een gezonde spijsvertering en goede darmwerking

Een goede werking van de spijsverteringsorganen is van levensbelang voor ons lichaam. De juiste vertering van ingenomen voedsel levert niet alleen de benodigde energie om het lichaam te laten functioneren, maar ook talloze hulp- en bouwstoffen die nodig zijn om onderhouds- en herstelprocessen in het lichaam goed te laten verlopen. Bij veel mensen verloopt de spijsvertering echter niet vlekkeloos: ze kunnen in meer of mindere mate last hebben van klachten als een opgeblazen gevoel na een maaltijd, maagpijn, misselijkheid, brandend gevoel in de maag, zure oprispingen, onvolledige vertering, obstipatie of juist diarree, buikpijn of buikkrampen. Deze klachten kunnen het gevolg zijn van diverse spijsverteringsaandoeningen, waarvan dyspepsie (indigestie), gastritis, chronische darmontstekingen, zoals colitis ulcerosa en ziekte van Crohn, en het prikkelbare darm syndroom (PDS) de bekendste zijn. In Nederland hebben ongeveer 80.000 mensen chronische darmontsteking en circa 15-20% van de vrouwen en 5-20% van de mannen heeft PDS.
Ook uit het medicijngebruik blijkt de omvang van de spijsverteringsproblematiek. In 2019 stond de maagzuurremmer omeprazol met 1,34 miljoen gebruikers op de eerste plaats in de top 10 van geneesmiddelen met de meeste gebruikers. Middelen voor een betere darmwerking (macrogol e.a.) stonden op plaats 2 (1,21 miljoen gebruikers), gevolgd door de maagzuurremmer pantoprazol op de derde plaats (1,19 miljoen gebruikers).
Naast reguliere medicatie, met soms onaangename en ongewenste bijwerkingen, is er een groeiend arsenaal aan kruiden en andere nutriënten beschikbaar, waarvan in onderzoeken gunstige effecten op het spijsverteringskanaal zijn gevonden.

Zoethout
Zoethout (Glycyrrhiza Glabra L.) is een plant die van oorsprong voorkomt in het gebied rond de Middellandse Zee en het westen van Azië. In de oudheid werd zoethout al geadviseerd als middel tegen hoest en verkoudheden. Sinds de tweede helft van de 18e eeuw is zoethout ook bekend als belangrijk bestanddeel van drop. In de afgelopen eeuw is een gunstig effect van zoethout extract bij maagzweren vastgesteld.
De belangrijkste werkzame bestanddelen van zoethout zijn triterpene saponinen, flavonoïden, bitterstoffen en fytosterolen. De maagversterkende en spijsverterings-bevorderende eigenschappen worden in belangrijke mate toegeschreven aan de in zoethout aanwezige bitterstoffen. Van de zoethout-flavonoïde licochalcone A is vastgesteld dat het een krachtige antioxidant en ontstekingsremmer is en de proliferatie van kankercellen kan remmen. Zo is in een Chinees onderzoek gevonden dat licochalcone A in-vitro de groei van maagkankercellen remt door de celcyclus te stoppen en apoptose te stimuleren.
Uit een recente review van 93 studies blijkt dat zoethout extract ten minste 13 flavonoïden en 3 terpenen met ontstekingsremmende eigenschappen bevat. De belangrijkste werkingsmechanismen zijn het verminderen van TNF-α, prostaglandine E2, matrix metalloproteïnases en vrije radicalen. Deze mechanismen liggen tevens ten grondslag aan de traditionele toepassingen van zoethout extract, zoals het stimuleren van de spijsvertering en het verminderen van hoest.
In een Koreaanse dierstudie is gekeken naar het effect van zoethout extract op colitis ulcerosa (chronische ontsteking van de dikke darm). Van een groep muizen met colitis ulcerosa kreeg een deel zoethout extract en de rest niets extra. De ernst van de colitis werd bepaald aan de hand van de mate van gewichtsvermindering en de lengte van de darm. De muizen die zoethout extract hadden gekregen waren minder gewicht kwijtgeraakt en hadden een langere darm dan de muizen die niets extra hadden gekregen. Daarnaast resulteerde de suppletie van zoethout extract in minder inflammatoire cytokinen en minder schade aan het darmweefsel.
Diverse flavonoïden in zoethout extract blijken ook effectief tegen Helicobacter pylori. De gramnegatieve bacterie H. pylori kan maagzweren en in sommige gevallen zelfs maagkanker veroorzaken. In een Japans onderzoek werd gevonden dat zoethoutflavonoïden ook werkzaam zijn tegen H. pylori-stammen die resistent zijn tegen amoxicilline en claritromycine, twee antibiotica die vaak worden voorgeschreven bij maagzweren.
Een van de werkzame bestanddelen van zoethout extract, de zoetstof glycyrrhizine of glycyrrhizinezuur, beschikt ook over aldosteron-achtige eigenschappen (aldosteron is een bloeddruk regulerend bijnierschorshormoon dat natriumretentie en kaliumuitscheiding bevordert). Langdurig gebruik van zoethout extract zou daardoor kunnen leiden tot hypertensie, hypokaliëmie en waterretentie. Veel voedingssupplementen met zoethout extract bevatten daarom zgn. gedeglycyrrhizineerd zoethout extract (DGL) met een sterk verlaagd gehalte aan glycyrrhizine. Diverse onderzoeken laten zien dat DGL even effectief is als zoethout extract met glycyrrhizine.
DGL blijkt in-vitro uitstekend zuurstofradicalen onschadelijk te maken en bij muizen ontstekingsproducten (o.a. COX-2 en iNOS) als gevolg van een H. pylori-infectie dosis-afhankelijk te verminderen. DGL beperkt tevens significant maagbeschadigingen, gastritis en de vorming van maagtumoren als gevolg van H. pylori. In ander in-vitro onderzoek is vastgesteld dat de ontstekingsremmende werking van zoethout extract niet kan worden toegeschreven aan glycyrrhizine, maar eerder aan bestanddelen als de flavonoïde isoliquiritigenine en de isoflavonoïde glabridine, die ook in DGL aanwezig zijn.
Aan een Indiaas onderzoek namen 50 patiënten met een overgevoelige maag (functionele dyspepsie) deel. De ene helft kreeg tweemaal daags 75 mg van een speciaal DGL-extract, de andere helft een placebo. Na 15 en 30 dagen suppletie waren in de DGL-groep de maagklachten (oprispingen, opgeblazen gevoel, snelle verzadiging, maagpijn, misselijkheid, maagzuur, braken) significant minder dan in de placebogroep. De patiënten in de DGL-groep rapporteerden ook een significante toename van de kwaliteit van leven.

Betaïne HCl
Betaïne hydrochloride (betaïne HCl) is het chloridezout van trimethylglycine. Anders dan trimethylglycine heeft betaïne HCl een zure smaak. Het wordt vooral toegepast bij een verminderde productie van maagzuur. Betaïne HCl kan ook van pas komen bij patiënten met hypochloorhydrie (verminderde productie van maagzuur) als gevolg van het gebruik van bepaalde medicijnen, zoals protonpompremmers (verhogen de pH van maagzuur) of H2-receptorantagonisten (maagzuurremmers). Hypochloorhydrie bemoeilijkt de opname van en blootstelling aan pH-afhankelijke (antikanker)medicijnen. Betaïne HCl blijkt een verhoogde pH van de maag significant te verlagen van pH 5.2 tot pH 0.6 binnen een half uur na inname. Het aanzurende effect (pH < 4.0) hield ruim een uur aan. In een vervolgonderzoek kregen gezonde vrijwilligers met een door een maagzuurremmer verhoogde pH 100 mg van de het medicijn dasatinib (proteïnekinaseremmer, wordt ingezet bij chronische myeloïde leukemie), al dan niet in combinatie met 1.500 mg betaïne HCl. De verhoogde pH verminderde de opname van dasatinib zeer aanzienlijk. Betaïne-suppletie deed dit effect teniet.

Kamille
De aromatische eenjarige plant kamille (Matricaria chamomilla) komt tegenwoordig overal ter wereld voor, behalve in de tropische en arctische streken. De oorsprong van de plant ligt in Zuid- en Oost-Europa, West-Azië, India en Noord-Afrika. De oude Egyptenaren waren al overtuigd van de medicinale eigenschappen van kamille en door de eeuwen heen werd de plant ingezet bij krampen, spijsverteringsproblemen, winderigheid, hoofdpijn, slapeloosheid en vrouwelijke ongemakken. Voor kruidenpreparaten en thee worden de gedroogde bloemhoofdjes met een kort eindje van het steeltje gebruikt. De belangrijkste werkzame bestanddelen van kamille zijn de etherische olie met onder andere de sesquiterpenen chamazuleen en bisabolenen, alfabisabolol, flavonoïden (o.a. quercetine, kaempferol, apigenine), pectineachtige slijmstoffen en bitterstoffen. De anti-inflammatoire en anti-ulceratieve eigenschappen van kamille worden toegeschreven aan onder andere chamazuleen, alfabisabolol en apigenine. De laatste twee stoffen zijn tevens mede-verantwoordelijk voor de spasmolytische eigenschappen. De bitterstoffen bevorderen de spijsvertering en versterken de maag.
Uit een Italiaans in-vitro onderzoek is gebleken dat kamille extract even effectief is als de ontstekingsremmer sulfasalazine in het remmen van de productie van diverse biomarkers van ontstekingsprocessen en lipide peroxidatie. De onderzoekers constateren dat kamille-suppletie zinvol kan zijn bij de preventie en behandeling van colitis ulcerosa bij mensen.
In dieronderzoek is vastgesteld dat kamille extract de maagwand kan beschermen tegen zweervorming als gevolg van blootstelling aan ethanol. Kamille extract verminderde niet alleen het aantal zweren, maar voorkwam ook een daling van de glutathionwaarden, een belangrijke antioxidant van de lever, na de inname van ethanol. Kamille extract zou dus zinvol kunnen zijn bij maagzweren als gevolg van overmatig alcoholgebruik.
In een tweetal studies is het effect van een combinatie van kamille extract en appelpectine op acute diarree bij jonge kinderen (leeftijd 0,5-6 jaar) onderzocht. Na drie dagen gebruik van het preparaat was de frequentie van de stoelgang significant verlaagd en in een van de onderzoeken was de diarree bij 85% van de kinderen geheel gestopt (placebo: 57,5%).

Aloë vera
Aloë vera (Aloe bardadensis Miller) is de bekendste en meest toegepaste van meer dan 400 aloë-soorten. Aloë vera komt oorspronkelijk waarschijnlijk uit de Nijldelta en Soedan. In bijna elke traditionele geneeskunde wordt aloë vera geadviseerd voor spijsverteringsproblemen en huidverzorging. Zo gebruikten de oude Grieken en Romeinen aloë vera bij maagklachten, verstopping, wonden, zonnebrand en jeuk.
De belangrijkste actieve bestanddelen van aloë vera zijn mucopolysachariden (o.a. acemannan en glucomannan), antraquinonglycosiden (vooral aloïne A en B), harsen (aloëresine of aloësine) en bitterstoffen.
In een onderzoek met ratten waarbij kunstmatig colitis was opgewekt is een duidelijk ontstekingsremmend effect van aloë vera-bestanddelen gebleken. Suppletie met aloësine, aloïne of aloë-gel resulteerde in een significante daling van de plasmawaarden van de ontstekingsmediatoren LTB4 (leukotrieen B4) en TNF-α. Aloësine bleek de krachtigste ontstekingsremmer. Bij dieren die dit aloë vera-bestanddeel kregen toegevoegd aan hun voeding daalde de myeloperoxidase (MPO)-activiteit in de darmen met zo’n 40%. De activiteit van het enzym MPO houdt verband met de ernst van colitis.
Aloë vera kan ook een gunstig effect hebben op maagaandoeningen als gevolg van NSAID-gebruik, zo blijkt uit een Thais onderzoek met ratten. Toediening van indomethacine resulteerde in een sterke stijging van het serum TNF-α en de malondialdehyde (MDA)-waarden in de maag (MDA is een marker voor oxidatieve stress) en in matig tot ernstige ontsteking en slijtage van de maagwand. Bij dieren die naast de NSAID tevens aloë vera kregen was de stijging significant minder (TNF-α: 27% vs. 206%; MDA: 53% vs. 438%) en was ook de ernst van de ontstekingen en slijtage minder.
In een Israëlisch dubbelblind onderzoek werd een preparaat bestaande uit aloë vera, stinkende gouwe (Chelidonium majus) en psyllium gedurende vier weken onderzocht bij 35 patiënten met chronische constipatie en getest tegen placebo. De symptomen in de laatste 14 dagen van de studie werden vergeleken met die in de periode van twee weken voorafgaand aan het onderzoek. Daaruit bleek dat in de placebogroep geen verandering in symptomen optrad, terwijl in de behandelde groep de darmmotiliteit toenam, de ontlasting zachter werd en de afhankelijkheid van laxeermiddelen afnam.

Glucomannan
Glucomannan is een wateroplosbare polysacharide, bestaande uit mannose en glucose, die tot de voedingsvezels wordt gerekend. Deze polysacharide komt in hoge concentraties (40-60%) voor in de wortelknol van de konjak (Amorphophallus konjac) een plant die van nature veel voorkomt in zuidoost Azië, met name Japan, China en Indonesië. Glucomannan heeft de hoogste moleculaire massa en de grootste viscositeit van alle bekende voedingsvezels. Bovendien beschikt glucomannan over krachtige hygroscopische eigenschappen: opgelost in warm of koud water (bij pH 4.0-7.0) vormt de vezel een kleverige gel, waarbij tot wel vijftig maal het gewicht in water wordt opgenomen.
Van vezels is bekend dat ze een gunstige invloed kunnen hebben op de samenstelling van de darmmicrobiota en op de stoelgang. Glucomannan in een dosering van 3 g per dag zorgde voor een toename van het aantal ontlastingsmomenten met 3 per week, blijkens een Venezolaans onderzoek met 60 volwassen patiënten. Bij een dosering van 4 g per dag bedroeg de toename 6 per week. Het gebruik van glucomannan leidde niet tot meer diarree of winderigheid.
In een kleinschalig onderzoek kregen 7 personen met constipatie driemaal daags 1,5 g glucomannan. Na drie weken suppletie was de wekelijkse defecatiefrequentie significant toegenomen van 4,1 naar 5,3 en verliep de stoelgang iets gemakkelijker. Bovendien was het gehalte aan lactobacillen en bifidobacteriën in de ontlasting hoger.
Bij kinderen gaat constipatie vaak samen met encopresis (broekpoepen). In een gerandomiseerde dubbelblinde crossover studie is het effect van glucomannan bij kinderen met chronische constipatie, al dan niet in combinatie met encopresis, onderzocht. Voor de studie werden 46 kinderen geselecteerd, maar slechts 31 van hen voltooiden het onderzoek. Al deze kinderen, 16 jongens en 15 meisjes in leeftijd variërend van 4,5 tot 11,7 jaar, hadden functionele constipatie en 18 van hen bovendien encopresis. Gedurende periodes van 4 weken kregen ze dagelijks 100 mg per kg lichaamsgewicht (maximaal 5 g per dag) glucomannan met 50 ml vloeistof per 500 mg, of een placebo. Daarnaast bleven ze hun eerder voorgeschreven laxeermiddelen gebruiken. Na 4 en 8 weken werden de kinderen onderzocht door een arts en gaven de ouders aan welke periode beter was geweest voor hun kind. Een succesvolle behandeling werd door de arts gedefinieerd als 3 of meer defecaties per week, minder dan 1 keer broekpoepen per 3 weken en geen pijn in de onderbuik in de laatste 3 weken van elke periode van 4 weken.
De behandeling met glucomannan resulteerde in meer succesvolle behandelingen (45%) en minder pijn in de onderbuik dan de placebobehandeling (13%). Ook de ouders zagen meer kinderen opknappen met glucomannan (68%) dan met de placebo (13%). De behandeling sloeg duidelijk beter aan bij kinderen met alleen constipatie (69%) dan bij kinderen met tevens encopresis (28%). De gunstige effecten werden ook gezien bij de kinderen die al een laxeermiddel gebruikten.
Soortgelijke resultaten werden gevonden in een onderzoek met 20 kinderen met ernstige hersenbeschadiging en constipatie: hogere defecatiefrequentie, minder gebruik van laxeermiddelen of zetpillen, betere consistentie van de ontlasting en minder vaak pijnlijke defecatie.

Rode iep
Rode iep (Ulmus fulva) is een boom die van oorsprong voorkomt in Noord-Amerika. De binnenschors van de rode iep staat van oudsher bekend om zijn weefsel kalmerende eigenschappen, die met name van pas komen bij diverse ontstekingsgerelateerde aandoeningen van de luchtwegen, het spijsverteringskanaal en de urinewegen. Verder werd de rode iep binnenschors onder meer toegepast ter verlichting van irritaties of verzweringen van de maag- en darmmucosa.
De belangrijkste werkzame stoffen van rode iep zijn tannines, OPC, bioflavonoïden en andere polyfenolen en slijmstoffen op basis van onder andere galactose en rhamnose. Het zijn vooral deze slijmstoffen die de spijsvertering helpen verbeteren (minder maagzuur en reflux) en een kalmerende en verzachtende invloed hebben op geïrriteerde weefsels van de darmen, maag, luchtwegen en urinewegen.
In een Australisch onderzoek zijn twee nutriëntencombinaties met rode iep onderzocht op hun werkzaamheid bij prikkelbare darm syndroom (PDS). Aan de studie namen 31 PDS-patiënten deel: 21 met overheersend diarree (PDS-D) en 10 met overheersend constipatie (PDS-C). De PDS-D-groep kreeg een combinatie van blauwe bosbes, rode iep, leverkruid (Eupatorium) en kaneel. De PDS-C-groep kreeg een combinatie van rode iep, lactulose, haverzemelen en zoethout.
De PDS-D-formule verminderde buikpijn, opgeblazen gevoel en winderigheid maar zorgde ook voor een iets hogere frequentie van de stoelgang. Gebruik van de PDS-C-formule resulteerde in significant minder buikpijn, opgeblazen gevoel en algehele ernst van PDS-symptomen. Bovendien nam de stoelgangfrequentie met 20% toe en verbeterde de consistentie van de ontlasting.
In volgende onderzoeken moet het effect van rode iep als monotherapie duidelijk worden.

Spijsverteringsenzymen
Bij een gebrekkig verlopende spijsvertering wordt het ingenomen voedsel onvoldoende verteerd, waardoor minder nutriënten worden opgenomen en klachten als een opgeblazen gevoel, overmatige flatulentie, buikpijn en/of problemen met de stoelgang kunnen optreden. Spijsverteringsenzymen kunnen op verschillende manieren het spijsverterings-proces verbeteren en bevorderen. Bij een goede spijsvertering worden minder belastende stoffen, zoals toxines, in het spijsverteringskanaal gevormd en is de voedseltolerantie en biologische beschikbaarheid van nutriënten beter.
De diverse spijsverteringsenzymen vervullen elk een specifieke functie in het afbreken van macronutriënten. Zo breken amylasen het amylose in zetmeel af tot dextrine, maltose, glucose en andere oligosachariden en splitsen lipasen vetten in glycerol en vetzuren. Lactase (β-galactosidase) splitst het melkeiwit lactose op in galactose en glucose, cellulasen breken cellulose af tot β-glucose en proteasen (o.a. bromelaïne en papaïne) breken eiwitten en andere ketens van aminozuren af door het hydrolyseren van peptidebindingen.
Zoals alle enzymen fungeren ook spijsverteringsenzymen als katalysatoren: ze brengen chemische reacties tot stand en versnellen ze, zonder dat ze daarbij zelf worden verbruikt. Ze zijn het meest actief bij een zuurgraad van pH 6.5–9.0.
In een Italiaans onderzoek werden 43 PDS-patiënten verdeeld in twee groepen. Vier weken lang kreeg de ene groep conventionele behandeling (mesalamine; ontstekingsremmer) en de andere groep conventionele behandeling plus een mengsel van spijsverteringsenzymen (140 mg), inositol (150 mg) en bèta-glucaan (55 mg). Bij de start van de interventie en na vier weken werd aan de hand van vragenlijsten de prevalentie en ernst van spijsverterings-klachten vastgesteld. De patiënten die de combinatie van spijsverteringsenzymen, inositol en bèta-glucaan naast mesalamine hadden gekregen gaven aan dat ze minder buikpijn en minder last van een opgeblazen gevoel en flatulentie hadden. Verder vonden ze dat hun algehele welzijn was verbeterd. De patiënten die uitsluitend mesalamine hadden gekregen meldden een bescheiden vermindering van de aandrang tot ontlasten, maar verder geen andere verbeteringen.
Ook in een eerdere studie met dit mengsel, maar dan zonder conventionele behandeling, waren soortgelijke effecten waargenomen.
In een Amerikaans onderzoek bleek een combinatie van lipase, protease en amylase de spijsverteringsklachten na het eten van een vetrijke maaltijd (185 g koekjes met 72 g vet) significant te verminderen.

Probiotica
Lactobacillus- en Bifidobacterium-stammen maken deel uit van de normale darmflora van de mens en behoren tot de categorie van probiotische bacteriën, ook wel probiotica genaamd. De belangrijkste functies van probiotica ten aanzien van de gezondheid zijn het beschermen van de darmwand, het in stand houden van een gevarieerde darmmicrobiota, wat onder meer van belang is voor een goede spijsvertering en stoelgang, en het bevorderen van een goede werking van het immuunsysteem, onder meer door communicatie via het Gut Associated Lymphoid Tissue (GALT; immuunsysteem van de darmmicrobiota) met het immuunsysteem.
In een review van 14 gerandomiseerde gecontroleerde studies (RCT’s) met in totaal 1182 patiënten is gekeken naar het effect van probiotica op functionele constipatie. Probiotica-suppletie, en dan vooral van B. lactis-stammen, verkortte de darmpassage met gemiddeld 12,4 uur en verhoogde de ontlastingsfrequentie met gemiddeld 1,3 stoelgang per week. Uit een andere literatuurstudie (15 RCT’s, 675 deelnemers) komt naar voren dat probiotica-suppletie ook bij volwassenen zonder stoelgangproblemen de snelheid van de darmpassage verhoogt. Maar de beste resultaten werden ook in deze review gezien in geval van constipatie en bij gebruik van B. lactis-stammen.
In een Italiaanse studie met 157 patiënten met prikkelbare darm syndroom en constipatie (PDS-C) gaf twee maanden suppletie met een combinatie van L. plantarum, L. rhamnosus en B. lactis (van elke stam 5 miljard kve/dag) aanzienlijke verlichting van PDS-symptomen als opgeblazen gevoel, buikpijn, darmkrampen, winderigheid en constipatie. Ook gaven deelnemers die deze probiotica-combinatie hadden gekregen aan dat de aan de gezondheid gerelateerde kwaliteit van leven flink was toegenomen.
Aan een ander Italiaans onderzoek werkten 60 patiënten met matig tot ernstige colitis ulcerosa mee. Twee jaar lang kregen 30 patiënten dagelijks 1.200 mg mesalazine (remt ontstekingen in de darmwand); de overige 30 patiënten kregen naast deze ontstekingsremmer tevens tweemaal daags een probioticum met L. acidophilus, L. salivarius en B. bifidum. In deze laatste groep trad meer verbetering op: minder klinische symptomen en bijwerkingen en een betere kwaliteit van leven en levensverwachting. Volgens de onderzoekers bevestigen de resultaten van hun studie de gunstige effecten van probiotica op de activiteit van colitis ulcerosa, die deels voortkomen uit het verbeteren van de response van de patiënt op ontstekingsremmende middelen.

Pepermunt
De plant pepermunt (Mentha ˣ Piperita L.) groeit eigenlijk niet in het wild. Het is vermoedelijk een kruising van aarmunt (Mentha spicata) en watermunt (Mentha aquatica). Van alle muntsoorten heeft pepermunt de meest uitgesproken en zuivere muntgeur. Al in de oudheid was munt populair als therapeutisch en culinair kruid. De oude Grieken gebruikten munt om hun eettafels te reinigen en voegden het toe aan badwater om aan kracht te winnen. De Romeinen adviseerden muntsoorten onder andere als pijnstiller, om de concentratie te verhogen en om de menstruatie te regelen. Daarnaast werd munt toegevoegd aan sauzen om de spijsvertering te bevorderen.
De meest gebruikte delen van de plant zijn de bladeren en de olie. Pepermuntblad bevat circa 2,4% etherische olie. De belangrijkste werkzame bestanddelen van pepermuntolie zijn menthol en esters daarvan, menthone, flavonoïden, bitterstoffen en fenolzuren (o.a. rozemarijnzuur en koffiezuur).
Er is veel onderzoek waarin een gunstig effect van pepermuntolie bij het prikkelbare darm syndroom (PDS) is vastgesteld. Dit effect wordt toegeschreven aan het vermogen van het pepermunt-bestanddeel menthol om glad spierweefsel in de darmen te ontspannen. In een dubbelblind placebo gecontroleerd onderzoek kregen 65 PDS-patiënten met overheersend diarree zes weken lang driemaal daags pepermuntolie of een placebo. Na zes weken was de buikpijn zeer significant minder in de behandelgroep dan in de placebogroep. Twee weken na het stoppen van de behandeling waren de klachten echter weer toegenomen.
Italiaanse onderzoekers gaven 57 PDS-patiënten, bij wie lactose-intolerantie, coeliakie of bacteriële overgroei syndroom waren uitgesloten, vier weken lang dagelijks 2 enterisch gecoate capsules met pepermuntolie of een placebo. Aan het begin van het onderzoek en na vier en acht weken werd de ernst van een aantal PDS-symptomen vastgesteld en aan de hand daarvan werd een PDS-totaalscore bepaald. Na vier weken waren klachten als buikpijn, opgeblazen gevoel in de buik, diarree, constipatie, pijn bij het ontlasten en hevige aandrang om te ontlasten bij 75% van de patiënten in de behandelgroep met meer dan 50% verminderd. In de placebogroep was dat bij slechts 38% van de patiënten het geval. De PDS-totaalscore was na vier en acht weken significant gedaald bij de patiënten die pepermuntolie hadden gekregen, in de placebogroep was de score niet veranderd ten opzichte van het begin van het onderzoek.
In een Amerikaanse studie met 42 kinderen met PDS resulteerde twee weken suppletie van enterisch gecoate capsules met pepermuntolie in een vermindering van de PDS gerelateerde pijnklachten bij 75% van de kinderen.
Een review uit 2014 omvatte negen studies met in totaal 726 IBS-patiënten. Pepermuntolie in een capsule met een enterische coating bleek duidelijk superieur ten opzichte van placebo wat betreft het verbeteren van PDS-symptomen en het verminderen van buikpijn.
Pepermuntolie kan ook succesvol worden toegepast als premedicatie bij een colonoscopie. In een Iraans onderzoek kregen 65 patiënten vier uur voordat ze een colonoscopie moesten ondergaan ofwel 0,2 ml pepermuntolie (komt overeen met 187 mg) in een enterisch gecoate capsule, ofwel een placebo.
In de pepermuntolie-groep nam de totale procedure minder tijd in beslag dan in de placebogroep. Ook hadden de patiënten die pepermuntolie hadden gekregen minder darmspasmen en pijn en waren ze meer genegen om nog eens een colonoscopie te ondergaan.
Ten slotte lijkt pepermuntolie, in elk geval in-vitro, ook over anticandida-eigenschappen te beschikken. In een Indiaas onderzoek is het effect van diverse plantenoliën op candida-biofilms onderzocht. Pepermuntolie bleek de biofilms met 74% te kunnen verminderen.

Gember
Gember (Zingiber officinale) is een van de bekendste en meest gebruikte specerijen ter wereld. In de Ayurveda wordt gember al eeuwenlang toegepast voor een goede spijsvertering en ook Griekse, Romeinse en Arabische artsen adviseerden deze botanical bij maag- en spijsverteringsaandoeningen. Chinese zeelui kauwden op de wortel tegen zeeziekte.
Tot de werkzame bestanddelen behoren sesquiterpene koolwaterstoffen (o.a. zingibereen), gingerolen (o.a. 8-gingerol), de fenolen gingeol en zingerone en het eiwitsplitsend enzym zingibaïne.
Uit in-vitro onderzoek is gebleken dat gember effectief superoxide en hydroxyl radicalen wegvangt en lipide peroxidatie in weefsel tegengaat. In dieronderzoeken is vastgesteld dat gember de bloed- en leverwaarden van antioxidant enzymen als superoxide dismutase, glutathion peroxidase en glutathion reductase verhoogt en acute ontstekingsprocessen en pijn vermindert.
De etherische olie uit gember heeft een antiseptische werking in de darm. Daarnaast absorbeert gember toxinen en zuren uit de darm. Gember heeft een gunstig effect op de spijsvertering en de eetlust, werkt krampstillend en is effectief gebleken bij zwangerschapsmisselijkheid en postoperatieve misselijkheid en braken. Uit een onderzoek met ratten blijkt dat gember in de darmen de activiteit van de spijsverteringsenzymen lipase, sucrase en maltase verhoogt.
Ander dieronderzoek laat zien dat gemberolie in hoge doseringen (200-400 mg/kg lichaamsgewicht) bij ratten met colitis ulcerosa de ernst en grootte van de zweren doet afnemen, evenals de ernst en omvang van de ontsteking.
In een Taiwanees onderzoek met 11 patiënten met maagklachten (functionele dyspepsie) is het effect van gember op de beweeglijkheid en de ontlediging van de maag onderzocht. Na acht uur vasten kregen de patiënten 1,2 g gember of een placebo en een uur later 500 ml van een licht soepje met weinig nutriënten. Gembersuppletie resulteerde in een kortere halfwaardetijd van de maagontlediging (12,3 minuten i.p.v. 16,1 minuten met placebo) en in een toename van het aantal antrale contracties (samentrekkingen van het onderste deel van de maag dat verwijd is).
Wetenschappers van de Universiteit van Bagdad hebben het effect van drie kruiden uit de Iraakse traditionele geneeskunde bij PDS onderzocht: gember, hertsmunt (Mentha longifolia) en notengras (Cyperus rotundus). Aan het onderzoek namen 40 patiënten (leeftijd 25-60 jaar) deel bij wie in de afgelopen 5-10 jaar PDS was gediagnosticeerd. Een helft kreeg het spasmolyticum mebeverine en de andere helft kreeg de kruidencombinatie. Na acht weken interventie waren de PDS-klachten in beide groepen in vergelijkbare mate verminderd.
In meerdere onderzoeken is een gunstig effect van gember op postoperatieve misselijkheid vastgesteld. Bij een keizersnede onder spinale anesthesie (ruggenprik) zijn misselijkheid en braken veelvoorkomende complicaties. In een Iraans onderzoek kregen 92 zwangere vrouwen een uur voordat ze een keizersnede zouden ondergaan 30 cc water met of zonder gemberdruppels. Bij de vrouwen die gember hadden gekregen was de ernst van de misselijkheid tijdens en na de keizersnede minder en in deze groep was het aantal vrouwen dat tijdens de keizersnede helemaal geen last van misselijkheid en braken had veel groter dan in de placebogroep (35 tegenover 22). In een onderzoek met 122 mensen die een staaroperatie onder volledige narcose moesten ondergaan werden vergelijkbare effecten van gember-suppletie gevonden. Bovendien bleek dat constante en continue inname van gember betere resultaten opleverde dan een enkele dosering.

Venkel
Venkel (Foeniculum vulgare) is een lid van de schermbloemenfamilie, waartoe ook kruiden als koriander, kervel, komijn, dille en anijs behoren. De oorsprong van de plant ligt in het Middellandse Zeegebied van Europa en Klein-Azië. Behalve als groente werd het in de oudheid ook al gebruikt als heilzaam middel, onder andere bij spijsverteringsproblemen en om scherper te kunnen zien. Venkelolie werd uitwendig toegepast tegen luizen en vlooien. De belangrijkste werkzame stoffen zijn (cis- en trans-) anethol, de flavonoïden rutine, quercetine en kaempferol, linolzuur en fyto-oestrogenen, waaronder dianethol.
Anethol vertoont chemisch gezien overeenkomsten met de neurotransmitter dopamine en heeft (net als menthol) een ontspannend effect op glad spierweefsel in de darm. Dit mechanisme ligt waarschijnlijk ten grondslag aan de gunstige effecten van venkelzaad bij PDS. In meerdere onderzoeken zijn tevens onder andere antioxidatieve, antidiabetische, ontstekingsremmende, anticarcinogene en maag beschermende eigenschappen van (derivaten van) anethol vastgesteld. Het achterliggende werkingsmechanisme behelst het aanpassen van diverse celsignaalroutes, met name de TNF-α- en NF-κB-signalering, en verschillende ionkanalen.
In een kleinschalige pilotstudie kregen vijf PDS-patiënten, bij wie conventionele therapie nauwelijks aansloeg, dagelijks gesuikerde venkelzaden na elke maaltijd. Na twee weken werden duidelijke verbeteringen waargenomen: minder darmkrampen, minder afhankelijkheid van laxeermiddelen, diarreeremmers en pijnstillers en minder bezoeken aan een arts. De patiënten vonden dat ze meer controle over hun sociale leven hadden gekregen.
In een Italiaans onderzoek kregen 121 patiënten met milde tot matige PDS-klachten venkelolie (35 mg/dag) samen met curcumine (84 mg/dag) of een placebo. Het primaire eindpunt was een bepaling van de verandering op de IBS-SSS (Irritable Bowel Syndrome Severity Scoring System; een scoringsysteem dat de ernst van PDS-symptomen meet). Het effect van de behandeling op de kwaliteit van leven werd met behulp van een vragenlijst in kaart gebracht. Na 30 dagen was in de venkelolie/curcumine-groep sprake van een significante verlichting van PDS-symptomen: de IBS-SSS was met 50,05% gedaald (placebogroep: -26,12%). Dezelfde cijfers werden gevonden voor de afname van buikpijn en alle andere PDS-symptomen. Het percentage patiënten dat helemaal vrij van symptomen was, lag beduidend hoger in de behandelgroep dan in de placebogroep: 25,9% tegenover 6,8%. Tevens zorgde de combinatie van venkelolie en curcumine voor een aanzienlijke verbetering van de kwaliteit van leven.
Iraanse onderzoekers hebben in een recente studie met 90 postmenopauzale vrouwen (leeftijd 45-60 jaar) vastgesteld dat acht weken lang 200 mg venkelolie per dag menopauzesymptomen aanzienlijk kan verminderen.

(WD)

Bronnen

  • SFK Data en feiten 2020, het jaar 2019 in cijfers; Stichting Farmaceutische Kengetallen, 2020.
  • NHG-Standaard Prikkelbaredarmsyndroom (PDS); website Nederlands Huisartsen Genootschap, geraadpleegd 10-2017.
  • Website Maag Lever Darm Stichting, geraadpleegd 10-2017.
  • Verhelst G: Groot handboek geneeskrachtige planten (4e druk); Mannavita, 2010. ISBN-13 9789080778467.
  • Chen X et al.: Antioxidative and anticancer properties of Licochalcone A from licorice; Journal of Ethnopharmacology 198:331-337, 2017.
  • Xiao XY et al.: Licochalcone A inhibits growth of gastric cancer cells by arresting cell cycle progression and inducing apoptosis; Cancer Letters 302(1):69-75, 2011.
  • Yang R et al.: The anti-inflammatory activity of licorice, a widely used Chinese herb; Pharmaceutical Biology 55(1):5-18, 2017.
  • Fukai T et al: Anti-Helicobacter pylori flavonoids from licorice extract; Life Sciences 71(12):1449-1463, 2002.
  • Jeon YD et al.: Regulatory effects of glycyrrhizae radix extract on DSS-induced ulcerative colitis; BMC Complementary and Alternative Medicine 16(1):459, 2016.
  • Park JM et al.: Special licorice extracts containing lowered glycyrrhizin and enhanced licochalcone A prevented Helicobacter pylori-initiated, salt diet-promoted gastric tumorigenesis; Helicobacter 19(3):221-236, 2014.
  • Kim JM et al.: Anti-Helicobacter pylori Properties of GutGard™; Preventive Nutrition and Food Science 18(2):104-110, 2013.
  • Chandrasekaran CV et al.: Dual inhibitory effect of Glycyrrhiza glabra (GutGard™) on COX and LOX products; Phytomedicine 18(4):278-284, 2011.
  • Raveendra KR et al.: An Extract of Glycyrrhiza glabra (GutGard) Alleviates Symptoms of Functional Dyspepsia: A Randomized, Double-Blind, Placebo-Controlled Study; Evidence Based Complementary and Alternative Medicine 2012:216970, 2012.
  • Yago MR et al.: Gastric reacidification with betaine HCl in healthy volunteers with rabeprazole-induced hypochlorhydria; Molecular Pharmaceutics 10(11):4032-4037, 2013.
  • Yago MR et al.: The use of betaine HCl to enhance dasatinib absorption in healthy volunteers with rabeprazole-induced hypochlorhydria; AAPS Journal 16(6):1358-1365, 2014.
  • González Canga A et al.: Glucomannan: properties and therapeutic applications; Nutricion Hospitalaria 19(1):45-50, 2004.
  • Chua M et al.: Traditional uses and potential health benefits of Amorphophallus konjac K. Koch ex N.E.Br.; Journal of Ethnopharmacology 128(2):268-278, 2010.
  • Drugs.com: Glucomannan. Geraadpleegd 04-2017.
  • Chen HL et al.: Supplementation of konjac glucomannan into a low-fiber Chinese diet promoted bowel movement and improved colonic ecology in constipated adults: a placebo-controlled, diet-controlled trial; Journal of the American College of Nutrition 27(1):102-108, 2008.
  • Loening-Baucke V, Miele E, Staiano A: Fiber (glucomannan) is beneficial in the treatment of childhood constipation; Pediatrics 113(3 Pt 1):e259-e264, 2004.
  • Staiano A et al.: Effect of the dietary fiber glucomannan on chronic constipation in neurologically impaired children; Journal of Pediatrics 136(1):41-45, 2000.
  • Hawrelak JA, Myers SP: Effects of two natural medicine formulations on irritable bowel syndrome symptoms: a pilot study; Journal of Alternative and Complementary Medicine 16(10):1065-1071, 2010.
  • Menghini L et al.: An Hydroalcoholic Chamomile Extract Modulates Inflammatory and Immune Response in HT29 Cells and Isolated Rat Colon; Phytotherapy Research 30(9):1513-1518, 2016.
  • Al-Hashem FH: Gastroprotective effects of aqueous extract of Chamomilla recutita against ethanol-induced gastric ulcers; Saudi Medical Journey 31(11):1211-1216, 2010.
  • de la Motte S et al.: Double-blind comparison of an apple pectin-chamomile extract preparation with placebo in children with diarrhea; Arzneimittelforschung 47(11):1247-1249, 1997.
  • Becker B, Kuhn U, Hardewig-Budny B: Double-blind, randomized evaluation of clinical efficacy and tolerability of an apple pectin-chamomile extract in children with unspecific diarrhea; Arzneimittelforschung 56(6):387-393, 2006.
  • Park MY, Kwon HJ, Sung MK: Dietary aloin, aloesin, or aloe-gel exerts anti-inflammatory activity in a rat colitis model; Life Sciences 88(11-12):486-492, 2011.
  • Werawatganon D et al.: Aloe vera attenuated gastric injury on indomethacin-induced gastropathy in rats; World Journal of Gastroenterology 20(48):18330-18337, 2014.
  • Odes HS, Madar Z: A double-blind trial of a celandin, aloevera and psyllium laxative preparation in adult patients with constipation; Digestion 49(2):65-71, 1991.
  • Spagnuolo R et al.: Beta-glucan, inositol and digestive enzymes improve quality of life of patients with inflammatory bowel disease and irritable bowel syndrome; European Review for Medical and Pharmacological Sciences 21(2 Suppl):102-107, 2017.
  • Ciacci C et al.: Effect of beta-glucan, inositol and digestive enzymes in GI symptoms of patients with IBS; European Review for Medical and Pharmacological Sciences 15(6):637-643, 2011.
  • Suarez F et al.: Pancreatic supplements reduce symptomatic response of healthy subjects to a high fat meal; Digestive Diseases and Sciences 44(7):1317-1321, 1999.
  • Dimidi E et al.: The effect of probiotics on functional constipation in adults: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials; American Journal of Clinical Nutrition 100(4):1075-1084, 2014.
  • Palumbo VD et al.: The long-term effects of probiotics in the therapy of ulcerative colitis: A clinical study; Biomedical papers of the Medical Faculty of the University Palacký, Olomouc, Czech Republic 160(3):372-377, 2016.
  • Miller LE, Zimmermann AK, Ouwehand AC: Contemporary meta-analysis of short-term probiotic consumption on gastrointestinal transit; World Journal of Gastroenterology 22(21):5122-5131, 2016.
  • Mezzasalma V et al.: A Randomized, Double-Blind, Placebo-Controlled Trial: The Efficacy of Multispecies Probiotic Supplementation in Alleviating Symptoms of Irritable Bowel Syndrome Associated with Constipation; Biomed Research International 2016:4740907, 2016.
  • Peppermint; Natural Medicines website, geraadpleegd 7-2017.
  • Agarwal V, Lal P, Pruthi V: Prevention of Candida albicans biofilm by plant oils; Mycopathologia 165(1):13-19, 2008.
  • Shavakhi A et al.: Premedication with peppermint oil capsules in colonoscopy: a double blind placebo-controlled randomized trial study; Acta Gastro-Enterologica Belgica 75(3):349-353, 2012.
  • Alam MS et al.: Efficacy of Peppermint oil in diarrhea predominant IBS – a double blind randomized placebo – controlled study; Mymensingh Medical Journal 22(1):27-30, 2013.
  • Cappello G et al.: Peppermint oil (Mintoil) in the treatment of irritable bowel syndrome: a prospective double blind placebo-controlled randomized trial; Digestive and Liver Disease 39(6):530-536, 2007.
  • Kline RM et al.: Enteric-coated, pH-dependent peppermint oil capsules for the treatment of irritable bowel syndrome in children; Journal of Pediatrics 138(1):125-128, 2001.
  • Khanna R, MacDonald JK, Levesque BG: Peppermint oil for the treatment of irritable bowel syndrome: a systematic review and meta-analysis; Journal of Clinical Gastroenterology 48(6):505-512, 2014.
  • Amjad H, Jafary HA, Beckley WV: Foeniculum vulgare in irritable bowel syndrome; American Journal of Gastroenterology 95: 2491, 2000.
  • Aprotosoaie AC, Costache II, Miron A: Anethole and Its Role in Chronic Diseases; Advances in Experimental Medicine and Biology 929:247-267, 2016.
  • Freire RS et al.: Synthesis and antioxidant, anti-inflammatory and gastroprotector activities of anethole and related compounds; Bioorganic & Medicinal Chemistry 13(13):4353-4358, 2005.
  • Portincasa P et al.: Curcumin and Fennel Essential Oil Improve Symptoms and Quality of Life in Patients with Irritable Bowel Syndrome; Journal of Gastrointestinal and Liver Diseases 25(2):151-157, 2016.
  • Rahimikian F et al.: Effect of Foeniculum vulgare Mill. (fennel) on menopausal symptoms in postmenopausal women: a randomized, triple-blind, placebo-controlled trial; Menopause 15 mei 2017, doi: 10.1097/GME.0000000000000881 [Epub ahead of print].
  • Jeena K, Liju VB, Kuttan R: Antioxidant, anti-inflammatory and antinociceptive activities of essential oil from ginger; Indian Journal of Physiology and Pharmacology 57(1):51-62, 2013.
  • Platel K, Srinivasan K: Influence of dietary spices or their active principles on digestive enzymes of small intestinal mucosa in rats; International Journal of Food Sciences and Nutrition 47(1):55-59, 1996.
  • Rashidian A et al.: Protective effect of ginger volatile oil against acetic acid-induced colitis in rats: a light microscopic evaluation; Journal of Integrative Medicine 12(2):115-120, 2014.
  • Hu ML et al.: Effect of ginger on gastric motility and symptoms of functional dyspepsia; World Journal of Gastroenterology 17(1):105-110, 2011.
  • Sahib AS: Treatment of irritable bowel syndrome using a selected herbal combination of Iraqi folk medicines; Journal of Ethnopharmacology 148(3):1008-1012, 2013.
  • Zeraati H et al.: The Effect of Ginger Extract on the Incidence and Severity of Nausea and Vomiting After Cesarean Section Under Spinal Anesthesia; Anesthesiology and Pain Medicine 6(5):e38943, 2016.
  • Seidi J et al.: The Influence of Oral Ginger before Operation on Nausea and Vomiting after Cataract Surgery under General Anesthesia: A double-blind placebo-controlled randomized clinical trial; Electronic Physician 9(1):3508-3514, 2017.

< Terug