Nutriënten die van pas kunnen komen voor, tijdens en na de menopauze

De overgang (climacterium, perimenopauze) is de periode rondom de menopauze. Dit proces duurt vanaf enkele jaren voor tot enkele jaren na de menopauze. De overgang begint bij vrouwen meestal ergens tussen hun veertigste en vijftigste levensjaar, maar soms ook eerder. In de periode voorafgaand aan de menopauze verandert de frequentie en duur van de menstruatie. Ook treden veranderingen op in de hormonale balans van het lichaam. De oestrogeen- en progesteronspiegels worden minder stabiel. Bijbehorende symptomen zijn opvliegers, hartkloppingen, nachtelijk zweten, depressieve klachten, stemmingswisselingen, gebrek aan concentratie en urogenitale klachten. Bij het intreden van de menopauze stopt de menstruatie doordat de eierstokken geen vruchtbare eicellen meer bevatten. Ongunstige metabole veranderingen op het gebied van plasmalipoproteïnen, cholesterol en botmineraaldichtheid worden ook in verband gebracht met de menopauze. Zo hebben postmenopauzale vrouwen een groter risico op metabool syndroom, hypertensie, gewichtstoename en cardiovasculaire aandoeningen. Ook in de jaren voordat de overgang zich aankondigt kan de menstruele cyclus gepaard gaan met klachten, zoals een onregelmatige cyclus, het premenstrueel syndroom of dysmenorroe. Diverse nutriënten kunnen een gunstig effect hebben op menstruele klachten, overgangsverschijnselen en postmenopauzale klachten.

Rode klaver
Rode klaver (Trifolium pratense) is een lid van vlinderbloemenfamilie die zijn oorsprong vindt in Europa en Voor-Azië, maar inmiddels in grote delen van de wereld voorkomt. In de natuurgeneeskunde staat rode klaver vooral in de belangstelling vanwege het relatief hoge gehalte aan isoflavonen met een fyto-oestrogene werking, met name biochanine A en formononetine. De isoflavonen uit rode klaver hebben een gunstig effect op vasomotorische en andere menopauze-symptomen, zo blijkt uit een Oostenrijks onderzoek met 109 postmenopauzale vrouwen van 40 jaar en ouder. De dames kregen gedurende 90 dagen ofwel 80 mg rode klaver isoflavonen per dag ofwel een placebo. Na een wash-out periode van 1 week wisselden de groepen van interventie, ook weer gedurende 90 dagen. Aan het begin, halverwege en na afloop van de interventie werden de dagelijkse frequentie van opvliegers en nachtelijk zweten gemeten en de ernst van andere menopauze-symptomen, zoals duizeligheid, nervositeit, slapeloosheid en paresthesieën, in kaart gebracht aan de hand van de Kupperman Index. Bij de start van het onderzoek waren er geen verschillen tussen beide groepen qua symptomen. Na 90 dagen suppletie van rode klaver isoflavonen daalde de frequentie van opvliegers met 73,5%, de frequentie van nachtelijk zweten met 72,2% en de ernst van andere symptomen met 75,4%. In de placebogroep waren deze percentages respectievelijk 8,2%, 0,9% en 6,7%. Na de wash-out periode en de overgang op een placebo gingen de percentages in de voormalige rode klaver-groep aanzienlijk omhoog.
In een eerder onderzoek met dezelfde opzet hadden de onderzoekers al gekeken naar de effecten van rode klaver isoflavonen op angstgevoelens en depressie symptomen. Suppletie van rode klaver isoflavonen zorgde voor een verlaging van angstgevoelens met 76% en van depressie symptomen met 78,3%. Ook in de placebogroep was sprake van afname van de symptomen, zij het met slechts 21,7%. Australische wetenschappers hebben de effecten van rode klaver isoflavonen op het lipiden- en botmetabolisme bij postmenopauzale vrouwen onderzocht. De vrouwen kregen een half jaar lang dagelijks 28,5 mg, 57 mg of 85,5 mg isoflavonen. Na een half jaar was het HDL-cholesterol significant gestegen met 15,7-28,6% en het serum apolipoproteïne B (transporteiwit voor LDL- en VLDL-cholesterol) significant gedaald met 11,5-17% bij verschillende doseringen. Er was geen sprake van een dosis-respons relatie. De botmineraaldichtheid (BMD) van het spaakbeen en de ellepijp nam significant toe met 4,1% bij 57 mg/dag en niet-significant met 3% bij 85,5 mg/dag. Vanwege het ontbreken van een controlegroep zijn de resultaten met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd, aldus de onderzoekers. In een Servisch onderzoek kregen 22 postmenopauzale vrouwen (gemiddelde leeftijd 56 jaar) een jaar lang rode klaver isoflavonen. Over de periode van 12 maanden daalden de serumcholesterol- en LDL-cholesterolwaarden alsmede de triglyceridenwaarden significant, terwijl het HDL-cholesterol significant toenam.

Dong Quai
Dong Quai (Angelica sinensis), ook wel bekend als ‘vrouwelijke ginseng’ wordt vooral in China al eeuwenlang op grote schaal voor medische doeleinden gebruikt, onder meer ter bevordering van de bloedcirculatie, voor het herstel van de vrouwelijke hormoonbalans, voor de behandeling van dysmenorroe of onregelmatige menstruatie en bij menopauzeklachten. Het is vooralsnog onduidelijk of dong quai over (anti-)oestrogene eigenschappen beschikt; de diverse onderzoeksresultaten zijn tegenstrijdig. Een van de actieve bestanddelen, Z-ligustilide, heeft onder meer een anti-inflammatoire werking (remming van de productie van stikstofoxide, prostaglandine E2 en tumornecrosefactor α (TNF-α)) die deels verantwoordelijk worden geacht voor de verlichting van menstruatieklachten. Dong quai (in combinatie met astragalus) blijkt ook een bescheiden bijdrage te kunnen leveren aan het verminderen van opvliegers.

Salie
Salie (Salvia officinalis), lid van de Labiatae/Lamiaceae-familie (lipbloemen) komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied en het Midden-Oosten, maar tegenwoordig wordt de plant over de hele wereld gekweekt. Ten tijde van het Oude Egypte werd salie al toegepast als middel om de vruchtbaarheid bij vrouwen te verbeteren en ‘vrouwenklachten’ te behandelen. Ook de Grieken en Romeinen gaven het kruid aan vrouwen die moeilijk zwanger werden, maar ze zagen het tevens als een wondermiddel tegen allerhande kwalen, zoals keelpijn, koorts, leveraandoeningen, zweren, menstruatieproblemen en vergeetachtigheid. In de Middeleeuwen werd salie vooral aanbevolen bij geheugenproblemen, ontstekingen, duizelingen, zweren, spijsverteringsproblemen en jicht.
De belangrijkste actieve bestanddelen van salie zijn de etherische olie met onder andere borneol en de GABAA-receptorantagonisten alfa- en bèta-thujon, en verder carnosol, kamfer, chlorogeenzuur, koffiezuur, carnosinezuur, cynaroside en rozemarijnzuur. Met name carnosol, rozemarijnzuur en carnosinezuur zijn krachtige antioxidanten. In een onderzoek met ratten bleek het verrijken van het drinkwater met salie hun levercellen beter te beschermen tegen oxidatieve stress: minder oxidatieve DNA-schade en een verhoogde activiteit van glutathion peroxidase.
In een Italiaanse studie kregen 30 vrouwen in de overgang die last hadden van opvliegers een kruidenpreparaat bestaande uit salie- en alfalfa-extract. Na 3 maanden therapie behoorden nachtelijk zweten en opvliegers bij 20 vrouwen tot het verleden. Bij 4 vrouwen was sprake van een aanzienlijke verbetering en bij 6 vrouwen waren de symptomen verminderd. In hoeverre het gunstige resultaat aan een van de kruiden of aan de combinatie kan worden toegeschreven is niet duidelijk.
Zwitserse onderzoekers gaven 69 vrouwen die al een jaar of langer in de overgang waren en elke dag minstens 5 opvliegers hadden dagelijks 280 mg salie-extract. Na 4 weken was het gemiddeld aantal opvliegers gedaald met 50% en na 8 weken met 64%. Ook de ernst van de opvliegers werd minder: de aantallen milde, matige, ernstige en zeer ernstige opvliegers waren na 8 weken afgenomen met respectievelijk 46%, 62%, 79% en 100%. Andere menopauze-symptomen namen eveneens af.
Wetenschappers van de universiteit van Shiraz (Iran) hebben soortgelijke resultaten gevonden in een studie met salie bij nachtelijk zweten en opvliegers. Aan het onderzoek namen 93 postmenopauzale vrouwen deel die last hadden van opvliegers, nachtelijk zweten en andere overgangsverschijnselen. 46 van hen kregen dagelijks 300 mg salie, de overige vrouwen een placebo. Na 8 weken was het gemiddeld aantal opvliegers in de interventiegroep gedaald van 5,74 naar 2,31. Tevens waren de duur en de ernst van de opvliegers met meer dan 50% verminderd. In de placebogroep waren er nauwelijks veranderingen. Voorafgaand aan de interventie hadden de vrouwen gemiddeld bijna twee episodes van nachtelijk zweten per etmaal. Na 8 weken salie-suppletie was het aantal episodes met bijna 75% gedaald. Gedurende de eerste 2 weken van de periode van suppletie waren er geen noemenswaardige verschillen wat betreft de ernst van de aanvallen van nachtelijk zweten tussen beide groepen. Na 3 weken echter verminderde de ernst van de aanvallen in de salie-groep significant, terwijl in de placebogroep nauwelijks iets veranderde. Ook de ernst van andere menopauzeklachten nam af en de MRS (Menopause Rating Scale; vragenlijst om de ernst van overgangsklachten in de invloed op de kwaliteit van leven te meten)-score was na 8 weken ruim 25% lager.

Zilverkaars
Zilverkaars (Cimicifuga racemosa) is een van oorsprong Noord-Amerikaans kruid dat eeuwenlang door de Indianen is gebruikt voor allerlei vrouwelijke gezondheidsklachten. In de VS is zilverkaars het populairste kruid voor verlichting van menopauze-symptomen. Het kan neurovegetatieve en psychische symptomen verminderen, waardoor men minder last heeft van opvliegers en stemmingsklachten. De algemene consensus is dat zilverkaars geen oestrogene werking kent maar mogelijkerwijs invloed kan uitoefenen op het serotonerge systeem, vergelijkbaar met de werking van antidepressiva. In een review van negen gerandomiseerde klinische studies bleek in zes van deze studies een significante (26%) verbetering van menopauze-symptomen door zilverkaars in vergelijking met placebo. In een van deze onderzoeken resulteerde suppletie van een zilverkaarspreparaat met 2,5% triterpenen gedurende twaalf weken in een vermindering van opvliegers. Na een wash-out periode van twaalf weken was het effect weer verdwenen. Er werd geen enkel oestrogeen effect van zilverkaars gevonden.

Monnikspeper
Monnikspeper (Vitex agnus-castus) is een struik die met name groeit in het Middellandse Zeegebied, Noord-Amerika en Centraal-Azië. De gedroogde bessen van de monnikspeper worden van oudsher toegepast bij klachten die samenhangen met de vrouwelijke cyclus. In meerdere studies is het effect van monnikspeper op symptomen van het premenstrueel syndroom (PMS) onderzocht. Een groep van 69 Japanse vrouwen (leeftijd 18-44 jaar) met PMS kreeg gedurende drie menstruele cycli dagelijks 20 mg van een monnikspeper extract. Met behulp van de Visueel Analoge-schaal (VAS) brachten de vrouwen de effectiviteit van monnikspeper in kaart aan de hand van tien PMS-symptomen: neerslachtigheid, woede, geïrriteerdheid, vermoeidheid, hoofdpijn, gezwollen borsten, opgeblazen gevoel, huidaandoeningen, slaperigheid en slapeloosheid. Daarnaast werden de observaties van een arts (Physician’s Global Assessment; PGA) vastgelegd. Al na de eerste menstruele cyclus was er sprake van een statistisch significante daling van de totale VAS-score en deze daling zette zich verder voort tijdens de twee volgende cycli. Daarbij daalde ook de score van elk van de tien PMS-symptomen afzonderlijk significant. Na de drie cycli waren bijna alle vrouwen klachtenvrij of hadden slechts milde symptomen, aldus de PGA. Ook in een Iraans onderzoek met 128 PMS-patiënten en in een Duits onderzoek met 162 PMS-patiënten werd een aanzienlijke vermindering van PMS-klachten gevonden na suppletie met monnikspeper. Turkse onderzoekers hebben de werking van monnikspeper bij pijnlijke borsten vergeleken met die van de pijnstiller Fluriprofen. 114 premenopauzale vrouwen jonger dan 40 jaar met de klacht cyclische mastalgie kregen elk een van beide middelen. Bij alle vrouwen was sprake van een duidelijke vermindering van de klachten en beide middelen deden niet voor elkaar onder.
De hierboven beschreven therapeutische effecten worden grotendeels toegeschreven aan een indirecte invloed van monnikspeper op verschillende neurotransmitters en hormonen. Uit enkele onderzoeken komt naar voren dat monnikspeper wellicht ook een oestrogene en progestagene activiteit ontplooit. Het kruid zou daarom ook effectief kunnen zijn bij menopauzeklachten als nachtelijk zweten en opvliegers. Nader onderzoek met alleen monnikspeper, niet gecombineerd met andere kruiden, moet hier meer duidelijkheid over verschaffen.

Wild yam
Wild yam (Dioscorea villosa) komt van oorsprong voor in de VS en Latijns-Amerika en werd in de Amerikaanse volksgeneeskunde onder meer toegepast bij menopauzale klachten en een pijnlijke menstruatie. Andere Dioscorea-variëteiten werden ook in de Chinese geneeskunde en de Ayurveda gebruikt. Het belangrijkste werkzame bestanddeel is diosgenine, een steroïde saponine met vergelijkbare eigenschappen als DHEA. In het laboratorium kan diosgenine worden omgezet in DHEA en andere steroïden, maar niet in het lichaam. Diosgenine beschikt over tal van gezondheidsbevorderende eigenschappen, waaronder het verbeteren van de antioxidant status, het remmen van lipide peroxidatie en een ontstekingsremmende werking. Uit dieronderzoeken komt bovendien naar voren dat diosgenine-suppletie de afname van de botdichtheid en de poreusheid van botweefsel als gevolg van de menopauze kan verminderen en de botmineraaldichtheid (BMD) kan verbeteren.

OPC
Oligomere proanthocyanidinen (OPC’s) behoren tot de groep van flavanolen, onderdeel van de categorie flavonoïden. Ze komen met name rijkelijk voor in druivenpitten, afkomstig van druiven van de wijnstok (Vitis vinifera L.). Daarnaast komen OPC’s in hoge concentraties voor in onder meer appels, peren, kaneel, pijnboomschors, chocolade, wijn en thee.
In een grootschalig prospectief onderzoek met 34.489 postmenopauzale Amerikaanse vrouwen bleken proanthocyanidinen het risico op overlijden door een beroerte of coronaire hartziekten te verminderen. Japanse onderzoekers hebben gekeken naar de gezondheidseffecten van proanthocyanidinen bij vrouwen in de overgang. Een groep van 96 vrouwen in de leeftijd van 40-60 jaar met ten minste een overgangsklacht nam deel aan het onderzoek. De vrouwen werden willekeurig verdeeld over 3 groepen en kregen 8 weken lang dagelijks druivenpitten extract tabletten met een lage (100 mg/dag) of een hoge (200 mg/dag) dosering proanthocyanidinen, of een placebo. De eventuele effecten op menopauze-symptomen, angst, depressie en slaap werden met behulp van vragenlijsten in kaart gebracht voorafgaand aan het onderzoek en na 4 en 8 weken behandeling. Ook werden de lichaamssamenstelling en cardiovasculaire parameters gemeten.
In de groep die een hoge dosering proanthocyanidinen had gekregen waren na 8 weken de scores op het gebied van fysieke ongemakken, opvliegers en slapeloosheid significant lager. De score wat betreft angst en depressie en de systolische en diastolische bloeddruk waren na 4 weken lager in beide behandelgroepen. Bovendien was na 8 weken behandeling de spiermassa toegenomen in de groepen die proanthocyanidinen hadden gekregen.

Gamma-linoleenzuur
Gamma-linoleenzuur (GLA) is een essentieel meervoudig onverzadigd (omega-6) vetzuur. De belangrijkste voedingsbronnen van GLA zijn borageolie (20-27%), teunisbloemolie (5-10%) en zwarte bessenolie (15-20%). GLA is een voorloper van anti-inflammatoire prostaglandines (E1, E3). Uit enkele onderzoeken is naar voren gekomen dat vrouwen met PMS- en postmenstruele klachten vaak een tekort aan GLA hebben. GLA-suppletie blijkt een gunstige effect te hebben op PMS-symptomen als stemmingswisselingen, vochtretentie en pijn en spanning in de borsten. Tijdens de overgang kan GLA verstoringen in de hormoonbalans temperen en zodoende symptomen als depressie en geïrriteerdheid helpen verminderen.

Vitamine K
Vitamine K is niet alleen belangrijk voor een goede bloedstolling (met name vitamine K1) maar ook om calcium op te slaan en vast te houden waar dat nodig is en om kalkafzettingen te voorkomen op plaatsen waar dat schadelijk kan zijn. Deze functies worden vooral toegeschreven aan vitamine K2. Daardoor helpt vitamine K2 zowel tegen ontkalking en verzwakking van de botten als tegen gevaarlijke verkalking en verstarring van het cardiovasculaire systeem. In een dubbelblind placebogecontroleerde studie van Maastricht University zijn de langetermijneffecten van vitamine K2 (MK-7) op arteriële stijfheid onderzocht. Aan het onderzoek namen 244 postmenopauzale vrouwen deel, van wie er 120 gedurende drie jaar dagelijks 180 µg MK-7 kregen en de rest een placebo. Aan de hand van meerdere metingen werd het effect op diverse aspecten van de vaatconditie vastgesteld. Drie jaar suppletie resulteerde in minder vaatstijfheid (afname van de carotis-femorale polsgolfsnelheid) in de hele groep. Bij vrouwen die aan het begin van het onderzoek een bovengemiddelde vaatstijfheid hadden werd bovendien een verbetering van de uiteenzetting van aderen (distensibiliteit) en van het verband tussen spanning en rek van de vaatwand (incrementele elasticiteitsmodulus; Young modulus) gevonden. In meerdere reviews is een effect van vitamine K op de BMD bij postmenopauzale vrouwen met osteoporose vastgesteld. Vitamine K2 verlaagt het serumgehalte ongecarboxyleerd osteocalcine (indicator van de vitamine K-status en van het risico op een heupfractuur), verhoogt in bescheiden mate de BMD van de lumbale wervelkolom en verlaagt het aantal fracturen (vooral wervelfracturen).

Foliumzuur
Foliumzuur is betrokken bij de homocysteïnestofwisseling, met name bij de remethylatie naar het aminozuur methionine, samen met vitamine B12 en vitamine B6. Verhoogde homocysteïnewaarden zijn een risicofactor voor het ontstaan van hart- en vaatziekten en osteoporotische fracturen. Juist tijdens en na de menopauze blijkt de plasmawaarde homocysteïne toe te nemen. Bij gezonde mensen kan foliumzuur al in een relatief lage dosering de plasmawaarden van homocysteïne aanzienlijk verlagen, zo blijkt uit een Duitse studie. Van een groep van 144 gezonde vrouwen in de leeftijd van 18-35 jaar kreeg een kwart dagelijks 400 µg foliumzuur. Na een half jaar waren de plasmawaarden totaal homocysteïne significant met 15% gedaald. Iraanse wetenschappers hebben het effect van foliumzuursuppletie op het plasma homocysteïne bij postmenopauzale vrouwen onderzocht. 48 vrouwen in de leeftijd van 50-70 jaar kregen ofwel foliumzuur ofwel een placebo. Bij de meting van de plasmawaarden homocysteïne voor het begin van de suppletie werden geen significante verschillen tussen beide groepen gevonden. Na 16 weken waren de plaswaarden homocysteïne in de foliumzuurgroep echter significant lager dan in de placebogroep (10,3 µmol/l vs. 13,2 µmol/l). Onderzoekers van de Universiteit van Siena (Italië) vonden eveneens een gunstig effect van foliumzuur. Van een groep van 36 vrouwen kreeg de ene helft dagelijks 500 µg foliumzuur, de andere helft een placebo. Na vier weken bedroegen de gemiddelde plasmawaarden homocysteïne 7,8 µmol/l in de suppletiegroep tegenover 10,9 µmol/l in de placebogroep. Bij de vrouwen met de hoogste beginwaarden van homocysteïne was de daling het grootst: – 4,35 µmol/l. In zeer hoge doseringen (15 mg/dag) blijkt 5-methyl-tetrahydrofolaat, de biologisch actieve vorm van folaat, bij postmenopauzale vrouwen de oxidatieve stress te verminderen en de nachtelijke daling van de bloeddruk te vergroten.

Vitamine B6
Een van de functies van vitamine B6 is het reguleren van de hormoonactiviteit. Zo is vitamine B6 samen met vitamine B12 een belangrijke cofactor bij de aanmaak van serotonine. De stemmingswisselingen die kenmerkend zijn voor de periode rond de menopauze worden in belangrijke mate veroorzaakt door sterke hormoonfluctuaties. Vitamine B6 kan een rol spelen bij het temperen van deze stemmingswisselingen, maar ook bij het verminderen van PMS-klachten. Zoals eerder aangegeven blijkt de plasmawaarde homocysteïne toe te nemen, hetgeen een risicofactor is voor het ontstaan van hart- en vaatziekten en osteoporotische fracturen. Evenals foliumzuur en vitamine B12 is vitamine B6 belangrijk voor het normaliseren van de plasmawaarden homocysteïne. Vitamine B6 is betrokken bij de conversie van homocysteïne in cystathionine en cysteïne. Ook uit de Nurses’ Health Study is gebleken dat vrouwen met veel foliumzuur en vitamine B6 in hun voeding het minste risico lopen op cardiovasculaire aandoeningen.

Vitamine D
Vitamine D-tekorten worden vaak gezien bij postmenopauzale vrouwen. Een goede voorziening met deze vitamine is onder andere belangrijk voor een goede BMD. In een Chinees onderzoek werd van 119 postmenopauzale vrouwen (leeftijd 48-85 jaar) de BMD van de lumbale wervelkolom en de femurhals gemeten. Tevens werden de bloedspiegels 25-hydroxyvitamine D (25(OH)D), parathormoon (onttrekt calcium aan botten) en β-CTX (marker voor de mate van botafbraak) vastgesteld. Uit de resultaten bleek een omgekeerde relatie tussen serum 25(OH)D en parathormoon: naarmate de serumwaarden 25(OH)D toenamen daalden de parathormoonspiegels. Vrouwen met een lage vitamine D-spiegel (< 30 ng/ml) hadden een significant lagere BMD. In multiple regressie analyses bleek serum 25(OH)D een voorspellende factor voor de BMD van de femurhals. Braziliaanse wetenschappers hebben het effect onderzocht van vitamine D-suppletie op de valfrequentie en het houdingsevenwicht bij 160 postmenopauzale vrouwen die in het jaar voorafgaand aan de studie een of meerdere keren waren gevallen. De vrouwen kregen dagelijks 1.000 IE vitamine D of een placebo. Na negen maanden waren de gemiddelde plasmaspiegels 25(OH)D in de suppletiegroep met 45,4% toegenomen, terwijl ze in de placebogroep met 18,5% waren gedaald. Het aantal valpartijen was 46,3% hoger in de placebogroep, met een gecorrigeerd risico van 1,95 keer meer kans op vallen en 2,8 keer meer kans op herhaaldelijk vallen in vergelijking met de groep die vitamine D had gekregen. Tevens was het houdingsevenwicht in de suppletiegroep verbeterd.

Mineralen
Tijdens en na de menopauze treden, mede als gevolg van veranderingen in de hormoonhuishouding, verstoringen op in de mineralenhomeostase die vaak tot deficiënties leiden. In een Poolse studie met 171 gezonde postmenopauzale vrouwen is gekeken naar de serumwaarden van magnesium en zink. Alle vrouwen hadden minstens een jaar voor het begin van het onderzoek hun laatste menstruatie gehad en ze gebruikten geen hormoontherapie. Over het algemeen werden lage serumwaarden gemeten en de magnesiumwaarden namen aanzienlijk af naarmate er meer tijd was verstreken sinds de laatste menstruatie. Er werd geen verband gevonden tussen de serumwaarden van de mineralen en de ernst van de overgangsverschijnselen. Als er bovendien sprake is van osteoporose of osteopenie dan nemen de deficiënties nog verder toe. Turkse onderzoekers hebben de serumwaarden magnesium en zink in kaart gebracht van 120 postmenopauzale vrouwen (leeftijd 43-80 jaar), van wie 40 met osteoporose, 40 met osteopenie en 40 met een normale BMD. Vrouwen met osteoporose of osteopenie hadden significant lagere magnesium- en zinkwaarden dan de vrouwen met een normale BMD. De vrouwen met osteoporose waren het slechtste af: hun serumwaarden waren nog lager dan van de vrouwen met osteopenie. De onderzoekers concluderen dat suppletie van magnesium en zink gunstig kan zijn voor de botdichtheid van postmenopauzale vrouwen.
Ook de ernst van depressieve symptomen bij postmenopauzale vrouwen blijkt samen te hangen met serumwaarden van magnesium en zink. Van 171 Poolse vrouwen werden bloedmonsters genomen en aan de hand van een vragenlijst, de Beck Depression Inventory (BDI), werd de ernst van de depressieve symptomen vastgesteld. Bij 36,8% van de vrouwen werden depressieve symptomen van uiteenlopende ernst gediagnosticeerd, 81,9% had een magnesiumtekort en 57,3% had lage zinkwaarden. De hoogste serumwaarden magnesium werden gemeten bij vrouwen die geen last hadden van depressieve klachten. Naarmate de klachten in ernst toenamen daalde de magnesiumwaarde. Hetzelfde gold voor de zinkwaarden. In een zes jaar durende prospectieve studie naar fractuur gerelateerde factoren is de mogelijke rol van selenium op de kwaliteit van botten en de vatbaarheid voor fracturen onderzocht. Van 1144 postmenopauzale vrouwen met een normale schildklierfunctie werden gegevens verzameld over onder andere de gehaltes selenium en selenoproteïne P, de BMD en markers voor botafbraak. Een hoger seleniumgehalte bleek gerelateerd aan een hogere BMD bij het begin van de studie, een geringere botaanmaak en minder markers voor botafbraak. Hogere waarden selenoproteïne P gingen samen met een hogere BMD van de heup en de lumbale wervelkolom bij het begin van de studie en met een hogere BMD van de heup en een lager gehalte osteocalcine (marker voor botaanmaak) na zes jaar follow-up. Er zijn tevens aanwijzingen dat de seleniumstatus van invloed is op het serumlipidengehalte. Uit een Japans onderzoek komt naar voren dat het seleniumgehalte in erytrocyten bij vrouwen significant hoger is voor de menopauze dan na de menopauze. Ook werd in het onderzoek een verband gevonden tussen een verlaagd seleniumgehalte in erytrocyten en hogere waarden voor totaalcholesterol, triglyceriden en LDL-cholesterol.

(WD)

Bronnen

  • Verhelst G: Groot handboek geneeskrachtige planten (4e druk); Mannavita, 2010. ISBN-13 9789080778467.
  • Wikipedia (nl): Menopauze. Geraadpleegd 11-2016.
  • Lipovac M et al.: The effect of red clover isoflavone supplementation over vasomotor and menopausal symptoms in postmenopausal women; Gynecological Endocrinology 28(3):203-207, 2012.
  • Lipovac M et al.: Improvement of postmenopausal depressive and anxiety symptoms after treatment with isoflavones derived from red clover extracts; Maturitas 65(3):258-261, 2010.
  • Clifton-Bligh PB et al.: The effect of isoflavones extracted from red clover (Rimostil) on lipid and bone metabolism; Menopause 8(4):259-265, 2001.
  • Terzic MM et al.: Influence of red clover-derived isoflavones on serum lipid profile in postmenopausal women; Journal of Obstetrics and Gynaecology Research 35(6):1091-1095, 2009.
  • Ghorbani A, Esmaeilizadeh M: Pharmacological properties of Salvia officinalis and its components; Journal of Traditional and Complementary Medicine 7(4):433-440, 2017.
  • Kozics K et al.: Effects of Salvia officinalis and Thymus vulgaris on oxidant-induced DNA damage and antioxidant status in HepG2 cells; Food Chemistry 141(3):2198-2206, 2013.
  • Horváthová E et al.: Enriching the drinking water of rats with extracts of Salvia officinalis and Thymus vulgaris increases their resistance to oxidative stress; Mutagenesis 31(1):51-59, 2016.
  • De Leo V et al.: Treatment of neurovegetative menopausal symptoms with a phytotherapeutic agent; Minerva Ginecologica 50(5):207-211, 1998.
  • Bommer S, Klein P, Suter A: First time proof of sage’s tolerability and efficacy in menopausal women with hot flushes; Advances in Therapy 28(6):490-500, 2011.
  • Forouhari S et al.: The effect of salvia officinalis tablet on hot flashes, night sweating, and estradiol hormone in postmenopausal women; International Journal of Medical Research & Health Sciences 5(8):257-263, 2016.
  • Polotsky HN, Polotsky AJ: Metabolic implications of menopause; Seminars in Reproductive Medicine 28(5):426-434, 2010.
  • De Boer, E: Vitamine K2: veelzijdige antiverouderingsnutriënt met essentiële functie in het calciummetabolisme (1); Tijdschrift voor Orthomoleculaire Geneeskunde 25(1):42-45, 2010.
  • Knapen MH et al.: Menaquinone-7 supplementation improves arterial stiffness in healthy postmenopausal women. A double-blind randomised clinical trial; Thrombosis and Haemostasis 113(5):1135-1144, 2015.
  • Iwamoto J: Vitamin K2 therapy for postmenopausal osteoporosis; Nutrients 6(5):1971-1980, 2014.
  • Huang ZB et al.: Does vitamin K2 play a role in the prevention and treatment of osteoporosis for postmenopausal women: a meta-analysis of randomized controlled trials; Osteoporosis International 26(3):1175-1186, 2015.
  • Cagnacci A et al.: Folate administration decreases oxidative status and blood pressure in postmenopausal women; European Journal of Nutrition 54(3):429-435, 2015.
  • Almassinokiani F et al.: Folic acid supplementation reduces plasma homocysteine in postmenopausal women; Journal of Obstetrics and Gynaecology 36(4):492-495, 2016.
  • De Leo V et al.: Low-dose folic acid supplementation reduces plasma levels of the cardiovascular risk factor homocysteine in postmenopausal women; American Journal of Obstetrics and Gynecology 183(4):945-947, 2000.
  • Rimm EB et al.: Folate and vitamin B6 from diet and supplements in relation to risk of coronary heart disease among women; JAMA 279(5):359-364, 1998.
  • Grochans E et al.: Serum Mg and Zn levels in postmenopausal women; Magnesium Research 24(4):209-214, 2011.
  • Mutlu M et al.: Magnesium, zinc and copper status in osteoporotic, osteopenic and normal post-menopausal women; Journal of International Medical Research 35(5):692-695, 2007.
  • Stanisławska M et al.: The severity of depressive symptoms vs. serum Mg and Zn levels in postmenopausal women; Biological Trace Element Research 157(1):30-35, 2014.
  • Karita K et al.: Associations of blood selenium and serum lipid levels in Japanese premenopausal and postmenopausal women; Menopause 15(1):119-124, 2008.
  • Hoeg A et al.: Bone turnover and bone mineral density are independently related to selenium status in healthy euthyroid postmenopausal women; Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism 97(11):4061-4070, 2012.
  • Malinow MR: Hyperhomocyst(e)inemia: A Common and Easily Reversible Risk Factor For Occlusive Atherosclerosis; Circulation 81:2004-2006, 1990.
  • Shams T et al.: Efficacy of black cohosh-containing preparations on menopausal symptoms: a meta-analysis; Alternative Therapies in Health and Medicine 16(1):36-44, 2010.
  • Ruhlen RL et al.: Black cohosh does not exert an estrogenic effect on the breast; Nutrition and Cancer 59(2):269-277, 2007.
  • Maan ES: Nutriëntenwijzer: Pyridoxine (vitamine B6); Tijdschrift voor Orthomoleculaire Geneeskunde 27(4):12-15, 2012.
  • Dietz BM et al.: Botanicals and Their Bioactive Phytochemicals for Women’s Health; Pharmacological Reviews 68(4):1026-1073, 2016.
  • Haines CJ et al.: A randomized, double-blind, placebo-controlled study of the effect of a Chinese herbal medicine preparation (Dang Gui Buxue Tang) on menopausal symptoms in Hong Kong Chinese women; Climacteric 11(3):244-251, 2008.
  • Puolakka J et al.: Biochemical and clinical effects of treating the premenstrual syndrome with prostaglandin synthesis precursors; Journal of Reproductive Medicine 30(3):149-153, 1985.
  • Horrobin DF: The role of essential fatty acids and prostaglandins in the premenstrual syndrome; Journal of Reproductive Medicine 28(7):465-468, 1983.
  • Zamani M, Neghab N, Torabian S: Therapeutic effect of Vitex agnus castus in patients with premenstrual syndrome; Acta Medica Iranica 50(2):101-106, 2012.
  • Schellenberg R et al.: Dose-dependent efficacy of the Vitex agnus castus extract Ze 440 in patients suffering from premenstrual syndrome; Phytomedicine 19(14):1325-1331, 2012.
  • Momoeda M et al.: Efficacy and safety of Vitex agnus-castus extract for treatment of premenstrual syndrome in Japanese patients: a prospective, open-label study; Advances in Therapy 31(3):362-373, 2014.
  • Dinç T, Coşkun F: Comparison of fructus agni casti and flurbiprofen in the treatment of cyclic mastalgia in premenopausal women; Ulusal Cerrahi Dergisi 30(1):34-38, 2014.
  • Liu J et al.: Evaluation of estrogenic activity of plant extracts for the potential treatment of menopausal symptoms; Journal of Agricultural and Food Chemistry 49(5):2472-2479, 2001.
  • van Die MD et al.: Vitex agnus-castus (Chaste-Tree/Berry) in the treatment of menopause-related complaints; Journal of Alternative and Complementary Medicine 15(8):853-862, 2009.
  • Lamers Y et al.: Supplementation with [6S]-5-methyltetrahydrofolate or folic acid equally reduces plasma total homocysteine concentrations in healthy women; American Journal of Clinical Nutrition 79:473-478, 2004.
  • Chen Y et al.: Advances in the pharmacological activities and mechanisms of diosgenin; Chinese Journal of Natural Medicines 13(8):578-87, 2015.
  • Tikhonova MA et al.: Improving Bone Microarchitecture in Aging with Diosgenin Treatment: A Study in Senescence-Accelerated OXYS Rats; Chinese Journal of Physiology 58(5):322-331, 2015.
  • Hung YT et al.: Effects of chronic treatment with diosgenin on bone loss in a D-galactose-induced aging rat model; Chinese Journal of Physiology 57(3):121-127, 2014.
  • Maan ES: Nutriëntenwijzer: Pyridoxine (vitamine B6); Tijdschrift voor Orthomoleculaire Geneeskunde 27(4):12-15, 2012.
  • Cangussu LM et al.: Effect of isolated vitamin D supplementation on the rate of falls and postural balance in postmenopausal women fallers: a randomized, double-blind, placebo-controlled trial; Menopause 23(3):267-274, 2016.
  • Deng WM et al.: Relation of serum 25 hydroxyvitamin D levels to bone mineral density in southern Chinese postmenopausal women: A preliminary study; Indian Journal of Medical Research 142(4):430-437, 2015.
  • Terauchi M et al.: Effects of grape seed proanthocyanidin extract on menopausal symptoms, body composition, and cardiovascular parameters in middle-aged women: a randomized, double-blind, placebo-controlled pilot study; Menopause 21(9):990-996, 2014
  • Mink PJ et al.: Flavonoid intake and cardiovascular disease mortality: a prospective study in postmenopausal women; American Journal of Clinical Nutrition 85(3):895-909, 2007.

< Terug