Leefstijl als medicijn

Leefstijl als medicijn: beslist geen toekomstmuziek meer!

Maart 2023

‘Leefstijl als medicijn heeft de toekomst’ was de kop van een nieuwsbericht op onze site in augustus 2017. In dat bericht werd gesteld: ‘de Nederlandse gezondheidszorg is nog niet klaar voor leefstijl als medicijn, maar zorgprofessionals en patiënten tonen steeds meer belangstelling voor deze andere aanpak’. Anno 2023 blijkt dit thema nog steeds actueel.

Leefstijl als medicijn sluit overigens naadloos aan bij beroepsinhoudelijke protocollen. Voeding, beweging en ontspanning waren in theorie al de eerste keus behandeling bij verschillende ziektebeelden. Een overtuiging die in de natuurgeneeskunde altijd centraal heeft gestaan. Als leefstijlaanpassingen niet voldoende of snel genoeg werken, kan medicatie alsnog worden ingezet.
Inmiddels zijn we heel wat jaren en positieve stappen verder. Vereniging Arts en Leefstijl (voorheen Arts en Voeding) timmert al jaren aan de weg en ziet leefstijlgeneeskunde als fundament voor zowel preventie als behandeling van chronische aandoeningen.

En Stichting ‘Voeding Leeft’ ontwikkelt samen met wetenschappers, artsen, gezondheidsfondsen en andere zorgprofessionals leefstijlprogramma’s (bijvoorbeeld Leef! met MS, Keer Diabetes2 om, Leef! met Reuma) die zeker succesvol kunnen worden genoemd.

Sinds kort is het concept van ‘De Leefstijlapotheker’ hier bij aangeschoven. Leefstijlapothekers zijn veelal openbare apothekers die een aanvullende opleiding tot leefstijlapotheker hebben afgerond. Leefstijl is hun specialisatie en zij richten zich op de gezondheid van de cliënt, waarbij er naast aandacht voor het medicijn ook ruime aandacht is voor slaap, stress, beweging, roken, alcohol en voeding. De Leefstijlapotheker creëert bewustwording over welke leefstijlfactoren cliënten zélf in de hand hebben om gezonder te leven. Want uiteindelijk blijft voorkomen altijd beter dan genezen en de Leefstijlapotheker wil dan ook een sleutelrol gaan spelen op het gebied van de preventieve gezondheidszorg.

Kortom: ‘een transitie van ziektebestrijding naar gezondheidsbevordering’, dat zal iedereen als muziek in de oren klinken. En gelukkig niet als toekomstmuziek.

(HH)


Knuffelen goed voor zelfvertrouwen

‘Knuffelen is goed voor je zelfvertrouwen’

Februari 2023

Deze kop stond boven een artikel in het AD en trok meteen mijn aandacht. Het is wetenschappelijk bewezen: knuffelen is goed voor de mens. Zelf kom ik uit een liefdevol maar zeker geen knuffelgezin. En mijn eigen knuffelvaardigheden zijn pas op latere leeftijd tot bloei gekomen, mede door de komst van mijn kleinkinderen.

Hoogleraar psychologie Sander Koole legt uit hoe het precies werkt. Aanraking zorgt voor rust en kalmte in het lichaam, wat leidt tot minder stress. En dat is positief voor je geestelijke en lichamelijke afweersysteem. Een knuffel zorgt voor de aanmaak van dopamine (belangrijk voor je geluksgevoel) en niet te vergeten oxytocine. Dit hormoon speelt al vanaf de geboorte een belangrijke rol bij de hechting tussen moeder en kind en blijft gedurende de rest van ons leven bepalend voor onze gemoedstoestand, onze onderlinge banden en intimiteit.

Ik werd blij toen ik dit allemaal las. Maar ik dacht ook meteen: hoe moet dat nu? In een tijd dat grensoverschrijdend gedrag een begrip is geworden en sommige overheidsinstanties functioneringsgesprekken voeren met open deuren om ‘elke schijn van’ maar te voorkomen. Misschien moet je maar gewoon afgaan op je eigen gevoel: geef iemand een knuffel of een aai over de arm als je denkt dat hij of zij daar behoefte aan heeft. Knuffel je man, kinderen en vrienden naar hartenlust. En wanneer iemand dat liever niet heeft, dan lach je die persoon vriendelijk toe. Ook dat zal ongetwijfeld de oxytocinegehaltes ten goede komen, net als bijvoorbeeld muziek luisteren, je huisdier aaien en samen lachen.

Bron: Beijn C: Knuffelen is goed voor je zelfvertrouwen; AD, 21-01-2023.

(HH)


Knuffelen goed voor zelfvertrouwen

Heel veel ouderen in Nederland zijn ondervoed en nog meer lopen het risico op ondervoeding

Januari 2023

Na een periode waarin we werden overspoeld met reclames voor allerhande lekkernijen die velen van ons wellicht (in overvloed) hebben genuttigd tijdens de feestdagen, starten we dit jaar met een bericht over ondervoeding. En dan hebben we het over Nederland — niet over een verwegland, waar dit fenomeen helaas nog veel te vaak aan de orde is. Al met al best een alarmerend bericht, zeker als je bedenkt dat de vergrijzing alleen maar toeneemt. En daarmee dus ook het aantal gezondheidsproblemen ten gevolge van ondervoeding.

Jos Borkent (Wageningen University & Research) concludeert in zijn proefschrift dat ruim 13% van de nog thuiswonende mensen van 65 jaar en ouder ondervoed is. Ze eten te weinig, met als gevolg een te lage BMI, gewichtsverlies en te weinig spiermassa. Bij bewoners van verpleeghuizen is dit probleem nog groter: 80% van de bewoners blijkt niet voldoende eiwitten en calorieën binnen te krijgen. Een opmerkelijk feit, omdat bij de thuiswonende groep ondervoeding een eindstation is van een proces, aldus Borkent. Door bijvoorbeeld het overlijden van een partner (en dan niet meer willen koken voor zich zelf of het simpelweg nooit geleerd hebben) kiezen mensen gemakkelijk voor kant-en-klaar maaltijden of een boterham.

Het ligt dus voor de hand om te denken dat de mensen die in een verpleeghuis wonen hier geen last van hebben. Zij krijgen immers hun warme prak dagelijks geserveerd uit de centrale keuken. Jammer genoeg blijkt hier echter vaak geen kok aan het roer te staan die verstand heeft van evenwichtig samengestelde en smakelijke maaltijden. Hier valt nog een hoop winst ter behalen door inkopers en keukenmedewerkers beter te scholen op voedingsgebied.

‘Dit is niet op te lossen met een extra plakje kaas’
De onderzoeker stelt dat de eiwit- en energie-inname dusdanig beneden peil is dat je je de vraag kunt stellen of je nog moet willen dat mensen in de laatste fase van hun leven ‘optimaal’ gaan eten. “Ondervoeding is een ziekte”, aldus Jos Borkent en als iemand niet meer anders (= beter) wil eten dan is dat een vrije keus.

Eerlijk gezegd vind ik dit een nogal boude uitspraak. Als iemand ondervoed is – en in het verhaal van Borkent gaat het dan nog alleen over macronutriënten – dan is een logische conclusie dat de status van de micronutriënten eveneens onder de maat is. Alles bij elkaar kan dit zeker leiden tot een fysieke en mentale degeneratie, waardoor iemands levenslust (ongewild) langzaam maar zeker verdwijnt. En dan is er van ‘een vrije keus’ geen sprake meer.

(HH)

Archief 2022
Archief 2021
Archief 2020
Archief 2019
Archief 2018
Archief 2017