Krillolie

Krill is een klein, garnaalachtig schaaldiertje dat leeft in de zeeën rond de noord- en zuidpool. Het Antarctisch krill (Euphausia superba) leeft in de koudste wateren op aarde en voedt zich met omega-3 rijke algen die onderaan het pakijs groeien. De celmembranen van Antarctisch krill bevatten hoge concentraties van de omega-3 vetzuren DHA en EPA, waardoor ze ook in de extreem koude oceaan vloeibaar blijven en kunnen blijven functioneren. Krill wordt op zijn beurt gegeten door zeedieren die hoger in de voedselketen staan, zoals vissen, zeehonden en pinguïns. De omega-3 vetzuren die visolie zo gezond maken worden dus niet door de vissen zelf geproduceerd maar zijn afkomstig uit krill.
In visolie zijn de omega-3 vetzuren opgeslagen in triglyceriden, terwijl EPA en DHA in krillolie grotendeels zijn opgeslagen in fosfolipiden. Krillolie bevat meer dan 40% fosfolipiden, voor-namelijk fosfatidylcholine (85%), meer dan 22% EPA en DHA, ruim 13% palmitinezuur en 6-10% oliezuur. Bovendien bevat het een aantal antioxidanten: astaxanthine, vitamine A, vitamine E en een bijzondere flavonoïde die lijkt op 6,8-di-C glucosyl luteoline.
Astaxanthine, de carotenoïde die de olie zijn oranjerode kleur geeft, maakt krillolie beter houdbaar door de effectieve bescherming tegen oxidatieschade. In hogere doseringen blijkt astaxanthine een gunstig effect te kunnen hebben op onder andere hart- en vaatziekten en neurodegeneratieve aandoeningen.
Met zijn hoge gehalte aan fosfolipiden kan krillolie een bijdrage leveren aan een goede voorziening met deze voor de lichaamscellen zo belangrijke bestanddelen. Fosfolipiden spelen een grote rol bij het goed functioneren van de celmembranen, met name bij het transport van moleculen door de celmembraan.
Daarnaast is krillolie een goede bron van choline, een belangrijke nutriënt voor het hart, de lever, de hersenfuncties en de ontwikkeling van het zenuwstelsel bij het ongeboren kind. Ook is choline van belang voor de aanmaak van de neurotransmitter acetylcholine. Grote delen van de bevolking krijgen echter dagelijks minder choline binnen dan de door de American Medical Association vastgestelde adequate inname.

Meerdere onderzoeken hebben laten zien dat EPA en DHA gebonden aan fosfolipiden beter worden opgenomen dan als ze gebonden zijn aan triglyceriden.
In een Koreaans onderzoek kregen ratten dagelijks 500 mg krillolie of visolie. Na twee weken waren de EPA- en DHA-waarden in het brein van de ratten die krillolie hadden gekregen iets hoger dan bij de ratten die visolie hadden gekregen. Dit ondanks het feit dat het omega-3-gehalte van krillolie lager is dan van visolie.
In een Amerikaans dubbelblind gerandomiseerd onderzoek kregen 76 obesitaspatiënten en mensen met overgewicht dagelijks 2 g krillolie (216 mg EPA, 90 mg DHA), 2 g visolie (212 mg EPA, 178 mg DHA) of 2 g olijfolie (placebo). Na vier weken was de gemiddelde plasmawaarde van EPA in de krilloliegroep meer verhoogd dan in de visoliegroep (377 µmol/l resp. 293 µmol/l). Hoewel de krillolie slechts half zoveel DHA leverde als de visolie was de verhoging van de DHA-plasmawaarden in beide groepen praktisch gelijk (476 µmol/l resp. 478 µmol/l).
Tien Australische vrouwen (18-45 jaar) kregen na een vetrijk ontbijt 5 g krillolie, visolie of olijfolie (controle). Gedurende vijf uur werden elk uur bloedmonsters genomen en vergeleken met een monster van voor het ontbijt. Twee uur na inname waren de plasmawaarden EPA in de visolie- en krilloliegroep significant in gelijke mate toegenomen. Ook hier wijzen de onderzoekers erop dat de dosering krillolie weliswaar minder (907 mg) omega-3 vetzuren bevatte dan de visolie (1441 mg) maar toch het EPA-gehalte even sterk verhoogde.
In een Italiaanse studie resulteerde een maand lang krilloliesuppletie (250 mg DHA en 70 mg EPA per dag) in een significante verhoging van het gehalte van deze omega-3 vetzuren in borstvoeding van moeders met te vroeg geboren baby’s.

Dyslipidemie
Aan een Canadese dubbelblinde gerandomiseerde studie namen 120 patiënten (leeftijd 25-75 jaar) met matig tot zeer verhoogde bloedwaarden van cholesterol en triglyceriden deel. De patiënten kregen 3 maanden lang, eventueel naast hun cholesterolverlagende medicatie, dagelijks ofwel 2-3 g krillolie (groep A), 1-1,5 g krillolie gevolgd door een onderhoudsdosering van 500 mg gedurende nog eens 3 maanden (groep B), 3 g visolie (groep C) of een placebo (groep D). De hoogte van de doseringen krillolie waren afhankelijk van de BMI: patiënten met een BMI > 30 kregen de hoge dosering, de lagere dosering was voor degenen met een BMI < 30.
Na de interventieperiode waren in beide krilloliegroepen diverse parameters aanzienlijk verbeterd: triglyceriden – 27,2% (A) en – 11,2% (B), totaalcholesterol – 18% (A) en – 13,5% (B), LDL – 38% (A) en – 32,9% (B) en HDL + 56,9% (A) en + 43,6%. Met de lagere onderhoudsdosering konden de patiënten in groep B de gunstige veranderingen vasthouden en of zelfs nog wat verbeteren. De positieve veranderingen in de visoliegroep (C) waren zeer veel bescheidener.
In een soortgelijk onderzoek kregen 267 patiënten met te hoge nuchtere bloedwaarden voor triglyceriden krilloliesuppletie (0,5, 1, 2 of 4 g/dag) of een placebo (olijfolie). Na 3 maanden waren de triglyceridenwaarden van patiënten die krillolie hadden gekregen gemiddeld 10,2% lager dan in de placebogroep. Bovendien was de omega-3-index (percentage EPA en DHA ten opzichte van de totale hoeveelheid vetzuren in celmembranen van rode bloedcellen) significant toegenomen. Bij een inname van 4 g krillolie per dag steeg de index van 3,7 naar 6,3%. Volgens de onderzoekers werden dergelijke stijgingen in andere onderzoeken in verband gebracht met een sterke risicovermindering (- 80-90%) op een plotselinge hartstilstand.
Ook uit een meta-analyse van zeven onderzoeken met in totaal 662 deelnemers komt naar voren dat krillolie plasmaconcentraties van LDL en triglyceriden significant verlaagt. Daarnaast wordt het HDL significant verhoogd, maar in deze review wordt slechts een niet-significante verlaging van het totaalcholesterol gevonden.

Ontstekingsremmer
Krillolie blijkt ook een uitstekende ontstekingsremmer. Zwitserse onderzoekers hebben vast-gesteld dat bij muizen met reumatoïde artritis een dieet verrijkt met krillolie de zwelling van de achterpoten deed afnemen en klinische artritissymptomen verminderde. Tevens werden minder ontstekingscellen aangetroffen in het gezwollen gewricht en de synoviale laag, vergeleken met muizen die geen krillolie hadden gekregen.
In een Canadees onderzoek is gekeken naar het effect van krillolie op C-reactief proteïne (CRP; ontstekingsmarker) bij mensen met chronische ontsteking en naar het effect op artrose en artritis. 90 patiënten (gemiddelde leeftijd 55 jaar) met een gediagnosticeerde cardiovasculaire aandoening en/of reumatoïde artritis en/of artrose kregen dagelijks in de ochtend 300 mg krillolie of een placebo. In noodgevallen mochten ze paracetamol nemen tegen de pijn. Alle patiënten hadden bij het begin van de interventie een CRP-waarde van meer dan 1 mg/dl. Al na een week krilloliesuppletie was de CRP-waarde gedaald met 19,3%, terwijl deze in de placebogroep juist was gestegen met 15,7%. Na een maand suppletie was de CRP-waarde verder gedaald met 30,9% en in de placebogroep gestegen met 25,1%. Daarnaast zorgde krillolie voor significant lagere WOMAC (Western Ontario and McMaster Universities Osteo-arthritis Index)-scores bij de artritis- en artrosepatiënten. Na een week suppletie was de score voor pijn gedaald met 28,9% (38,3% na een maand), voor stijfheid met 20,3% (39,1% na een maand) en voor functionele beperking met 22,8% (20,3% na een maand). Dat de patiënten die krillolie kregen aanzienlijk minder pijn hadden bleek ook uit het feit dat in deze groep significant minder pijnstillers werden gebruikt in vergelijking met de placebogroep.
Uit in-vitro onderzoek komt naar voren dat krillolie ontstekingsprocessen in darmweefsel kan remmen door het verbeteren van de epitheliale barrière-integriteit en de celoverleving en het verminderen van de pathogeniteit van adherent-invasieve E. coli (AIEC; een subgroep E. coli-bacteriën die epitheelcellen van de darm kunnen binnenvallen en zich intracellulair vermenigvuldigen).

PMS
Wetenschappers van de universiteit van Montreal hebben de mogelijke effecten van krillolie op premenstrueel syndroom (PMS) en menstruatiepijn (dysmenorroe) onderzocht. Aan de studie namen 70 vruchtbare vrouwen (gemiddelde leeftijd 32,5 jaar) met gediagnosticeerde PMS deel. Gedurende de eerste maand kregen ze tweemaal daags 1 g krillolie of 1 g visolie. In de twee volgende maanden namen de vrouwen alleen gedurende 8 dagen voorafgaand aan en 2 dagen tijdens hun menstruatie de krill- of visolie. Aan het begin, op dag 45 en op dag 90 konden ze op een vragenlijst invullen van welke premenstruele symptomen ze last hadden en in welke mate. Verder moesten ze aangeven hoeveel pijnstillers ze hadden geslikt vanwege menstruatiepijn.
De vrouwen die krillolie kregen hadden significant minder last van gevoelige borsten, buikpijn, gewichtstoename, opgeblazen gevoel en pijn in de gewrichten. Bovendien waren ze minder snel geïrriteerd, depressief of gestrest. In de visoliegroep werden ook positieve resultaten gemeld: minder gewichtstoename en buikpijn. In beide groepen nam het gebruik van pijn-stillers gedurende de 10 dagen rond de menstruatie af, zij het sterker bij de vrouwen die krillolie kregen.

Alzheimer/dementie
In een onderzoek met muizen bleek krillolie bescherming te bieden tegen de ziekte van Alzheimer. Krillolie remde de stapeling van bèta-amyloïd in de hippocampus door het verminderen van malondialdehyde (marker van oxidatieve stress) en 7,8-dihydro-8-oxoguanine (biomarker van Alzheimer) en het vergroten van de activiteit van superoxide dismutase en glutathion peroxidase. Bovendien verbeterde krillolie de cognitieve functies en verminderde angst bij de muizen.
In een onderzoek met 899 bejaarden (gemiddelde leeftijd 76 jaar) bleken de plasmawaarden van fosfatidylcholine-DHA, de vorm van DHA die ook aanwezig is in krillolie, gerelateerd met de kans op dementie of Alzheimer. Degenen in het kwartiel van de hoogste plasmawaarden hadden 47% minder kans op het ontwikkelen van dementie en 39% minder kans op het ontwikkelen van Alzheimer dan degenen in de drie kwartielen met lagere plasmawaarden.
Apolipoproteïne E4 (ApoE4) is naast ouderdom de belangrijkste risicofactor voor Alzheimer. In een recente publicatie wordt gesteld dat bij dragers van ApoE4 dit gen de passage van vrij, niet veresterd DHA door de bloedhersenbarrière (passieve diffusie via tight junctions) hindert, maar niet de passage van DHA gebonden aan fosfolipiden (transcellulaire passage). Te lage DHA-waarden in de hersenen bevorderen de processen die kenmerkend zijn voor Alzheimer: stapeling van bèta-amyloïd, vorming van neurofibrillaire (tau) tangles en verminderde glucoseopname. Krillolie, in tegenstelling tot visolie rijk aan DHA in fosfolipiden, zou dus het risico op Alzheimer bij ApoE4-dragers kunnen verkleinen.

Droge ogen
In een Australische studie kregen 54 patiënten met milde tot matige symptomen van droge ogen (keratoconjunctivitis sicca) 3 maanden lang krillolie (945 mg EPA, 510 mg DHA), visolie (1000 mg EPA, 500 mg DHA) of een placebo (olijfolie). Zowel krillolie- als visoliesuppletie zorgde voor een daling van de osmolariteit van traanvocht en verbeteringen ten aanzien van verdamping van traanvocht en roodheid van de ogen in vergelijking met placebo. De OSDI (Ocular Surface Disease Index; vragenlijst om de ernst van droge ogen te meten)-score was alleen gedaald bij degenen die krillolie hadden gekregen. Bovendien was er in die groep sprake van een significante afname van de pro-inflammatoire cytokine IL-17A in traanvocht.

Bronnen

  • Krill Oil Monograph; Alternative Medicine Review 15(1):84-86, 2010.
  • Bos C: Krillolie, leverancier van omega-3 vetzuren met een hoge biobeschikbaarheid; Tijdschrift voor Orthomoleculaire Geneeskunde 25(4):3-9, 2010.
  • Hoem N: Composition of Antarctic krill oil and methods for its harvesting, production and qualitative analysis; Aker BioMarine, 2013.
  • Kidd PM: Omega-3 DHA and EPA for cognition, behavior, and mood: clinical findings and structural-functional synergies with cell membrane phospholipids; Alternative Medicine Review 12(3):207-227, 2007.
  • Wallace TC, Fulgoni VL: Usual Choline Intakes Are Associated with Egg and Protein Food Consumption in the United States; Nutrients 9(8) pii: E839, 2017.
  • Vennemann FB et al.: Dietary intake and food sources of choline in European populations; British Journal of Nutrition 114(12):2046-2055, 2015.
  • Ulven SM, Holven KB: Comparison of bioavailability of krill oil versus fish oil and health effect; Vascular Health and Risk Management 11:511-524, 2015.
  • Ahn SH et al.: Absorption rate of krill oil and fish oil in blood and brain of rats; Lipids in Health and Disease 17(1):162, 2018.
  • Maki KC et al.: Krill oil supplementation increases plasma concentrations of eicosapentaenoic and docosahexaenoic acids in overweight and obese men and women; Nutrition Research 29(9):609-615, 2009.
  • Sung HH et al.: Postprandial long-chain n-3 polyunsaturated fatty acid response to krill oil and fish oil consumption in healthy women: a randomised controlled, single-dose, crossover study; Asia Pacific Journal of Clinical Nutrition 27(1):148-157, 2018.
  • Cimatti AG et al.: Maternal Supplementation With Krill Oil During Breastfeeding and Long-Chain Polyunsaturated Fatty Acids (LCPUFAs) Composition of Human Milk: A Feasibility Study; Frontiers in Pediatrics 6:407, 2018.
  • Bunea R et al: Evaluation of the effects of Neptune Krill Oil on the clinical course of hyperlipidemia; Alternative Medicine Review 9(4):420-428, 2004.
  • Berge K et al.: Krill oil supplementation lowers serum triglycerides without increasing low-density lipoprotein cholesterol in adults with borderline high or high triglyceride levels; Nutrition Research 34(2):126-133, 2014.
  • Ursoniu S et al.: Lipid-modifying effects of krill oil in humans: systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials; Nutrition Reviews 75(5):361-373, 2017.
  • Ierna M et al.: Supplementation of diet with krill oil protects against experimental rheumatoid arthritis; BMC Musculoskeletal Disorders 11:136, 2010.
  • Deutsch L: Evaluation of the effect of Neptune Krill Oil on chronic inflammation and arthritic symptoms; Journal of the American College of Nutrition 26(1):39-48, 2007.
  • Costanzo M et al.: Krill oil reduces intestinal inflammation by improving epithelial integrity and impairing adherent-invasive Escherichia coli pathogenicity; Digestive and Liver Disease 48(1):34-42, 2016.
  • Sampalis F et al.: Evaluation of the effects of Neptune Krill Oil on the management of premenstrual syndrome and dysmenorrhea; Alternative Medicine Review 8(2):171-179, 2003.
  • Li Q et al.: The Protective Effect of Antarctic Krill Oil on Cognitive Function by Inhibiting Oxidative Stress in the Brain of Senescence-Accelerated Prone Mouse Strain 8 (SAMP8) Mice; Journal of Food Science 83(2):543-551, 2018.
  • Schaefer EJ et al.: Plasma phosphatidylcholine docosahexaenoic acid content and risk of dementia and Alzheimer disease: the Framingham Heart Study; Archives of Neurology 63(11):1545-1550, 2006.
  • Patrick RP: Role of phosphatidylcholine-DHA in preventing APOE4-associated Alzheimer’s disease; FASEB Journal 33(2):1554-1564, 2019.
  • Deinema LA et al.: A Randomized, Double-Masked, Placebo-Controlled Clinical Trial of Two Forms of Omega-3 Supplements for Treating Dry Eye Disease; Ophthalmology 124(1):43-52, 2017.

< Terug