Over professionals en jeuktaal

Het woord ‘professional’ is in opmars. Laatst zat ik in een Limburgs restaurant met een glaasje wijn voor me. Al nippend ontdekte ik een tekst op het glas: ‘professionals in wine’. Ik geloofde het meteen want het smaakte bijzonder goed. Als complementair therapeut behoren wij tot de categorie ‘zorgprofessionals’. Een begrip dat meer behelst dan alleen de inhoudelijke kanten van het werk. Het slaat ook op alles daaromheen. Zo draag ik bijvoorbeeld graag mijn steentje bij aan professionele communicatie door onze beroepsgroep: goede websites, heldere nieuwsbrieven, informatieve berichten op de social media en wat er op dat gebied nog meer mogelijk is om een praktijk voor het voetlicht te brengen. De kwaliteit daarvan is medebepalend voor het imago van ‘professional’. In het Nederlands bestaat naar mijn idee geen woord met exact dezelfde betekenis en gevoelswaarde. ‘Deskundige’ komt in de buurt, maar voelt toch net anders. Logisch dat ‘professional’ zo populair is.

Schrijfster Japke-d. Bouma schreef er onlangs nog over in een krantenartikel. Ook haar was de toename van ‘professionals’ opgevallen. Op een vrij kritische manier interviewde ze een aanbieder van ‘trainingen voor leiders en professionals’ die mensen lieten groeien als ‘professional’. De humoristische ondertoon in haar vragen kon ik wel waarderen. En het is natuurlijk waar, als een interessant woord te pas en te onpas wordt gebruikt, wordt het een beetje cliché. Soms krijg ik ook een beetje dat gevoel bij veelgebruikte termen in onze branche. Denk aan ‘blokkades opheffen’ en ‘terug in balans brengen’. Wij weten wat we ermee bedoelen, een buitenstaander vaak niet. Altijd goed om je dat te realiseren als je je richt tot mensen die (nog) weinig weten van complementaire geneeskunde.
Daar moest ik ook aan denken toen van dezelfde Japke-d. Bouma het boek ‘Ga lekker zelf in je kracht staan’ uitkwam. Een titel die meteen op mijn lachspieren werkte. Dat was uiteraard zelfspot, want ‘in je kracht staan’ is een term die ik zelf ook wel eens gebruik. Door zo’n boek besef je in een oogwenk hoe een uitspraak kan overkomen. Overigens heeft dit boek niks met onze beroepsgroep te maken. Het gaat over hedendaags kantoorjargon dat ze categoriseert als ‘jeuktaal’. Ook weer zo’n heerlijk creatieve taalvondst die kort en bondig aangeeft hoe ze erover denkt: ze is er allergisch voor en moet ervan krabben. Hoe zou ze reageren als we haar een therapie aanraden die haar terug in balans zet? Ik weet nu al wat voor boek er dan volgend jaar verschijnt.