Kauwen is goed voor het brein

Mei 2020
Kauwen is niet alleen een belangrijke eerste stap voor een goede vertering van voedsel, het heeft ook een gunstig effect op ons brein, zo laten meerdere studies zien.
Kauwen blijkt delen van de hersenen te activeren die van belang zijn voor cognitieve processen, zoals de hippocampus en de prefrontale cortex. De hippocampus is betrokken bij de opslag en het ophalen van informatie en herinneringen, het ruimtelijk geheugen en het leervermogen, cognitieve processen die met het ouder worden afnemen. Ook zorgt kauwen voor een grotere alertheid en een beter reactievermogen. Daarnaast verbetert kauwen de doorbloeding van de hersengebieden.
Bij mensen met een gebitsprothese neemt de activiteit in de prefrontale cortex af als ze zonder prothese kauwen en minder kauwactiviteit vertonen. Bij ouderen blijkt het ontstaan van dementie verband te houden met het verlies van tanden en/of kiezen.
Volgens meerdere wetenschappers zou kauwen dan ook een beschermende factor kunnen zijn voor mensen met een cognitieve beperking of een neurodegeneratieve aandoening.

Lees ook: Wat gaat er allemaal om in ons hoofd?

(WD)

Bronnen: Ohkubo C et al.: Interactions between occlusion and human brain function activities; Journal of Oral Rehabilitation 40(2):119-129, 2013. Quintero A et al.: Brain activity and human unilateral chewing: an FMRI study; Journal of Dental Research 92(2):136-142, 2013. Chen J et al.: Tooth Loss Is Associated With Increased Risk of Dementia and With a Dose-Response Relationship; Frontiers in Aging Neuroscience 10:415, 2018.


Groente, daar knap je van op!

April 2020
Natuurlijk weten we allemaal dat het eten van groenten en fruit goed is voor onze gezondheid. In eerste instantie denken we dan vaak aan het fysieke welzijn, maar onze geestelijke gezondheid vaart er ook wel bij.
In een tweetal grote Australische studies uit 2017 is gekeken naar de relatie tussen groente- en fruitconsumptie en stress. Daaruit blijkt onder andere dat het eten van voldoende groente en fruit al binnen twee weken een positieve invloed heeft op de stemming. Daarnaast vergroten vooral groenten op langere termijn de veerkracht om met stress kunnen omgaan.
Een recentere Britse studie (2019) op dit terrein heeft specifiek de groente- en fruitinname van adolescenten onderzocht. Adolescentie is de periode waarin tieners zich ontwikkelen tot volwassene (gemiddeld tussen 15-20 jaar) en ze wel biologisch maar nog niet emotioneel volgroeid zijn. De onderzoekers concluderen dat van deze groep 30-70% minder dan 5 porties groente en/of fruit per dag eet en 20-30% zelfs minder dan 1 portie per dag. Een alarmerend bericht, omdat uit het onderzoek ook blijkt dat een geringe consumptie van groente en fruit is geassocieerd met een slechte mentale gezondheid.
N.B.: Het advies van de Britse NHS (National Health Service) is minimaal 5 porties (van 80 g) groente en fruit per dag. Het Nederlandse Voedingscentrum adviseert minimaal 250 g groente en 200 g fruit per dag.

(HH)

Bronnen: Huang P et al.: Fruit and vegetable consumption and mental health across adolescence: evidence from a diverse urban British cohort study; International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity 16(1):19, 2019. Nguyen B, Ding D, Mihrshahi S: Fruit and vegetable consumption and psychological distress: cross-sectional and longitudinal analyses based on a large Australian sample; BMJ Open 7(3):e014201, 2017. Jacka FN et al.: A randomised controlled trial of dietary improvement for adults with major depression (the ‘SMILES’ trial); BMC Medicine 15(1):23, 2017.


‘Er is meer tussen buik en brein’

Maart 2020
Deze prikkelende kop stond enige tijd geleden in ‘Het Financieele Dagblad’ boven een interview met neurowetenschapper John Cryan. De Ierse John Cryan is een van de leidende experts op het gebied van de samenhang tussen microbioom, brein en psyche. Over deze materie heeft hij een boek gepubliceerd (‘The Psychobiotic Revolution’) waarin hij laat zien hoe het complexe systeem van het microbioom voortdurend communiceert met ons darmweefsel, ons immuunsysteem en ook met ons brein.

De darm en het immuunsysteem
Gezondheid begint in je buik. De miljarden bacteriën in je darmen, ook wel darmflora of microbiota genoemd, zorgen voor de spijsvertering en de stoelgang en spelen een belangrijke rol in ons immuunsysteem. Er zijn wel duizend verschillende soorten darmbacteriën: de good guys en de bad guys. Een juiste balans tussen deze twee is van essentieel belang. Welke verassende gevolgen een disbalans onder meer kan hebben, bleek recentelijk uit een onderzoek van het Erasmus MC. De wetenschappers constateerden dat een ongezonde darmflora de pijn en ontsteking bij knieartrose verergert.

De darm en de psyche
Als stressonderzoeker keek John Cryan in eerste instantie naar de invloed van stress op het immuunsysteem en hoe dit weer communiceert met het brein. Een onderzoek naar chronische darminfecties liet zien dat opmerkelijk veel patiënten als baby of jong kind stress hadden ondervonden. Onderzoek bij dieren heeft laten zien dat stress op jonge leeftijd de veelsoortigheid van de darmflora aanzienlijk reduceert. Blijkbaar verstoort stress het microbioom in de darm en heeft dit levenslange consequenties.
Zijn laatste onderzoek is vooral gericht op de invloed van microben op onze psychische gezondheid en hun onderliggende wisselwerking, waarbij de nervus vagus fungeert als de boodschapper.
Het groeiend aantal psychiatrische diagnoses kan volgens hem redelijkerwijs het gevolg zijn van verstoringen en vooral verarming van het microbioom. Oorzaken hiervan zijn onze leefstijl en voeding(spatroon), die de laatste vijftig jaar drastisch zijn gewijzigd. Tel daarbij op de enorme toename van antibiotica en de langdurige stress waaraan we blootstaan en het plaatje is compleet.

Een nieuwe kijk op de darm
De darmflora van volwassenen is zeer divers en belangrijk voor het algehele welzijn. Er zijn aanwijzingen dat de ontwikkeling van de darmflora van een baby al voor de geboorte een aanvang neemt maar pas na de geboorte in een sneltreinvaart gaat. Cryan zegt in zijn boek dat moeders al via het microbioom signalen voor de geestelijke ontwikkeling van hun kind doorgeven. Momenteel wordt er veel onderzoek gedaan of bepaalde kenmerken ook op een andere manier dan de genetische kunnen worden overgedragen op volgende generaties. Epigenetica staat dan wel in de belangstelling, maar de rol van het microbioom nog niet. En volgens Cryan speelt dit zeker een rol.
Over de aard en oorzaak van psychische aandoeningen weten we nog net zoveel als dertig jaar geleden. Wel weten we dat levenswijze, voeding en de omgeving waarin we leven belangrijke factoren zijn voor ons geestelijk welzijn. Dit inzicht wil Cryan een biologische onderbouwing geven door zijn psychobiotische uitgangspunt.
Zoals Cryan zelf zegt: ”Sommige onderzoekers beschouwen het microbioom als een orgaan. In mijn ogen is het zelfs nog iets veel groters. Want vergeet u niet: de bacteriën waren er eerst; wij kwamen pas veel later. Wij zijn geneigd ons voor te stellen dat de microben zich in ons lichaam gevestigd hebben. Maar in werkelijkheid is het precies omgekeerd: wij hebben ons gevestigd in hun wereld.”

(HH)

Bronnen: Grolle J: Hoe je voeding invloed heeft op je psyche; Het Financieele Dagblad 7 december 2019. Boer CG: Intestinal microbiome composition and its relation to joint pain and inflammation; Nature Communications 10(1):4881, 2019.


Welterusten!

Februari 2020
Voldoende slaap is een absolute must, aldus Gerard Kerkhof, slaapwetenschapper en emeritus hoogleraar psychofysiologie aan de Universiteit van Amsterdam. Niet alleen worden we humeurig, trager en minder alert van onvoldoende slaap, ook ons afweersysteem wordt minder actief.

Wat is slaap nu precies?
Slaap is een periode van inactiviteit waarbij het lichaam tot rust komt. Hoewel ons wakend bewustzijn tijdens deze periode afwezig is, zijn onze hersenen soms juist behoorlijk actief. “Slaap reinigt de hersenen”, aldus Kerkhof, “want tijdens de slaap wordt het hersenvocht ververst, waardoor afvalstoffen die zich tijdens onze wakende tijd ophopen in de hersenen worden afgevoerd.”

Hoeveel slaap hebben we nodig?
De slaapbehoefte van een mens kan per individu verschillen, maar hangt vooral af van iemands leeftijd. Een baby (jonger dan 1 jaar) slaapt tussen de 15 en 17 uur per dag; een volwassene (18 jaar en ouder) kan al toe met 7,5 tot 8 uur slaap per dag. Uitgaande van gemiddeld 8 uur per nacht brengen we 1/3 van ons leven slapend door.

• Lees meer •


De slaapcyclus
Tijdens onze slaap doorlopen we vier slaapfases: de sluimerfase (1), de lichte slaapfase (2), de diepe slaapfase (3) en de remslaap (4). Uitgaande van een gezonde slaapcyclus brengen we de helft van de nacht door in fase twee, ongeveer 15-20 % in fase drie en ongeveer een kwart van onze nachtrust in fase vier, de remslaap.
Deze verschillende slaapfasen verlopen in een vaste volgorde en dit hele rijtje, de zogenaamde slaapcyclus, doorloop je zo’n vier tot zes keer per nacht. Vooral in de twee laatste fasen gebeurt er een heleboel.

Diepe slaap
In deze fase (zichtbaar op een EEG als grote golven die een deltapatroon vormen) ben je erg ontspannen en moeilijk wakker te krijgen. De ademhaling is diep en de hartslag regelmatig en langzaam. Het lichaam krijgt de gelegenheid om de energieniveaus weer aan te vullen en om zich cellulair te herstellen, mede door het vrijkomen van groeihormoon tijdens deze periode.
Naarmate iemand ouder wordt, neemt de duur van deze diepe slaapfasen af. Logisch dat je dan ook niet meer zo uitgerust wakker wordt.

REM-slaap
Na de diepe slaap begint het stadium van de REM- of droomslaap. Kenmerkend zijn de snelle oogbewegingen achter de gesloten oogleden. De hersenen zijn zeer actief, waarmee is nog niet helemaal duidelijk, maar men vermoedt met een stuk informatieverwerking.

Goed slapen en de darmen
Te weinig slaap kan een nadelige invloed hebben op de samenstelling van de darmflora. Zweeds onderzoek heeft aangetoond dat vooral de bacteriesoorten die zich bezighouden met ons metabolisme en de spijsvertering hier gevoelig voor zijn. Door onvoldoende slaap raakt de aanmaak van het hongerhormoon (ghreline) uit balans, met als gevolg meer risico op obesitas en type II-diabetes. Een gezond darmmicrobioom kan zorgen voor een goed slaappatroon omdat de darmbacteriën de producenten zijn van een aantal neurotransmitters, zoals GABA (een signaalstof die angst en stress kan remmen ) en serotonine (95% van de aanmaak vindt plaats in de darm). Serotonine reguleert onder andere je dag- en nachtritme en een tekort hieraan kan slapeloosheid tot gevolg hebben.

Gevolgen van slecht of te weinig slapen
Zowel ons lichaam als ons brein ondervinden diverse minder gewenste gevolgen bij een gebrek aan slaap. “Niet vreemd als je bedenkt dat de hersenen het controlesysteem van het lichaam zijn. Als het brein niet optimaal functioneert, dan heeft dit invloed op alles wat zich afspeelt in ons lijf”, aldus Kerkhof.
Te weinig slaap vergroot de kans op hartfalen, leidt tot bloeddrukverhoging en zorgt ervoor dat we minder focussen en gewoon chagrijnig worden. Een gebrek aan slaap zet ook ons immuunsysteem onder druk. Door een nachtje goed slapen krijgt dat namelijk een ‘boost’ door het vrijkomen van groeihormoon.
Volgens Kerkhof zijn vooral ritme en regelmaat van belang als het om slapen gaat. Dus liefst op vaste tijden naar bed gaan en weer opstaan. Klinkt misschien saai, maar aan de andere kant begin je wel weer uitgerust en vol goede moed aan een nieuwe dag.

(HH)

Bron: Van Arkel K: Nachtje doorhalen of slecht slapen vervuilt het brein; Algemeen Dagblad, 4 mei 2019.

• Lees minder •


Frisdrankdrinkers overlijden eerder

Januari 2020
Dry January, een maand zonder alcohol, is uiteraard een goed begin van het nieuwe jaar maar niet elk alternatief is automatisch een verbetering.
Frisdrank is een populaire dorstlesser. In 2018 werd in Nederland ruim 1,6 miljard liter frisdrank gedronken, wat neerkomt op 93,7 liter per hoofd van de bevolking. In een recent grootschalig onderzoek in tien Europese landen is echter een verband gevonden tussen het drinken van frisdrank, gezoet met suiker of kunstmatige zoetstoffen, en hogere sterftecijfers.
Voor het onderzoek werd de frisdrankconsumptie van ruim 450.000 mensen uit Nederland, Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Noorwegen, Zweden, Groot-Brittannië, Italië, Spanje en Griekenland in kaart gebracht. Bij aanvang van de studie was de gemiddelde leeftijd van de deelnemers 50,8 jaar. In de follow-up periode van gemiddeld 16,4 jaar overleden 41.693 mensen.
Uit de resultaten, gecorrigeerd voor opleidingsniveau en een groot aantal voedings- en leefstijlfactoren, komt een hogere sterfte naar voren (+ 17%) onder mensen die 2 of meer glazen (kunstmatig) gezoete frisdrank per dag dronken, vergeleken met degenen die minder dan 1 glas (250 ml) frisdrank per maand dronken. Verder vonden de onderzoekers een relatie tussen een consumptie van 2 of meer glazen kunstmatig gezoete frisdrank per dag en een grotere kans op overlijden aan hart- en vaatziekten. Mensen die 1 of meer glazen frisdrank met suiker per dag dronken hadden een grotere kans op overlijden aan een stofwisselingsziekte.
De wetenschappers wijzen er nadrukkelijk op dat deze resultaten verbanden laten zien, maar dat niet zonder meer kan worden gesteld dat frisdrank drinken de oorzaak is van vroegtijdig overlijden. Wel bieden ze ondersteuning voor campagnes gericht op het verminderen van de frisdrankconsumptie. Uit eerdere onderzoeken is al een verband tussen consumptie van (kunstmatig) gezoete frisdrank en hart- en vaataandoeningen, zoals een beroerte of hartinfarct, naar voren gekomen.

(WD)

Bronnen: Mullee A et al.: Association between soft drinks consumption and mortality in 10 European countries; JAMA Internal Medicine, sept. 2019 [Epub ahead of print]; Narain A, Kwok CS, Mamas MA: Soft drinks and sweetened beverages and the risk of cardiovascular disease and mortality: a systematic review and meta-analysis; International Journal of Clinical Practice 70(10):791-805, 2016.

Archief 2019
Archief 2018
Archief 2017