Omega-3 vetzuren EPA en DHA

Sinds bekend is dat Eskimo’s veel minder hart- en vaatklachten hebben dankzij hun voedingspatroon waarin omega-3 (vis)vetzuren een veel prominentere plaats innemen dan in de westerse voeding, zijn er talloze onderzoeken gedaan naar de rol van omega-3 vetzuren bij het voorkomen van hart- en vaatziekten, maar ook in relatie tot andere aandoeningen.
De belangrijkste omega-3 vetzuren EPA (eicosapentaeenzuur) en DHA (docosahexaeenzuur) zijn semi-essentieel omdat ons lichaam ze in principe kan synthetiseren uit alfa-linoleenzuur (ALA). Bij een hogere consumptie van ALA wordt inderdaad meer EPA gevormd, maar de omzetting van EPA in DHA verloopt een stuk minder goed, zodat we voor een goede voorziening van deze vetzuren toch in belangrijke mate zijn aangewezen op de voeding en/of suppletie.
Omega-3 vetzuren komen voor in alle lichaamscellen en vervullen daar een scala aan functies. Ze worden ingebouwd in lipiden in de celmembraan en kunnen invloed uitoefenen op de functie en structuur van de celmembraan. Binnen de cel kunnen omega-3 vetzuren de genexpressie en de signaaltransductie beïnvloeden.
Omega-3 vetzuren (vooral EPA) en omega-6 vetzuren zijn ook nauw betrokken bij de eicosanoïdensynthese. Eicosanoïden spelen een belangrijke rol bij ontstekingsprocessen en in het immuunsysteem. Terwijl eicosanoïden die worden gevormd uit omega-6 vetzuren (arachidonzuur) pro-inflammatoire en afweer activerende eigenschappen hebben, hebben de eicosanoïden die worden gevormd uit omega-3 vetzuren anti-inflammatoire eigenschappen.
Verder kunnen omega-3 vetzuren worden omgezet in zgn. Specialized Pro-resolving Mediators (SPM): lipoxinen, resolvinen, protectinen en marsinen. Deze SPM functioneren als ontstekingsremmers, zorgen voor het beëindigen van ontstekingsprocessen en pijn en helpen bij het opruimen van afstervende cellen en inflammatoir exsudaat.

Hart en bloedvaten
Visolie beschikt onder meer over eigenschappen die gunstig zijn voor de bescherming tegen hart- en vaatziekten, zoals het remmen van de trombocytenaggregatie en verlaging van serum triglyceridengehaltes. Meerdere onderzoeken hebben laten zien dat de visvetzuren EPA en DHA het triglyceridengehalte met 25-30% kunnen verlagen. In een recent Canadees literatuuronderzoek is gekeken naar het effect van EPA en DHA op de bloedwaarden van triglyceriden bij mensen met een normale vetstofwisseling en bij mensen die tegen dyslipidemie aanzitten maar verder gezond zijn. Volgens de onderzoekers valt het grootste deel van de bevolking in deze categorieën. In totaal werden 38 klinische interventiestudies met 2.270 deelnemers in het onderzoek betrokken. Dagelijkse consumptie van 4 gram of meer omega-3 vetzuren uit vis of uit met EPA en DHA verrijkte voedingsmiddelen resulteerde in een verlaging van 9-26% van de serumtriglyceridenwaarden. Bij suppletie met 1-5 g/dag EPA en/of DHA werd een verlaging van 4-51% waargenomen.
Een grote Europese studie onder Italiaanse, Finse en Nederlandse mannen vond een omgekeerd verband tussen vette visconsumptie en overlijden aan hart- en vaatziekten in twintig jaar follow-up. Dit verband werd niet gezien voor de consumptie van magere vis of alle soorten vis. Ook bij ouderen (65 jaar en ouder) resulteert een hoge inname van de visvetzuren EPA en DHA in een geringere kans op een hartinfarct of een andere ischemische hartziekte met fatale afloop, zo blijkt uit een onderzoek van de University of Washington. Er werd echter geen verband gevonden tussen omega-3 vetzuren en een niet-fataal hartinfarct.
Uit een Engelse prospectieve cohortstudie blijkt dat ook visoliesuppletie een gunstig effect heeft op het risico op overlijden aan hart- en vaatziekten. 22.035 mannen en vrouwen in de leeftijd van 39-79 jaar bij aanvang werden gemiddeld 19 jaar gevolgd. Op drie momenten werd hun supplementgebruik in kaart gebracht. Gedurende de follow-up periode overleden 1.562 personen aan hart- en vaatziekten. Gebruikers van visoliesupplementen (voornamelijk levertraan) hadden een lager overlijdensrisico (- 26%) dan mensen die geen voedingssupplementen of alleen supplementen zonder omega-3 vetzuren gebruikten.

Zelfs in geringe hoeveelheden kunnen EPA en DHA een beschermend effect tegen hart- en vaatziekten ontplooien. Een studie van Wageningen University had tot doel een dosis-response relatie te vinden voor geringe EPA-, DHA- en visconsumptie enerzijds en hart- en vaatziekten met fatale afloop of een niet-fataal hartinfarct anderzijds. Het onderzoek telde 21.342 deelnemers in de leeftijd van 20-65 jaar zonder geschiedenis van een hartinfarct of beroerte en de follow-up periode bedroeg tien jaar. De inname van EPA plus DHA varieerde van gemiddeld 40-234 mg/dag en de gemiddelde visinname van 1,1-17,3 g/dag. In vergelijking met het laagste kwartiel van EPA plus DHA-inname hadden de deelnemers in het hoogste kwartiel 49% minder risico op een fatale hart- en vaatziekte en 62% minder kans op een fataal hartinfarct. Ook in dit onderzoek werd geen verband gevonden tussen consumptie van vis of visvetzuren en een niet-fataal hartinfarct.
In de GISSI-Prevenzione studie, het tot nu toe grootste gerandomiseerde onderzoek met controlegroep waarbij omega-3 vetzuren werden gesuppleerd, bleek dat patiënten die na een recente (drie maanden of korter geleden) hartinfarct gedurende 3,5 jaar dagelijks 850 mg EPA plus DHA hadden gekregen een veel kleinere kans (- 45%) hadden op plotseling overlijden aan een hartkwaal dan degenen die geen supplement hadden gekregen. Ook hadden deze patiënten 20% minder kans op overlijden door een willekeurige oorzaak. Al na drie maanden suppletie was er sprake van een significante afname van overlijden door een willekeurige oorzaak en na vier maanden was er een duidelijke afname van plotseling overlijden aan een hartkwaal.
Vanwege hun anti-inflammatoire en antiaritmische eigenschappen zouden omega-3 vetzuren een nuttige aanvulling kunnen zijn bij hartoperaties. Uit een meta-analyse van studies met in totaal 4.335 patiënten komt naar voren dat suppletie van omega-3 vetzuren rondom een openhartoperatie inderdaad het ziekenhuisverblijf verkort (gemiddeld 1,37 dag) en de kans op postoperatief atriumfibrilleren verkleint (- 21%). De suppletie had geen effect op de tijd dat de patiënten op de intensive care verbleven, de duur van de mechanische beademing en de kans op overlijden.

Visoliesuppletie kan bij hypertensiepatiënten een bescheiden maar significante verlaging van de systolische en diastolische bloeddruk realiseren. In een Noors onderzoek kregen 156 mannen en vrouwen gedurende 10 weken dagelijks een voedingssupplement met 6 g visolie (met 3.264 mg EPA en 1.818 mg DHA) of 6 g maïsolie (placebo). Na de interventieperiode was in de visoliegroep de systolische bloeddruk gedaald met gemiddeld 4,6 mm Hg en de diastolische bloeddruk met gemiddeld 3,0 mm Hg, terwijl in de placebogroep geen significante verandering werd waargenomen. Sommige onderzoeksresultaten wijzen er echter op dat het bloeddruk verlagend effect van visolie alleen zou optreden bij mensen met matige of ernstige hypertensie.

Psychische klachten
In een Canadese literatuurstudie is onder meer onderzocht in hoeverre de status van omega-3 vetzuren een risicofactor is voor postnatale depressie. Daartoe werden 75 studies naar risicofactoren voor postnatale depressie geraadpleegd. Een lage inname en status van omega-3 vetzuren lijken inderdaad het risico op postnatale depressie te vergroten. Zonder adequate aanvulling daalt volgens de onderzoekers de omega-3 status van de moeder gedurende de zwangerschap omdat de omega-3 vetzuren die de moeder inneemt eerst worden doorgegeven aan de foetus en later via de borstvoeding aan de baby. Daardoor is de omega-3 status van de moeder tot zeker zes weken na de geboorte verlaagd, met mogelijk een verhoogd risico op een postnatale depressie tot gevolg. Een goede voorziening met omega-3 vetzuren tijdens maar ook in de eerste weken na de bevalling is dus van belang.
Eerder was in een Zweedse studie al vastgesteld dat volwassen vrouwen met een hoge inname van vis, omega-3 en omega-6 vetzuren en vitamine D minder last hebben van psychose-achtige klachten.
In een Oostenrijks onderzoek bleek 12 weken lang suppletie met een mix van 700 mg EPA en 480 mg DHA bij jongeren (13-25 jaar) in het voorstadium van psychose het aantal gevallen van transitie naar psychose met 23% te verminderen in vergelijking met placebo. De groep die het visoliesupplement had gekregen scoorde ook beter wat betreft symptomen gedurende de hele follow-up periode van 40 weken.

Ouderen
Zowel uit de Zutphen-studie als de Rotterdam-studie komt naar voren dat de vetzuurconsumptie een rol kan spelen bij cognitieve achteruitgang en dementie. Uit de Rotterdam-studie blijkt dat een hoge inname van totaal vet, verzadigd vet en cholesterol het risico op dementie vergroot, terwijl een hoge inname van omega-3 vetzuren uit vis het risico juist verlaagt (- 60%). Uit de gegevens van de Zutphen-studie onder ouderen blijkt dat een hoge inname van linolzuur cognitieve achteruitgang en aftakeling bevordert en een hoge visconsumptie juist remmend daarop werkt.
De aard van de vetconsumptie blijkt ook invloed te hebben op het risico op leeftijdsgerelateerde maculadegeneratie (AMD). Uit een prospectieve follow-up studie met deelnemers aan de Nurses’ Health Study en de Health Professionals Follow-up Study is onder meer gebleken dat een hoge vetconsumptie (totaal-vet) het risico op AMD verhoogt met 54% in vergelijking met een geringe vetconsumptie. Een hoge inname van DHA daarentegen geeft 30% minder risico op AMD dan een geringe DHA-consumptie.
Een goede voorziening met omega-3 vetzuren kan bij ouderen levensverlengend werken. Blijkens een studie door wetenschappers van de Harvard School of Public Health en de universiteit van Washington kunnen omega-3 vetzuren het risico op overlijden aan een hartziekte tot 35% verminderen. Aan de cohortstudie namen 2.692 ouderen met een gemiddelde leeftijd van 74 jaar deel die gedurende 16 jaar werden gevolgd. Ouderen met het hoogste gehalte aan omega 3-vetzuren in het bloed hadden een 27% lager sterfterisico dan ouderen met lagere gehaltes. DHA verkleinde de kans op overlijden door coronaire hartziekten het sterkst, met maar liefst 40%. Ouderen met de hoogste omega-3 bloedwaarden leefden gemiddeld 2,2 jaar langer dan de personen met de laagste bloedwaarden.

Kinderen
Niet alleen tijdens de zwangerschap maar ook in de periode van borstvoeding is een goede voorziening met DHA belangrijk voor de ontwikkeling van het kind. In een onderzoek kregen 89 vrouwen die borstvoeding gaven vanaf 4-6 weken na de bevalling gedurende zes weken 200 mg of 400 mg DHA of een placebo. De DHA-waarden van plasma bij de moeder en van de borstvoeding namen significant toe in de DHA-groepen. De omega-6:omega-3 ratio was significant kleiner bij de baby’s van wie de moeder DHA-suppletie ontving (200 mg/dag: – 40%; 400 mg /dag: -51%). Ook de verhouding arachidonzuur: DHA was aanzienlijk lager bij de baby’s in de suppletiegroepen. Volgens de onderzoekers is DHA van groot belang voor de ontwikkeling van het jonge kind aangezien de vetzuren in de hersenen voor meer dan 10% bestaan uit dit omega-3 vetzuur.
Het belang van suppletie van omega-3 vetzuren tijdens de zwangerschap en de eerste levensmaanden van het kind blijkt ook uit een grote Amerikaanse meta-analyse. Deze omvatte 15 gerandomiseerde studies met controlegroep (RCT), met in totaal 2.525 kinderen, waarin met name naar de hersenontwikkeling van het jonge kind werd gekeken. De suppletie in de verschillende studies bestond uit EPA plus DHA, EPA plus DHA en arachidonzuur (AA), DHA plus AA of alleen DHA, ofwel prenataal bij de moeder (gemiddeld vanaf 20 weken zwangerschap), ofwel bij het kind binnen enkele dagen na de geboorte. De gemiddelde duur van de suppletie bedroeg 7,3 maanden. De kinderen waren gemiddeld 16 maanden oud toen de resultaten werden gemeten.
Prenatale suppletie en suppletie bij het kind verbeterden in gelijke mate de hersenont-wikkeling, zoals gemeten met de Bayley Scales of Infant and Toddler Development. Uit deel-analyses kwam naar voren dat DHA en/of EPA met name de psychomotorische ontwikkeling en DHA plus AA met name de mentale ontwikkeling verbeterden.
De opbouw van DHA-spiegels bij het ongeboren kind vindt met name plaats in het laatste trimester van de zwangerschap, ter ondersteuning van de snelle groei en hersenontwikkeling. Kinderen die te vroeg worden geboren, voordat dit opbouwproces is voltooid, beginnen dus al met een relatief tekort. Baby’s met een zeer laag geboortegewicht (< 1.500 g) houden lang een DHA-tekort, mede vanwege een gebrekkige omzetting uit andere vetzuren, minder vetopslag en een beperkte voorziening na de geboorte. Naast langdurige risico’s op een gebrekkige ontwikkeling van het gezichtsvermogen en het zenuwstelsel lopen deze kinderen een aanzienlijk risico op het ontwikkelen van en overlijden aan bepaalde aandoeningen die samenhangen met vroeggeboorte. Er is groeiend bewijs dat DHA een beschermende rol zou kunnen spelen bij deze ziektebeelden en daarmee de overlevingskansen voor baby’s met een zeer laag geboortegewicht zou kunnen vergroten.
Verder is in een grootschalige Cochrane-review vastgesteld dat suppletie met omega-3 vetzuren tijdens de zwangerschap het risico op vroeggeboortes aanzienlijk verkleint. Volgens de onderzoekers zijn de resultaten zelfs dermate overtuigend dat verder onderzoek in deze richting niet meer nodig is. Uit analyse van de diverse onderzoeksresultaten blijkt dat suppletie met omega-3 vetzuren het risico op een te vroeg geboren baby (minder dan 37 weken zwangerschap) met 11% vermindert (van 134 naar 119 per 1.000 geboorten). Het risico op een extreem premature baby (minder dan 32 weken zwangerschap) daalt zelfs met 42% (van 46 naar 27 per 1.000 geboorten). De gunstige resultaten uit de review worden gezien bij doseringen van 500-1.000 mg EPA plus DHA, met ten minste 500 mg DHA. Hogere doseringen lijken geen extra voordeel te hebben. De onderzoekers adviseren vrouwen die zwanger zijn van een eenling om een omega-3 vetzuur supplement te nemen vanaf de twaalfde week van de zwangerschap.

Pasgeboren baby’s met een verhoogd risico op allergieën kunnen ook baat hebben bij visoliesuppletie. Diverse onderzoeken hebben al laten zien dat de kans op overgevoeligheden en allergieën bij het kind kleiner is als de moeder tijdens de zwangerschap visolie heeft gebruikt. In een Australische studie met 420 baby’s met een hoog risico op allergieën is gekeken of suppletie na de geboorte een zelfde effect zou kunnen hebben. De baby’s kregen vanaf hun geboorte tot de leeftijd van 6 maanden dagelijks 110 mg EPA en 280 mg DHA in de vorm van een visoliesupplement. Op de leeftijd van 6 maanden en 1 jaar werd gekeken of de baby’s een allergie hadden ontwikkeld.
Na zes maanden bleek uit bloedmonsters dat de baby’s die visolie hadden gekregen hogere waarden omega-3 vetzuren en lagere arachidonzuurwaarden hadden dan de baby’s in de placebogroep. Bovendien kon de suppletie worden geassocieerd met lagere allergeen-specifieke Th2-responsen, hetgeen het risico op het ontwikkelen van allergieën vermindert.
Ook op latere leeftijd blijven omega-3 vetzuren, met name DHA, belangrijk voor de hersenontwikkeling en fysieke gezondheid van het kind. Kinderen met ADHD en aanverwante gedragsproblemen hebben vaak lage bloedwaarden van omega-3 vetzuren en zijn gebaat bij suppletie met deze vetzuren.
Uit een onderzoek met 362 gezonde Britse schoolkinderen (leeftijd 7-9 jaar) met een leesachterstand bleek dat DHA-suppletie (600 mg/dag) de leesprestaties aanzienlijk kon verbeteren, met name bij de kinderen met de slechtste leesprestaties.
In een recente studie is gekeken naar de relatie tussen de mate van DNA-schade en de voorziening met de omega-3 vetzuren EPA en DHA. Ophoping van DNA-schade speelt een rol bij vroegtijdige veroudering en het ontstaan van diverse neurodegeneratieve aandoeningen en kanker. Van 140 gezonde Braziliaanse kinderen in de leeftijd van 9-13 jaar werd bloed afgenomen en hun antroprometrische kenmerken (lengte, gewicht etc.) en energie-inname werden vastgelegd. Aan de hand van de bloedmonsters werden de gehaltes EPA, DHA, vitamine A, bèta-caroteen en vitamine B2 vastgesteld. Met behulp van de zgn. comet assay (Single Cell Gel Electrophoresis Assay) werd de mate van DNA-schade beoordeeld. Kinderen met hoge EPA- en DHA-waarden bleken minder DNA-schade te hebben dan kinderen met lagere waarden van de omega-3 vetzuren. Voor de vitamines en bèta-caroteen werd dit verband niet gevonden. Een goede voorziening met EPA en DHA bij jongeren lijkt er dus voor te zorgen dat het DNA beter intact blijft en zou zodoende een beschermde factor kunnen zijn tegen het ontwikkelen van bepaalde aandoeningen op latere leeftijd.

Overige
Uit een groot Amerikaans prospectief onderzoek blijkt dat een hoge consumptie van omega-3 vetzuren het risico op ALS (amyotrofische laterale sclerose) zou kunnen verminderen. In het onderzoek werd van ruim een miljoen mensen de voedselinname op basis van voedselfrequentie-vragenlijsten geïnventariseerd. Na een follow-up-periode van 9 tot 24 jaar hadden 995 personen ALS gekregen. Een hogere diëtaire inname van omega-3 vetzuren gaf een lager risico op ALS: in het hoogste kwintiel van de omega-3 inname was het risico op ALS 34% kleiner dan in het laagste kwintiel. Het gunstige effect was zowel gerelateerd aan de omega-3 visvetzuren EPA en DHA als aan ALA. Omega-3 vetzuren verminderen ontstekingsprocessen en oxidatieve stress en zouden volgens de onderzoekers zodoende het ontstaan van ALS kunnen helpen voorkomen of vertragen.

PTSS-patiënten kunnen baat hebben bij suppletie met EPA en DHA. Psychofysiologische symptomen, zoals verhoogde hartslag, zijn een veelvoorkomend verschijnsel bij PTSS. In een Japanse studie kregen 83 mensen die 10 dagen of korter geleden een ongeluk hadden overleefd een omega-3 supplement (dagelijks 1.470 mg DHA en 147 mg EPA) of een placebo. Na 12 weken was de hartslag van de patiënten in de behandelgroep zowel tijdens een sessie met gebruik van script gebaseerd voorstellingsvermogen (script driven imagery; uitlokken van een dissociatieve toestand aan de hand van een traumatische autobiografische herinnering) als in rust lager dan in de placebogroep.

Omega-3 vetzuren zijn mogelijk ook gunstig bij type II-diabetes. Uit diverse dieronderzoeken is gebleken dat omega-3 vetzuren uit visolie de insulinegevoeligheid verbeteren, maar de resultaten bij de mens zijn wisselend. Amerikaanse onderzoekers hebben middels een meta-analyse van gerandomiseerde onderzoeken met controlegroep (RCT’s) geprobeerd hierover wat meer duidelijkheid te krijgen. Daarbij is gekeken naar het effect van omega-3 vetzuren uit visolie op adiponectine, een eiwithormoon dat wordt aangemaakt door vetcellen en onder andere de insulinegevoeligheid beïnvloedt.
Visolie verhoogde in bescheiden mate het circulerend adiponectine, maar de resultaten liepen ook hier sterk uiteen. Toch zien de onderzoekers hierin een ondersteuning voor de mogelijk gunstige effecten van omega-3 vetzuren op de insulinegevoeligheid.

Uit een recente Cochrane review komt naar voren dat omega-3 vetzuren mogelijk zinvol kunnen zijn voor patiënten met cystische fibrose. In de geïncludeerde onderzoeken resulteerde suppletie met omega-3 vetzuren onder meer in een verbeterde longfunctie, verminderd sputumvolume, verlaging van de omega-6 : omega-3 ratio en een verlaging van de leukotrieen B4 : leukotrieen B5 ratio. De auteurs benadrukken wel dat het bewijs wat mager is en pleiten dan ook voor verder grootschalig onderzoek.

(WD)

Bronnen

  • Shapiro GD, Fraser WD, Séguin JR: Emerging risk factors for postpartum depression: serotonin transporter genotype and omega-3 fatty acid status; Canadian Journal of Psychiatry 57(11):704-712, 2012.
  • Monograph; Fish Oil; Alternative Medicine Review 5(6):576-580, 2000.
  • Fitzgerald KC et al.: Dietary ω-3 polyunsaturated fatty acid intake and risk for amyotrophic lateral sclerosis; JAMA Neurology 71(9):1102-1110, 2014.
  • Hedelin M et al.: Dietary intake of fish, omega-3, omega-6 polyunsaturated fatty acids and vitamin D and the prevalence of psychotic-like symptoms in a cohort of 33,000 women from the general population; BMC Psychiatry 10:38, 2010.
  • Amminger GP et al.: Long-chain omega-3 fatty acids for indicated prevention of psychotic disorders: a randomized, placebo-controlled trial; Archives of General Psychiatry 67(2):146-154, 2010.
  • Oomen CM et al.: Fish consumption and coronary heart disease mortality in Finland, Italy, and The Netherlands; American Journal of Epidemiology 151:999-1006, 2000.
  • de Goede J et al.: Marine (n-3) fatty acids, fish consumption, and the 10-year risk of fatal and nonfatal coronary heart disease in a large population of Dutch adults with low fish intake; Journal of Nutrition 140(5):1023-1028, 2010.
  • Lemaitre RN et al.: n-3 Polyunsaturated fatty acids, fatal ischemic heart disease, and nonfatal myocardial infarction in older adults: the Cardiovascular Health Study; American Journal of Clinical Nutrition 77(2):319-325, 2003.
  • Lentjes MAH et al.: Longitudinal associations between marine omega-3 supplement users and coronary heart disease in a UK population-based cohort; BMJ Open 7(10):e017471, 2017.
  • Leslie MA et al.: A review of the effect of omega-3 polyunsaturated fatty acids on blood triacylglycerol levels in normolipidemic and borderline hyperlipidemic individuals; Lipids in Health and Disease 14:53, 2015.
  • Kalmijn S: Fatty acid intake and the risk of dementia and cognitive decline: a review of clinical and epidemiological studies; Journal of Nutrition, Health and Aging 4(4):202-207, 2000.
  • Cho E et al.: Prospective study of dietary fat and the risk of age-related macular degeneration; American Journal of Clinical Nutrition 73(2):209-218, 2001.
  • NN: Dietary supplementation with n-3 polyunsaturated fatty acids and vitamin E after myocardial infarction: results of the GISSI-Prevenzione trial. Gruppo Italiano per lo Studio della Sopravvivenza nell’Infarto miocardico; Lancet 354(9177):447-455, 1999.
  • Marchioli R et al.: Early protection against sudden death by n-3 polyunsaturated fatty acids after myocardial infarction: time-course analysis of the results of the Gruppo Italiano per lo Studio della Sopravvivenza nell’Infarto Miocardico (GISSI)-Prevenzione; Circulation 105(16):1897-1903, 2002.
  • Langlois PL, Hardy G, Manzanares W: Omega-3 polyunsaturated fatty acids in cardiac surgery patients: An updated systematic review and meta-analysis; Clinical Nutrition 36(3):737-746, 2017.
  • Wu JH, Cahill LE, Mozaffarian D: Effect of fish oil on circulating adiponectin: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials; Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism 98(6):2451-2459, 2013.
  • Shulkin ML et al.: Effects of omega-3 supplementation during pregnancy and youth on neurodevelopment and cognition in childhood: a systematic review and meta-analysis; The FASEB Journal abstract 295.5, 2016.
  • D’Vaz N et al.: Fish oil supplementation in early infancy modulates developing infant immune responses; Clinical and Experimental Allergy 42(8):1206-1216, 2012.
  • Mozaffarian D et al.: Plasma phospholipid long-chain omega-3 fatty acids and total and cause-specific mortality in older adults: A cohort study; Annals of Internal Medicine 158(7):515-525, 2013.
  • Harris WS, Baack M: Beyond Building Better Brains: Bridging the Docosahexaenoic acid (DHA) Gap of Prematurity; Journal of Perinatology 35(1):1-7, 2015.
  • Middleton P et al.: Omega-3 fatty acid addition during pregnancy; Cochrane Database of Systematic Reviews 11:CD003402, 2018.
  • Richardson AJ et al.: Docosahexaenoic acid for reading, cognition and behavior in children aged 7-9 years: a randomized, controlled trial (the DOLAB Study); PLoS One 7(9):e43909, 2012.
  • DeBarros TT et al.: DNA damage is inversely associated to blood levels of DHA and EPA fatty acids in Brazilian children and adolescents; Food & Function, mei 2020 [Epub ahead of print].
  • Fish oil; Natural Medicines website, geraadpleegd 10-2015.
  • Miyata J, Arita M: Role of omega-3 fatty acids and their metabolites in asthma and allergic diseases; Allergology International 64(1):27-34, 2015.
  • Oliver C, Watson H: Omega-3 fatty acids for cystic fibrosis; The Cochrane Database of Systematic Reviews 1:CD002201, 2016.
  • Matsumura K et al.: Effects of omega-3 polyunsaturated fatty acids on psychophysiological symptoms of post-traumatic stress disorder in accident survivors: A randomized, double-blind, placebo-controlled trial; Journal of Affective Disorders 224:27-31, 2017.

< Terug