L-carnosine

L-carnosine (bèta-alanyl-L-histidine) is een dipeptide, een molecuul van twee aminozuren (bèta-alanine en L-histidine) die via een enkele peptidebinding met elkaar zijn verbonden. Carnosine komt in grote hoeveelheden voor in spierweefsel, maar ook in de hersenen (kan de bloed-hersenbarrière passeren) en zenuwen, de nieren en de ooglens. Met het klimmen der jaren nemen de carnosinewaarden in het lichaam af. Bij de mens neemt in de periode van 10 tot 70 jaar de hoeveelheid carnosine in spierweefsel af met 63%. De afname van spiermassa en -functie bij ouderen zou daarvan het gevolg kunnen zijn. Vlees is de belangrijkste voedingsbron van L-carnosine, en in mindere mate vis en gevogelte. Plantaardig voedsel bevat geen carnosine. Daarom bevat het spierweefsel van vegetariërs zo’n 50% minder carnosine dan dat van vleeseters.
Uit talloze onderzoeken is naar voren gekomen dat L-carnosine een bijzonder krachtige remmer van verouderingsprocessen is. De dipeptide is niet alleen een krachtige antioxidant en vrije radicalen vanger, maar remt tevens glycatie van eiwitten, activeert membraanenzymen en stimuleert het immuunsysteem. Daarnaast kan carnosine een gunstig effect hebben op degeneratieve aandoeningen die samenhangen met veroudering, oxidatieve stress of AGE’s (Advanced Glycation Endproducts).

Oxidatie
Oxidatie in cellen en weefsels levert een belangrijke bijdrage aan de veroudering van organismen. Carnosine neutraliseert zuurstof- en stikstofradicalen, remt hun schadelijke effect op vetcellen en DNA en verbetert zowel de enzymatische als de non-enzymatische antioxidant activiteit.
Disfunctionele mitochondriën versnellen het verouderingsproces. Lichaamscellen krijgen niet meer de benodigde energie (ATP) en de oxidatieve belasting neemt toe doordat de mitochondriën hun efficiëntie verliezen. Carnosine helpt de aftakeling van mitochondriën tegen te gaan, met name in de hersenen waar disfunctionele mitochondriën een rol spelen bij de ontwikkeling van Alzheimer en andere neurodegeneratieve aandoeningen.
In een Turks onderzoek kregen jonge en oude ratten dagelijks carnosine (250 mg/kg lichaamsgewicht, intraperitoneaal). Na een maand was bij de oude ratten de oxidatieve stress in de lever verminderd en waren de bloedwaarden van glutathion en de activiteit van de antioxidant enzymen SOD (superoxide dismutase) en GPx (glutathionperoxidase) hersteld. Ook Koreaanse onderzoekers vonden dat toevoeging van L-carnosine (0,5%) aan de voeding van ratten gedurende zes weken resulteerde in een verhoogde activiteit van SOD en GPx. Bovendien nam de lipide peroxidatie in serum, lever en huid af en verbeterde het bloedlipidenprofiel.
Uit ander onderzoek met ratten blijkt dat carnosine de omzetting van cortisol en noradrenaline in het bloed van gestreste dieren versnelt. Een afname van stresshormonen in het bloed vermindert oxidatieve stress.

Stapeling van metalen
Bij oxidatieprocessen kunnen organisch gebonden zink en koper uit enzymen en transportmoleculen vrijkomen. Deze vrije koper- en zinkionen veroorzaken grote schade doordat zij de vorming van zeer reactieve zuurstofverbindingen (hydroxylradicalen) bevorderen. L-carnosine kan de vrije metaalionen echter cheleren tot gunstige organische matrices. Met koperionen vormt het een antioxidant complex met SOD-werking. Met zinkionen vormt L-carnosine een complex met wondgenezende eigenschappen. Zo wordt het in Japan als medicijn (Polaprezinc) ingezet voor de behandeling van maagzweren. Het zink-carnosinecomplex remt de groei van Helicobacter pylori die maagzweren, ontstekingen van het maagslijmvlies en twaalfvingerige darm en zelfs maakanker kan veroorzaken. In de maag en twaalfvingerige darm slaat het neer op zweren en ontleedt in zink en L-carnosine. De plaatselijk hoge concentratie carnosine werkt sterk wondgenezend. Bij inname van alleen L-carnosine wordt deze hoge concentratie niet bereikt omdat de carnosine zich dan over de gehele maagwand verspreidt. L-carnosine beschermt de oppervlaktecellen van de maagwand en de wand van de twaalfvingerige darm tegen irriterende stoffen en bevordert het herstel van beschadigde plekken.
Verder is carnosine in onderzoeken succesvol toegepast bij de behandeling van decubitus, slokdarmontsteking, proctitis en dermatitis als gevolg van radiotherapie. Het cheleert tevens toxische zware metalen, zoals cadmium, kwik, lood en arseen, en bevordert dus hun afvoer uit het lichaam.

AGE’s en cross-linking
Glycatie, de verankering van suikergroepen (carbonylgroepen) aan vetten, eiwitten of enzymen die daardoor degenereren, is eveneens een belangrijke oorzaak van veroudering. Deze AGE’s veroorzaken oxidatieve stress en wakkeren ontstekingsreacties aan die het verouderingsproces versnellen. Door te reageren met carbonylbestanddelen (aldehyden en ketonen) en zelf glycatie te ondergaan beschermt carnosine vitale weefsels en voorkomt de vorming van AGE’s.
Cross-linking van AGE’s vloeit voort uit stapeling van oxidatieschade en glycatie in jongere jaren waardoor de weefsels hun flexibiliteit verliezen. Proteasomen zijn eiwitcomplexen die deze gedegenereerde eiwitten onschadelijk maken. Met het klimmen der jaren neemt de activiteit van de proteasomen echter af, waardoor de disfunctionele eiwitten zich ophopen en ze het goed functioneren van cellen gaan hinderen. Carnosine kan reageren met deze disfunctionele eiwitten (‘carnosinylatie’) en hun eliminatie bespoedigen.
Een recente literatuurstudie bevestigt de antiglycatie-eigenschappen van carnosine en dat deze dipeptide de vorming van AGE’s en cross-linking kan voorkomen.
In-vitro blijkt L-carnosine ook bij uitwendig gebruik AGE-vorming en daarmee veroudering van huidcellen te remmen. Carnosine verwerkt in een crème (met andere anti-aging bestanddelen) scoorde beter dan opgelost in water.

Bij elke celdeling worden de telomeren korter.
Bron: Wikipedia

Telomeren
Telomeren zijn repeterende stukjes DNA aan de uiteinden van chromosomen. Ze beschermen het DNA en functioneren als een soort cellulaire klok. Bij elke celdeling worden de telomeren iets korter. Hoe korter de telomeren worden, des te minder bescherming ze kunnen bieden en des te groter de kans op DNA-schade. Na circa 50-60 celdelingen (bij de mens) zijn de telomeren zo kort geworden dat de cel zich niet meer kan delen en deze in apoptose gaat. Carnosine activeert het enzym telomerase dat telomeren kan verlengen, schade kan verminderen en het korter worden kan vertragen. Als de telomeerlengte behouden blijft, kan de cel zich blijven delen zonder dood te gaan.
Carnosine blijkt in-vitro inderdaad in staat om de veroudering van cellen te vertragen en verkorting en beschadiging van telomeren te verminderen. In een medium met carnosine wordt de veroudering van oude fibroblasten (belangrijkste bindweefselcellen) geremd en ondergaan fibroblasten die de ouderdom naderen een verjongingskuur.

Inspanning
L-carnosine speelt een belangrijke rol bij de werking van spieren. Het bindt van nature het melkzuur in spieren dat ontstaat bij (intensieve) inspanning en stelt zodoende verzuring, kramp en spierpijn uit. Stapeling van melkzuur in de spieren zorgt voor vermoeidheid en pijn. Hogere spierconcentraties carnosine kunnen betere sportprestaties bewerkstelligen. In een studie met 18 Belgische toproeiers leidde een toename van het carnosinegehalte in de spieren (+ 45,3% in de scholspier, + 28,2% in de tweehoofdige kuitspier) tot een 4,6 seconden snellere tijd bij een ergometertest over 2.000 meter.
In een Japans onderzoek met 11 gezonde mannen bleek de spierconcentratie L-carnosine significant gecorreleerd met de krachtontwikkeling per eenheid lichaamsmassa bij een sprint op een ergometer gedurende 30 seconden.
Bij een groep van 26 ouderen (gemiddelde leeftijd 72,8 jaar) zorgde een verhoging van de spierconcentratie carnosine (door middel van suppletie met bèta-alanine, een voorloper van carnosine) voor een verhoging van de vermoeidheidsdrempel bij inspanning met 28,6%.
Chronische obstructieve longziekten (COPD) kenmerken zich onder andere door verlies van spierfunctie in de onderste ledematen als gevolg van benauwdheid, vermoeidheid en oxida-tieve stress. Ook blijkt het carnosinegehalte in de spieren van COPD-patiënten lager dan bij gezonde ouderen. In een Nederlandse studie wordt nu onderzocht of bèta-alanine-suppletie, al dan niet in combinatie met inspanningstraining, de spierfunctie en het inspanningsvermo-gen van COPD-patiënten kan verbeteren.
Aan een Italiaans onderzoek namen 50 patiënten met stabiel systolisch hartfalen (niet krachtig genoeg samentrekken van de hartspier waardoor veel minder bloed wordt rondgepompt) en met optimaal afgestemde medicatie deel. De ene helft kreeg dagelijks 500 mg L-carnosine de andere helft alleen de standaardmedicatie (controlegroep). Na 6 maanden carnosinesuppletie scoorden de patiënten beter op de 6 minuten wandeltest dan in de periode voor de suppletie. Daarnaast gaven ze aan dat hun kwaliteit van leven wat betreft mobiliteit, zelfzorg, dagelijkse activiteiten, pijn/ongemak en angst/depressie was verbeterd. Vergeleken met de controlegroep zorgde L-carnosine bovendien voor een betere VO2max (het maximale volume zuurstofgas dat het menselijk lichaam per tijdseenheid kan transporteren en metaboliseren bij lichamelijke inspanning; indicatie van iemands fysieke conditie), een hogere anaerobe drempel (punt waarop bij een inspanning de VO2max is bereikt en het lichaam niet meer voldoende zuurstof opneemt om het melkzuur dat bij verbranding van glycogeen vrijkomt te neutraliseren) en een grotere fysieke piekbelasting.

Diabetes
Type II-diabetes wordt gekenmerkt door hyperglycemie als gevolg van insulineresistentie. Zo’n 50% van de diabetespatiënten krijgt te maken met zgn. diabetescomplicaties, zoals vaatcomplicaties, nefropathie of neuropathische pijn. Uit recente studies blijkt echter dat er een dieper gelegen oorzaak is voor de symptomen van type II-diabetes en de complicaties. Eerder was al vastgesteld dat patiënten bij wie de bloedsuikerspiegel weer was genormaliseerd toch nog diabetescomplicaties kregen. Uit meerdere studies is gebleken dat de bij diabetespatiënten gebruikelijke verhoogde waarden van de metaboliet methylglyoxaal in belangrijke mate bijdragen aan het ontstaan van diabetescomplicaties. Onderzoekers van de universiteit van Heidelberg (Duitsland) hebben nu ontdekt dat methylglyoxaal ook een van de onderliggende oorzaken van type II-diabetes zelf is. Methylglyoxaal (pyruvaataldehyde) is een pro-oxidant die aanzet tot de vorming van reactieve zuurstofverbindingen, sterk cytotoxisch is en betrokken is bij de vorming van AGE’s.
L-carnosine kan langs meerdere wegen de schadelijke effecten van methylglyoxaal remmen en daarmee het beloop van type II-diabetes en complicaties gunstig beïnvloeden. In-vitro voorkomt carnosine eiwitmodificatie door methylglyoxaal of met behulp van methylglyoxaal gevormde AGE’s.
In een Turks onderzoek kregen ratten 10 weken lang naast steeds hogere doses methylglyoxaal dagelijks 250 mg/kg L-carnosine. L-carnosine remde de door methylglyoxaal veroorzaakte oxidatieve stress in plasma en de lever.
Aan een gerandomiseerde, dubbelblinde klinische studie van de universiteit van Tabriz (Iran) namen 54 patiënten met type II-diabetes deel. De ene helft kreeg tweemaal daags 500 mg L-carnosine en de andere helft een placebo. Na 12 weken was in de interventiegroep de vetmassa significant gedaald en de vetvrije massa toegenomen in vergelijking met de placebogroep. Carnosinesuppletie zorgde tevens voor een significante verlaging van de nuchtere bloedsuiker, HbA1c (geglyceerd hemoglobine) en de plasmawaarden van triglyceriden, carboxymethyllysine (AGE) en de ontstekingsbevorderende cytokine TNF-α. Bovendien was in de carnosinegroep de serumwaarde van een andere AGE, pentosidine, significant lager dan voor de start van de suppletie.
In een Egyptische studie kregen 90 kinderen met type I-diabetes en nierschade (diabetische nefropathie) dagelijks ofwel 1 g L-carnosine ofwel een placebo. Na 12 weken was in de carnosinegroep sprake van een significante afname van de waarden van HbA1c, albumine in de urine en malondialdehyde, terwijl de antioxidant capaciteit significant was toegenomen in vergelijking met de uitgangssituatie en met placebo. Volgens de onderzoekers verbetert L-carnosine de glycemische controle, de nierfunctie en oxidatieve stress, waardoor het een veilig en effectief middel is voor de behandeling van diabetische nefropathie bij kinderen.

Neurologische aandoeningen
Zuurstof- en stikstof-radicalen, koper- en zinkionen, oxidatie en glycatie van vetten en eiwitten, reactieve aldehyden, disfunctionele mitochondriën en cross-linking van eiwitten in de hersenen dragen allemaal bij aan neurologische achteruitgang. Een overmaat aan koper- en zinkionen stimuleert de aanmaak van bèta-amyloïd plaques en proteïnen die bij Alzheimer en Parkinson worden gezien. Door de vorming van bèta-amyloïd plaques wordt de communicatie tussen hersencellen moeizamer. Verlies van reukzin en oxidatieve schade aan hersenweefsels die zijn betrokken bij de reukzin (olfactorische cortex) behoren tot de vroege symptomen van Alzheimer en Parkinson. Onder normale omstandigheden is de olfactorische cortex rijk aan carnosine en zink.
L-carnosine grijpt in op een groot aantal neurodegeneratieve processen: het cheleert of bindt zich aan metaalionen, onderdrukt de toxiciteit van bèta-amyloïd, remt de vorming van zuurstofradicalen, maakt hydroxylradicalen en reactieve aldehyden onschadelijk en onderdrukt de eiwitglycatie.
In een Italiaanse studie kregen ratten met Alzheimer 10 mM (ca. 2,2 g/l) L-carnosine in drinkwater gedurende een periode van 11-13 maanden. Carnosinesuppletie verminderde in sterke mate de afzetting van bèta-amyloïd plaques in de hippocampus en herstelde disfunctionele mitochondriën, maar had nauwelijks effect op de verminderde cognitie.
Bij ratten met de ziekte van Parkinson blijkt suppletie met L-carnosine apoptose van hersenendotheelcellen te verminderen, de waarden van antioxidant enzymen te herstellen en lipide peroxidatie en van mitochondriën afkomstige zuurstofradicalen te verminderen.

Hoewel zink in de hersenen een voorname rol speelt bij de prikkelgeleiding en leer- en geheugenprocessen, en dus in ruime mate aanwezig is, kan een overmaat neurotoxisch werken. Te hoge waarden van zink(ionen) in de hersenen spelen ook een rol bij het ontstaan van vasculaire dementie en prionziekten, zoals de ziekte van Creutzfeldt-Jakob. Prionen zijn abnormaal gevouwen prioneiwitten die hun oorspronkelijke functie hebben verloren en niet meer als eiwitten kunnen worden afgebroken. Bij contact met normale prioneiwitten zetten ze deze aan om ook over te gaan tot abnormale vouwing. Hierdoor ontstaat een kettingreactie in de cel waarbij uiteindelijk alle prioneiwitten in de abnormale, niet-functionele configuratie verkeren en gaan samenklitten. Hierdoor gaan aangetaste zenuwcellen uiteindelijk dood en ontstaan neurologische verschijnselen die uiteindelijk tot de dood leiden.
Doorbloedingsstoornissen in de hersenen leiden tot het vrijkomen van een overmaat aan zink. Hierdoor raken de mitochondriën ontregeld, hapert de energievoorziening en ontstaat oxidatieve en zgn. ER-stress. Het endoplasmatisch reticulum (ER) is een celorganel die onder andere belangrijk is voor de eiwitvorming in de cel. Door ER-stress neemt het aantal ongevouwen of verkeerd gevouwen eiwitten toe, waarop de cel reageert met de unfolded protein response. Dit oeroverlevingsmechanisme probeert de schade te beperken, maar als de schade te groot is of de ER-stress te lang duurt, stuurt het proces aan op apoptose. Oxidatieve en ER-stress leiden tot neurodegeneratie en celdood, zoals wordt gezien bij vasculaire dementie.
L-carnosine blijkt in-vitro in staat om apoptose-processen als gevolg van ER-stress door een overmaat aan zink te blokkeren. Tevens zijn er aanwijzingen dat carnosine cross-linking van ziekmakende prioneiwitten tegengaat. In elk geval is in-vitro vastgesteld dat carnosine de neurotoxiciteit van prioneiwitten vermindert.

Reumatoïde artritis
L-carnosine kan ook zinvol zijn bij reumatoïde artritis. In-vitro blijkt het chondrocyten (kraakbeencellen) te beschermen tegen oxidatie. Tevens beschermt carnosine hyaluronzuur effectiever tegen aantasting door vrije radicalen dan het medicijn methotrexaat. Bij ratten met adjuvant artritis (auto-immuun artritis bij ratten die veel overeenkomsten vertoont met reumatoïde artritis bij de mens) had carnosine in een Slowaakse studie een ontstekingsremmende werking en verminderde de zwelling van de achterpoten. Bovendien daalden de plasmawaarden van proteïnecarbynolen (biomarkers van oxidatieve stress) en TBARS (bijproducten van lipide peroxidatie).
Reumatoïde artritis gaat gepaard met verhoogde waarden van markers van oxidatieve stress (malondialdehyde, 4-hydroxynonenal, eiwitcarbonyl) in de hersenen. Carnosinesuppletie blijkt bij ratten de vet- en eiwitoxidatie in de hersenen te remmen.
In een onderzoek van dezelfde Slowaakse onderzoeksgroep werden de werking van liposomale L-carnosine (subcutaan) en niet-liposomale L-carnosine (oraal) met elkaar vergeleken. Beide toedieningsvormen lieten de hierboven beschreven gunstige effecten zien, maar liposomale L-carnosine presteerde beter: krachtigere remming van de pro-inflammatoire cytokine MCP-1 en minder oxidatieve stress in plasma. Bovendien verminderde liposomale L-carnosine als enige de mRNA expressie van de ontstekingsmediator iNOS (induceerbaar stikstof oxide synthase).

Overige
Autisme – In een Amerikaans onderzoek kregen 31 kinderen met autisme spectrum stoornis dagelijks 800 mg L-carnosine of een placebo. Na 8 weken was de Gilliam Autism Rating Scale (graadmeter om de ernst van autisme vast te stellen) bij de kinderen die carnosine kregen significant verbeterd, onder meer wat betreft communicatie, socialisatie en gedrag. Iraanse onderzoekers daarentegen zagen geen effect van dagelijks 500 mg L-carnosine ten opzichte van een placebo op de ernst van autismesymptomen bij 41 autistische kinderen. Wel zorgde carnosine hier voor een significante vermindering van slaapstoornissen.
Nieren – L-carnosine beschermt de nieren van ratten tegen nefrotoxiciteit door natriumnitriet. Natriumnitriet is een conserveermiddel (E250) dat veelvuldig wordt toegepast (gaat botulisme tegen) in vlees(waren) en waaraan mens en dier in toenemende mate worden blootgesteld. Natriumnitriet is echter ook een krachtige oxidator die door het initiëren van oxidatieve stress gezondheidsproblemen en vergiftigingsverschijnselen kan veroorzaken. L-carnosine vermindert tevens aantasting van de darmfunctie en beschadiging van darmcellen door natriumnitriet.
Staar – In enkele onderzoeken blijken oogdruppels met L-carnosine een gunstig effect te hebben op ouderdomsstaar. Cataract of (grijze) staar is een troebeling van de ooglens die meestal op latere leeftijd optreedt. De belangrijkste oorzaak van staar is oxidatieschade aan lenseiwitten. De gedegenereerde eiwitten vormen proteïneaggregaten die het invallende licht verstrooien, waardoor de gezichtsscherpte en het gezichtsvermogen afnemen. Wereldwijd is cataract is een van de belangrijkste oorzaken van blindheid. In twee Chinese onderzoeken kregen 96 patiënten (leeftijd 60 jaar) met verschillende stadia van ouderdomsstaar na het stoppen met anticataractmedicatie gedurende 3-6 maanden oogdruppels met L-carnosine (3-4 x daags 1-2 druppels in elk oog). Bij alle patiënten met primaire ouderdomsstaar verbeterde het gezichtsvermogen en verminderde de lenstroebeling. Bij 80% van de patiënten met rijpe ouderdomscataract traden verbeteringen op en ook bij andere vormen van staar werden gunstige effecten waargenomen.
Alcoholisme – In een Russische placebogecontroleerde studie is gekeken naar het effect van carnosine op oxidatieve stress als gevolg van alcoholverslaving. Een groep alcoholici in remissie kreeg na de standaard behandeling in de maand voordat ze uit het ziekenhuis werden ontslagen dagelijks 1200 mg L-carnosine. Carnosinesuppletie bleek de oxidatieve stress aanzienlijk te verminderen: minder eiwitcarbonyl en lipide peroxidatie producten, meer activiteit van superoxide dismutase in plasma en een afname van de activiteit van aminotransferases in serum.

(WD)

Bronnen

  • Stuerenburg HJ, Kunze K: Concentrations of free carnosine (a putative membrane-protective antioxidant) in human muscle biopsies and rat muscles; Archives of Gerontology and Geriatrics 29:107-113, 1999.
  • Stuerenburg HJ: The roles of carnosine in aging of skeletal muscle and in neuromuscular diseases; Biochemistry (Moscow) 65(7):862-865, 2000.
  • Harris RC et al.: The Carnosine Content of V Lateralis in Vegetarians and Omnivores; The FASEB Journal 21(6): A944, 2007.
  • Woerlee EFG: L-carnosine – Ongelooflijk veelzijdige beschermer en restaurateur van vitale lichaamsprocessen; De Orthomoleculaire Koerier 18(2):5-13, 2003.
  • Wikipedia (en): Zinc L-carnosine; geraadpleegd 2-2019.
  • Matsukura T, Tanaka H: Applicability of zinc complex of L-carnosine for medical use; Biochemistry (Moscow) 65(7):817-823, 2000.
  • Wang AM at al.: Use of carnosine as a natural anti-senescence drug for human beings; Biochemistry (Moscow) 65(7):869-871, 2000.
  • Evans S: Carnosine: A proven longevity factor; Life Extension Magazine 18(6):44-53, 2012.
  • Boldyrev AA, Aldini G, Derave W: Physiology and pathophysiology of carnosine; Physiological Reviews 93(4):1803-1845, 2013.
  • Prokopieva VD et al.: Use of Carnosine for Oxidative Stress Reduction in Different Pathologies; Oxidative Medicine and Cellular Longevity 2016:2939087, 2016.
  • Ghodsi R, Kheirouri S: Carnosine and advanced glycation end products: a systematic review; Amino Acids 50(9):1177-1186, 2018.
  • Narda M et al.: Novel Facial Cream Containing Carnosine Inhibits Formation of Advanced Glycation End-Products in Human Skin; Skin Pharmacology and Physiology 31(6):324-331, 2018.
  • Hipkiss AR, Brownson C, Carrier MJ: Carnosine, the anti-ageing, anti-oxidant dipeptide, may react with protein carbonyl groups; Mechanisms of Ageing and Development 122(13):1431-1445, 2001.
  • McFarland GA, Holliday R: Retardation of the senescence of cultured human diploid fibroblasts by carnosine; Experimental Cell Research 212(2):167-175, 1994.
  • Shao L, Li QH, Tan Z: L-carnosine reduces telomere damage and shortening rate in cultured normal fibroblasts; Biochemical and Biophysical Research Communication 324(2):931-936, 2004.
  • Baguet A et al.: Important role of muscle carnosine in rowing performance; Journal of Applied Physiology 109(4):1096-1101, 2010.
  • Stout JR et al.: The effect of beta-alanine supplementation on neuromuscular fatigue in elderly (55-92 Years): a double-blind randomized study; Journal of the International Society of Sports Nutrition 5:21, 2008.
  • Spruit M et al.: Orale beta alanine supplementatie (met en zonder inspanningstraining) bij patiënten met COPD: structurele, metabole en functionele aanpassingen (R-8201); lopend onderzoek.
  • Lombardi C et al.: Effects of oral administration of orodispersible levo-carnosine on quality of life and exercise performance in patients with chronic heart failure; Nutrition 31(1):72-78, 2015.
  • Shamsaldeen YA et al.: Methylglyoxal, A Metabolite Increased in Diabetes is Associated with Insulin Resistance, Vascular Dysfunction and Neuropathies; Current Drug Metabolism 17(4):359-367, 2016.
  • Moraru A et al.: Elevated Levels of the Reactive Metabolite Methylglyoxal Recapitulate Progression of Type 2 Diabetes; Cell Metabolism 27(4):926-934.e8, 2018.
  • Hipkiss AR, Chana H: Carnosine protects proteins against methylglyoxal-mediated modifications; Biochemical and Biophysical Research Communications 248(1):28-32, 1998.
  • Yılmaz Z et al.: The effect of carnosine on methylglyoxal-induced oxidative stress in rats; Archives of Physiology and Biochemistry 123(3):192-198, 2017.
  • Houjeghani S et al.: l-Carnosine supplementation attenuated fasting glucose, triglycerides, advanced glycation end products, and tumor necrosis factor-α levels in patients with type 2 diabetes: a double-blind placebo-controlled randomized clinical trial; Nutrition Research 49:96-106, 2018.
  • Hipkiss AR: Could carnosine or related structures suppress Alzheimer’s disease?; Journal of Alzheimer’s Disease 11(2):229-240, 2007.
  • Babizhayev MA, Deyev AI, Yegorov YE: Olfactory dysfunction and cognitive impairment in age-related neurodegeneration: prevalence related to patient selection, diagnostic criteria and therapeutic treatment of aged clients receiving clinical neurology and community-based care; Current Clinical Pharmacology 6(4):236-259, 2011.
  • Corona C et al.: Effects of dietary supplementation of carnosine on mitochondrial dysfunction, amyloid pathology, and cognitive deficits in 3xTg-AD mice; PLoS One 6(3):e17971, 2011.
  • Zhao J, Shi L, Zhang LR: Neuroprotective effect of carnosine against salsolinol-induced Parkinson’s disease; Experimental and Therapeutic Medicine 14(1):664-670, 2017.
  • Wikipedia (nl): Prion. Geraadpleegd 2-2019.
  • Kawahara M, Tanaka KI, Kato-Negishi M: Zinc, Carnosine, and Neurodegenerative Diseases; Nutrients. 10(2): pii: E147, 2018.
  • Drafi F et al.: Carnosine inhibits degradation of hyaluronan induced by free radical processes in vitro and improves the redox imbalance in adjuvant arthritis in vivo; Neuro Endocrinology Letters 31 Suppl 2:96-100, 2010.
  • Poništ S et al.: Effect of Carnosine in Experimental Arthritis and on Primary Culture Chondrocytes; Oxidative Medicine and Cellular Longevity 2016:8470589, 2016.
  • Poništ S et al.: Inhibition of oxidative stress in brain during rat adjuvant arthritis by carnosine, trolox and novel trolox-carnosine; Physiological Research 64 Suppl 4:S489-S496, 2015.
  • Slovák L et al.: Evaluation of liposomal carnosine in adjuvant arthritis; General Physiology and Biophysics 36(4):471-479, 2017.
  • Chez MG et al.: Double-blind, placebo-controlled study of L-carnosine supplementation in children with autistic spectrum disorders; Journal of Child Neurology 17(11):833-837, 2002.
  • Mehrazad-Saber Z, Kheirouri S, Noorazar SG: Effects of l-Carnosine Supplementation on Sleep Disorders and Disease Severity in Autistic Children: A Randomized, Controlled Clinical Trial; Basic and Clinical Pharmacology and Toxicololy 123(1):72-77, 2018.
  • Ansari FA, Khan AA, Mahmood R: Ameliorative effect of carnosine and N-acetylcysteine against sodium nitrite induced nephrotoxicity in rats; Journal of Cellular Biochemistry, doi: 10.1002/jcb.27971, okt. 2018 [Epub ahead of print].
  • Ansari FA, Khan AA, Mahmood R: Protective effect of carnosine and N-acetylcysteine against sodium nitrite-induced oxidative stress and DNA damage in rat intestine; Environmental Science and Pollution Research International 25(20):19380-19392, 2018.
  • Elbarbary NS et al.: The effect of 12 weeks carnosine supplementation on renal functional integrity and oxidative stress in pediatric patients with diabetic nephropathy: a randomized placebo-controlled trial; Pediatric Diabetes 19(3):470-477, 2018.
  • Prokopieva VD et al.: Use of Carnosine for Oxidative Stress Reduction in Different Pathologies; Oxidative Medicine and Cellular Longevity 2016:2939087, 2016.

< Terug