Probiotica

Lactobacillus- en Bifidobacterium-stammen maken deel uit van de normale darmflora van de mens. De lactobacillen vallen onder de groep van melkzuurbacteriën en alle soorten zijn in staat om koolhydraten om te zetten in melkzuur. Sommige soorten maken daarbij ook azijnzuur en koolzuurgas. Ook bifidobacteriën zijn in staat om koolhydraten tot melkzuur en azijnzuur af te bouwen en halen hieruit hun energie. Door deze zuurproductie zorgen ze voor een ongunstige pH voor pathogene micro-organismen in het micromilieu van de darmwand en darmmucosa.
Lactobacillen en bifidobacteriën behoren tot de categorie van probiotische bacteriën, ook wel probiotica genaamd. Probiotica zijn door de WHO en FAO gedefinieerd als levende micro-organismen die, indien in voldoende hoeveelheden ingenomen, een gezondheidsbevorderend effect hebben. De belangrijkste functies van probiotica ten aanzien van de gezondheid zijn het beschermen van de darmwand, het in stand houden van een gevarieerde darmmicrobiota, wat onder meer van belang is voor een goede spijsvertering en stoelgang, en het bevorderen van een goede werking van het immuunsysteem, onder meer door communicatie via het Gut Associated Lymphoid Tissue (GALT; immuunsysteem van de darmmicrobiota) met het immuunsysteem. Veel melkzuurbacteriestammen zijn in meer of mindere mate resistent tegen een groot aantal antibiotica, hetgeen hun werkzaamheid in aanwezigheid van antibiotica vergroot. Overigens is deze resistentie niet overdraagbaar op andere (pathogene) micro-organismen.

Darmklachten
Diarree
Uit verschillende meta-analyses komt naar voren dat probiotica effectief kunnen zijn bij de preventie van antibiotica geassocieerde diarree en diarree als gevolg van Clostridium difficile-infectie. In een meta-analyse uit 2011 van studies met volwassen ziekenhuispatiënten blijkt het gebruik van probiotica het risico op diarree als gevolg van antibiotica met 44% te verminderen en het risico op diarree als gevolg van C. difficile-infectie met 71%. Een andere meta-analyse liet een risicoreductie zien van 57% voor diarree als gevolg van antibiotica. In een Cochrane-analyse op basis van 23 gerandomiseerde gecontroleerde studies (Randomized Controlled Trials, RCTs) met in totaal 4.213 patiënten concluderen de onderzoekers dat probiotica veilig en effectief zijn voor de preventie van diarree als gevolg van C. difficile-infectie.

Constipatie
In een review van 14 RCTs met in totaal 1.182 patiënten is gekeken naar het effect van probiotica op functionele constipatie. Probiotica-suppletie, en dan vooral van Bifidobacterium lactis-stammen, verkortte de darmpassage met gemiddeld 12,4 uur en verhoogde de ontlastingsfrequentie met gemiddeld 1,3 stoelgang per week. Uit een andere literatuurstudie (15 RCTs, 675 deelnemers) komt naar voren dat probiotica-suppletie ook bij volwassenen zonder stoelgangproblemen de snelheid van de darmpassage verhoogt. Maar de beste resultaten werden ook in deze review gezien in geval van constipatie en bij gebruik van B. lactis-stammen.
In een Italiaanse studie met 157 patiënten met prikkelbare darm syndroom en constipatie (IBS-C) gaf 2 maanden suppletie met een combinatie van Lactobacillis plantarum, L. rhamnosus en B. lactis (van elke stam 5 x 109 kve/dag) aanzienlijke verlichting van PDS-symptomen als opgeblazen gevoel, buikpijn, darmkrampen, winderigheid en constipatie. Ook gaven deelnemers die deze probiotica-combinatie hadden gekregen aan dat de aan de gezondheid gerelateerde kwaliteit van leven flink was toegenomen.

Diarree bij kinderen
Uit een review van RCTs komt naar voren dat veel probiotica, met name L. rhamnosus, een gunstig effect kunnen hebben bij de behandeling van acute diarree bij baby’s en kinderen. Volgens een Deens onderzoek kan een combinatie van L. rhamnosus en L. reuteri bij baby’s en peuters in de leeftijd van 6-36 maanden die met een rotavirusinfectie in het ziekenhuis liggen de diarreefase met 20% verkorten. Ook bij gezonde baby’s en kinderen (leeftijd 9-44 maanden) kan deze combinatie de duur van diarree verkorten. Direct met suppletie starten bij de eerste symptomen kan de hersteltijd bijna halveren (- 43%).
Regurgitatie, het terugvloeien van voedsel of maagsap, is een veelvoorkomend verschijnsel bij baby’s. Behalve ongemak heeft het verder meestal geen gevolgen voor de ontwikkeling of de gezondheid. In een Italiaans onderzoek is vastgesteld dat dagelijks 100 miljoen kve L. reuteri gedurende een maand bij baby’s met regurgitatie gasvorming in de maag vermindert, de maaglediging versnelt en de frequentie van regurgitatie sterk vermindert.
In een onderzoek met gezonde baby’s jonger dan 8 maanden bleek toevoeging van B. lactis aan een babyformule met aangezuurde melk de kans op diarree met bijna de helft te verminderen.
In een Duits onderzoek met te vroeg geboren baby’s (minder dan 37 weken zwangerschap) was er sprake van meer gewichtstoename in de groep die naast antibiotica tevens werd gesuppleerd met B. lactis dan in de placebogroep. In de groep die alleen B. lactis kreeg was de pH van de feces aanzienlijk lager en de concentraties lactaat en acetaat waren respectievelijk 42 en 38% hoger dan in de placebogroep. Deze omstandigheden zijn gunstig voor de groei van bifidobacteriën, hetgeen een beschermend effect tegen ontstekingen in het spijsverteringskanaal kan hebben.
Uit een grootschalige Cochrane-review (33 studies, 6.352 kinderen variërend in leeftijd van 3 dagen tot 17 jaar) komt naar voren dat probiotica antibiotica-geassocieerde diarree kunnen voorkomen dan wel verkorten. Van de kinderen die naast antibiotica ook probiotica kregen ontwikkelde 8% diarree, tegenover 19% van de kinderen die alleen antibiotica kregen. Bovendien verkortten probiotica de duur van de diarree met bijna 1 dag. De beste resultaten werden gezien bij doseringen van 5 x 109 kve of meer per dag en met de stammen L. rhamnosus of Saccharomyces boulardii.

Ontwikkeling darmmicrobioom
De eerste 1.000 levensdagen van een baby blijken van cruciaal belang te zijn voor een goede ontwikkeling van het darmmicrobioom en de gezondheid later in het leven. Britse wetenschappers hebben aan de hand van maandelijkse ontlastingsmonsters van 903 kinderen vanaf 3 maanden tot 46 maanden oud drie ontwikkelingsfasen van de darmmicrobiota onderscheiden: de ontwikkelingsfase (3-14 maanden), de transitiefase (15-30 maanden) en de stabiele fase (31-46 maanden). Het al dan niet krijgen van borstvoeding en de wijze van geboorte bepalen in hoge mate de samenstelling van het darmmicrobioom in de verschillende fasen.
Een andere groep wetenschappers heeft op basis van 10.913 ontlastingsmonsters van 783 baby’s uit dezelfde studie (The Environmental Determinants of Diabetes in the Young; TEDDY) de ontwikkeling van het jonge darmmicrobioom bestudeerd in verband met bètacel auto-immuniteit, diagnose van type I-diabetes of gebruik van antibiotica of probiotica. Gaandeweg het onderzoek ontwikkelden sommige baby’s auto-immuniteit tegen bètacellen en type I-diabetes. Hun microbioom bleek af te wijken van dat van de baby’s die gevrijwaard bleven van type I-diabetes. Het microbioom van deze laatste groep bevatte meer genen die te maken hebben met fermentatie en de productie van korteketenvetzuren, waarvan in eerder onderzoek al een beschermend effect is vastgesteld.
Baby’s worden steriel geboren. De eerste kolonisatie vindt plaats tijdens de passage door het geboortekanaal. De baby komt dan in aanraking met darmmicrobiota-bacteriën vanuit de vagina en anus van de moeder. Vlak na de geboorte is de darm nog zuurstofrijk, zodat alleen de aerobe bacteriën (voornamelijk E.coli- en Enterococcus-stammen) overleven. Zij zorgen ervoor dat er binnen een paar weken een zuurstofarm milieu in de darm ontstaat dat geschikt is voor de tweede kolonisatie, nu met anaerobe bacteriën. Ook deze anaerobe bacteriestammen (o.a. Lactobacillus, Bifidobacterium en Bacteroides) ontvangt de baby van de moeder: via huidcontact en door het drinken aan de borst. Na zo’n 2,5 jaar is de darmmicrobiota uitgegroeid tot een rijpe, ‘volwassen’ darmmicrobiota.
Zoals hierboven al aangegeven hebben kinderen die via een keizersnede zijn geboren en kinderen die flesvoeding krijgen in plaats van borstvoeding een darmmicrobiota die duidelijk afwijkt van de darmmicrobiota van kinderen bij wie de kolonisaties op een natuurlijke manier zijn verlopen. Met name bij flesgevoede kinderen is een toename te zien van stammen die zorgen voor rottingsprocessen in de darmen.

Oligosachariden uit moedermelk spelen een belangrijke rol bij de vorming van de darmmicrobiota. B. infantis is de enige darmbacterie die in staat is deze oligosachariden te consumeren en te verteren. Uit in-vitro onderzoek blijkt onder meer dat B. infantis veel beter groeit in aanwezigheid van oligosachariden uit moedermelk dan andere bacteriestammen. In darmcellen van te vroeg geboren baby’s ontplooit B. infantis anti-ontstekingsactiviteit en zorgt voor een verminderde doorlaatbaarheid van de darm.
Bij te vroeg geboren baby’s die naast borstvoeding B. infantis krijgen, nemen de aantallen B. infantis in de feces toe en die van Enterobacteriacaea af.

Necrotiserende enterocolitis
Ook bij te vroeg geboren baby’s is er vaak sprake van een afwijkende kolonisatie van de darm en daaruit voortvloeiende effecten op de gezondheid. Necrotiserende enterocolitis is een ernstige, levensbedreigende darmontsteking die met name voorkomt bij te vroeg geboren kinderen met een te laag geboortegewicht. Ongeveer 7% van de kinderen die worden geboren na een zwangerschap van minder dan 32 weken krijgt necrotiserende enterocolitis. Van deze kinderen overlijdt 15-30%.
L. acidophilus kan in sommige gevallen een gunstig, remmend effect hebben op het ontstaan van deze aandoening. In een Oostenrijks onderzoek bleek een combinatie van L. acidophilus en B. infantis de kans op necrotiserende enterocolitis te verminderen bij kinderen die borstvoeding kregen. Bij kinderen die flesvoeding kregen werd echter geen effect waargenomen.
In een Duits onderzoek werden vergelijkbare resultaten gevonden voor deze combinatie van bacteriestammen: minder risico op necrotiserende enterocolitis, betere gewichtstoename, minder darmoperaties en minder overlijden.
Ook probiotica die B. infantis bevatten blijken het risico op necrotiserende enterocolitis te kunnen verminderen.

Weerstand
Bij een groep van 29 gezonde vrijwilligers is het effect van probiotica op de afweerreactie na vaccinatie bepaald. Gedurende 3 weken kregen 20 deelnemers een placebo (maltodextrine) en 9 deelnemers tweemaal daags 10 miljard kve B. lactis, L. acidophilus of L. plantarum. De hele groep kreeg op dag 7 en 14 een choleravaccin toegediend en op dag 0, 21 en 28 werden bloedmonsters afgenomen. Probiotica-suppletie resulteerde in een snellere toename van IgG (B. lactis, L. plantarum) of een snellere en grotere toename van IgA en IgG (L. acidophilus).
In een Australisch onderzoek met 465 gezonde en actieve vrijwilligers (241 mannen, gemiddelde leeftijd 35 jaar, en 224 vrouwen, gemiddelde leeftijd 36 jaar) verdeeld in drie groepen, kreeg een van de groepen dagelijks 2 miljard kve B. lactis. In deze groep was de kans op een luchtwegaandoening significant kleiner dan in de placebogroep (- 27%). Bovendien duurde het in de B. lactis-groep bijna driekwart maand langer voordat zich een ziekte-episode voordeed in vergelijking met placebogroep.
Uit een Amerikaanse studie komt naar voren dat kinderen aanzienlijk minder last van symptomen van griep en verkoudheid als ze L. acidophilus alleen of in combinatie met B. lactis krijgen. In het winterseizoen werden 326 kinderen in de leeftijd van 3-5 jaar gevolgd. Gedurende 6 maanden kreeg een groep van 110 kinderen dagelijks L. acidophilus, een groep van 112 kinderen kreeg L. acidophilus plus B. lactis en 104 kinderen kregen een placebo. Zowel het enkelvoudige probioticum als de probioticamix bewerkstelligden een aanzienlijke vermindering van het aantal gevallen van koorts (- 53% resp. -72,7%), hoesten (- 41,4% resp. -62,1%) en neusverkoudheid (- 28,2% resp. – 58,8%) ten opzichte van placebo. De duur van deze symptomen, het gebruik van antibiotica en het aantal dagen afwezigheid wegens ziekte waren significant minder in de probioticagroepen.

Allergie
In een twee jaar durende studie van het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht is gekeken naar een mogelijk effect van probiotica op de ontwikkeling van allergieën bij jonge kinderen. Aan het onderzoek namen 156 zwangere vrouwen met een erfelijke aanleg voor eczeem deel. De ene helft van de vrouwen kreeg gedurende de laatste zes weken van de zwangerschap een probiotica-mix bestaande uit B. bifidum, B. lactis en Lactococcus lactis, de andere helft een placebo. De kinderen kregen de suppletie gedurende hun eerste levensjaar. Gedurende de eerste 3 maanden na de geboorte werd bij 29% van de baby’s in de placebogroep eczeem vastgesteld door de ouders. In de probioticagroep was dit percentage slechts 12, hetgeen neerkomt op een risicovermindering van 58%. Na verloop van tijd werd de risicovermindering minder, maar nog altijd aanzienlijk. Op eenjarige leeftijd hadden de kinderen in de probioticagroep 26% minder kans op eczeem en toen ze twee jaar oud waren nog altijd 22% minder kans. Vooral dit laatste percentage is interessant omdat de probioticasuppletie een jaar eerder al was gestopt.
Uit een vervolgstudie bleek echter dat het gunstige effect van een jaar lang probioticasuppletie direct na de geboorte op zesjarige leeftijd geheel was verdwenen en niet leidde tot primaire preventie van astma. Volgens de onderzoekers is dit begrijpelijk omdat de darmmicrobiota zeker tot het vierde levensjaar nog in ontwikkeling kan zijn. Voor een langdurig effect zou wellicht een langere periode van probioticasuppletie noodzakelijk zijn.
Suppletie met L. reuteri vanaf de laatste weken van de zwangerschap en aan de baby gedurende het eerste levensjaar vermindert de prevalentie van type I-allergie (IgE-afhankelijk) op tweejarige leeftijd. L. reuteri-suppletie vermindert de respons op allergenen en mitogenen en versterkt de immuun regulerende capaciteit bij baby’s.
Ook kinderen met berkenpollenallergie kunnen baat hebben bij een probioticamix, bestaande uit L. acidophilus en B. lactis. In een Fins onderzoek kregen 47 kinderen (gemiddelde leeftijd 9 jaar) met gediagnosticeerde pollenallergie gedurende het berkenpollen-seizoen (maart-juni) ofwel probiotica (1,25 x 109 kve L. acidophilus plus 3,75 x 109 kve B. lactis) ofwel een placebo. De probiotica bleken de infiltratie van eosinofielen in het neusslijm tegen te gaan en zodoende symptomen als een loopneus of een verstopte neus te verminderen.

Het brein
Een gezonde darmmicrobiota is onder meer van groot belang voor het functioneren van de brein-darm-as en verstoringen van de darmflora worden in verband gebracht met neurologische aandoeningen, waaronder depressie, autisme spectrum stoornis (ASS) en migraine. Dergelijke aandoeningen gaan vaak gepaard met gastro-intestinale klachten, zoals misselijkheid, braken of diarree, maar ook coeliakie of de ziekte van Crohn komen voor. Bovendien laten meerdere onderzoeken zien dat de darmmicrobiota van invloed kan zijn op de hersenontwikkeling, het gedrag en de stemming van mensen. Ook blijkt er een verband te bestaan tussen de samenstelling en diversiteit van de darmflora en menselijke karaktereigenschappen.
Een groep gezonde vrouwen zonder gastro-intestinale of psychiatrische symptomen kreeg 4 weken lang dagelijks een gefermenteerde melkdrank met vier probioticastammen (B. animalis Lactis, Sc. thermophilus, L. bulgaricus, Lc. lactis Lactis). Uit de resultaten bleek dat de probiotica invloed hadden op de hersenactiviteit in het limbisch systeem, een groep structuren die betrokken zijn bij emotie, genot, motivatie en het emotioneel geheugen.
In een Nederlandse studie zorgde 4 weken suppletie met een probioticamix voor een gunstig effect op de cognitie onder lastige omstandigheden als gevolg van acute (fysieke of psychische) stress. Bij het ontbreken van een stressor werd dit effect echter niet gezien.

Depressie
In een Brits onderzoek kregen 124 gezonde vrijwilligers dagelijks een yoghurtdrank met L. casei Shirota of een placebo. Na 3 weken was in de probioticagroep sprake van een stemmingsverbetering bij diegenen die aan het begin van het onderzoek depressief of terneergeslagen waren. Degenen die zelfverzekerd en opgetogen aan de interventie begonnen, behielden hun goede stemming.
Een groep gezonde vrijwilligers kreeg dagelijks een probioticum bestaande uit L. helveticus en B. longum. Na 30 dagen waren de angst- en depressiescores gunstig veranderd en de waarden van het stresshormoon cortisol verlaagd.
In een Iraanse studie kregen 81 patiënten (gemiddelde leeftijd 36,5 jaar) met een depressieve stoornis naast hun reguliere antidepressiva dagelijks een probioticum (L. helveticus plus B. longum), een prebioticum (GOS) of een placebo. Na 8 weken was er sprake van een significante daling van de BDI (Beck Depression Inventory)-score in de probioticumgroep ten opzichte van de placebogroep. Ook in de prebioticumgroep was de BDI-score lager. Tevens waren de cortisolwaarden in beide groepen verlaagd. In een vervolganalyse bleek het gebruik van het probioticum ook de eetlust van de patiënten significant te verbeteren.
Van 60 patiënten met een depressieve stoornis kreeg de ene helft een probioticum (L. plantarum) en de andere helft een placebo, naast de SSRI (serotonineheropnameremmer; antidepressivum) die ze al gebruikten. Na 8 weken waren de cognitieve prestaties in de probioticumgroep verbeterd in vergelijking met de placebogroep.

Migraine
Het exacte verband tussen migrainehoofdpijn en de samenstelling van de darmmicrobiota is voorlopig nog onduidelijk, maar een verhoogde doorlaatbaarheid van de darm en ontstekingsprocessen worden gezien als oorzaak of gevolg van de gastro-intestinale aandoeningen. Van probiotica is bekend dat ze een verhoogde darmpermeabiliteit kunnen helpen herstellen. Mogelijk zouden probiotica ook een gunstig effect kunnen hebben op migrainehoofdpijn doordat ze de barrièrefunctie van de darm verbeteren.
In een Nederlandse studie namen 27 migrainepatiënten dagelijks 5 x 109 kve van een combinatie van geregistreerde stammen van B. bifidum, B. lactis, L. acidophilus, L. salivarius, L. casei, L. brevis en Lc. lactis. Na 12 weken was het gemiddelde aantal dagen migraine per maand significant gedaald van 6,7 naar 5,2. Bovendien was de ernst van de migraine afgenomen.
Een observationele studie met 1.020 migrainepatiënten laat zien dat 8 weken suppletie met een probioticum met meerdere bacteriestammen het aantal dagen hoofdpijn verminderde van 2 tot 1,4 dagen per week. Bovendien nam de ernst van de hoofdpijn af van 5,1 naar 2,1 (op een schaal van 0-6), waren er minder klachten die met de migraine samenhingen en was het gebruik van pijnstillers gehalveerd.
Iraanse onderzoekers gaven 40 patiënten met episodische migraine en 39 patiënten met chronische migraine 10 respectievelijk 8 weken lang een probioticum met 14 stammen, waaronder L. acidophilus, L. plantarum, L. rhamnosus, B. bifidum, B. breve en B. longum (4 x 109 kve/dag) of een placebo. Ten opzichte van de placebogebruikers daalde bij patiënten met episodische migraine de frequentie van de aanvallen met 40% en de ernst met 29%, bij patiënten met chronische migraine nam het aantal aanvallen af met 45% en de ernst met 31%. In beide groepen werden ook minder pijnstillers geslikt.

Type II-diabetes
Er zijn ook gunstige resultaten gevonden van probiotica-suppletie bij type-II diabetes. Van 54 type-II diabetespatiënten, variërend in leeftijd van 35-70 jaar, kreeg de ene helft 8 weken lang een probioticum en de andere helft een placebo. Het probioticum bestond uit L. acidophilus, L. rhamnosus, L. bulgaricus, Sc. thermophilus, L. casei, B. breve, B. longum en FOS. Met behulp van de voor en na de interventie afgenomen nuchtere bloedmonsters werden veranderingen in onder andere biomarkers van oxidatieve stress en het nuchter bloedglucose gemeten. In beide groepen nam de HOMA-IR (insulineresistentie) toe, maar de stijging was aanzienlijk groter in de placebogroep. In de probioticagroep daalde het serum hs-CRP (ultrasensitief C-reactief proteïne; indicator voor laaggradige ontstekingsreacties en voor de kans op het ontwikkelen van hart- en/of vaatziekten), terwijl in de placebogroep juist een stijging werd waargenomen. Verder zorgde de probiotica-suppletie voor een significante toename van het plasma totaal glutathion (minder oxidatieve stress).
Een andere studie betrof 60 type II-diabetespatiënten met een coronaire hartziekte in de leeftijd van 40-85 jaar. De ene helft kreeg een probioticum bestaande uit L. acidophilus, L. casei en B. bifidum, elk in een dosering van 2 x 109 kve/dag, de andere helft een placebo. Na 12 weken suppletie was er in de probioticumgroep sprake van een significante daling van nuchter bloedglucose, insuline, insulineresistentie en totaal-/HDL-cholesterol-ratio en een significante toename van insulinegevoeligheid en HDL-cholesterolwaarden ten opzichte van degenen die een placebo kregen. Bovendien zorgde het probioticum voor een significante toename van de antioxidantcapaciteit en de glutathionwaarden en afname van serum hs-CRP.

Overige
– Colitis ulcerosa. Aan een Italiaans onderzoek werkten 60 patiënten met matig tot ernstige colitis ulcerosa mee. Twee jaar lang kregen 30 patiënten dagelijks 1.200 mg mesalazine (remt ontstekingen in de darmwand); de overige 30 patiënten kregen naast deze ontstekingsremmer tevens tweemaal daags een probioticum met L. acidophilus, L. salivarius en B. bifidum. In deze laatste groep trad meer verbetering op: minder klinische symptomen en bijwerkingen en een betere kwaliteit van leven en levensverwachting. Volgens de onderzoekers bevestigen de resultaten van hun studie de gunstige effecten van probiotica op de activiteit van colitis ulcerosa, die deels voortkomen uit het verbeteren van de response van de patiënt op ontstekingsremmende middelen.

– Marathonlopers. Langdurige zware lichamelijke inspanning heeft een ongunstige invloed op het immuunsysteem en de spijsverteringsorganen en vergroot de kans op milde spijsverteringsklachten en ontstekingen, met name in de bovenste luchtwegen. In een Britse studie kregen 24 recreatieve hardlopers dagelijks een probioticum, bestaande uit 25 x 109 kve van een combinatie van L. acidophilus, B. bifidum en B. animalis lactis, of een placebo gedurende 4 weken voorafgaand aan een marathon. In de 2 weken voor de marathon hadden de probioticumgebruikers minder milde spijsverteringsklachten dan in de weken daarvoor. Tijdens het laatste deel van de marathon was de ernst van de spijsverteringsklachten significant minder in deze groep dan bij de placebogebruikers. Daardoor nam ook hun gemiddelde snelheid minder af in deze fase van de wedstrijd dan bij de placebogroep, al was er geen verschil in de finishtijden tussen beide groepen.
Bij een qua opzet vergelijkbaar onderzoek met 14 marathonlopers zorgde een probioticapreparaat met L. acidophilus, L. paracasei, Lc. lactis, B. bifidum en B. animalis lactis (in totaal 5 x 109 kve/dag) voor een mindering ontstekingen van de bovenste luchtwegen dan placebo.

– Reumatoïde artritis. Probiotica kunnen ook een gunstig effect hebben bij patiënten met reumatoïde artritis (RA), zo blijkt uit een Iraanse studie. In een gerandomiseerd, dubbelblind placebogecontroleerd onderzoek met 60 RA-patiënten (leeftijd 25-70 jaar) kreeg de ene helft 8 weken lang een probioticum en de andere helft een placebo. Het probioticum telde drie stammen: L. acidophilus, L. casei en B. bifidum, elk in een dosering van 2 miljard kve/g. Voorafgaand aan en na afloop van de interventie werden nuchtere bloedmonsters verzameld. De probiotica-suppletie resulteerde in een verbetering van de DAS28 (index om de ziekteactiviteit te meten aan de hand van 28 gewrichten), een significante daling van de serumwaarden insuline en hs-CRP, en net aan significante verbeteringen van de totaal- en LDL-cholesterolwaarden.

– Multiple sclerose. Ten slotte zijn er ook aanwijzingen dat combinaties van verschillende Lactobacillus- en Bifidobacterium-stammen een gunstig effect kunnen hebben op metabole en klinische parameters bij MS-patiënten. In een Iraanse studie zorgde een combinatie van L. acidophilus (2 x 109 kve), B. bifidum (2 x 109 kve) en L. casei (2 x 109 kve) na 12 weken voor een verbetering van de EDSS-score (Expanded Disability Status Scale; maat die de ernst van handicap van MS-patiënten meet) ten opzichte van placebo. Ook de scores van vragenlijsten betreffende de algehele gezondheid, angst, depressie en stress waren verbeterd, net als een aantal klinische parameters (o.a. hs-CRP, malondialdehyde, HOMA-IR, insulinegevoeligheid, HDL-cholesterol).

(WD)

Bronnen

  • Lactobacillus; website Natural Medicines. Geraadpleegd 09-2018.
  • West NP et al.: Probiotic supplementation for respiratory and gastrointestinal illness symptoms in healthy physically active individuals; Clinical Nutrition 33(4):581-587, 2014.
  • Avadhani A, Miley H: Probiotics for prevention of antibiotic-associated diarrhea and Clostridium difficile-associated disease in hospitalized adults – a meta-analysis; Journal of the American Academy of Nurse Practitioners 23(6):269-274, 2011.
  • Technical Memorandum; TM 45-53, TM 56, Danisco.
  • Olveira G, González-Molero I: An update on probiotics, prebiotics and symbiotics in clinical nutrition; Endocrinologia y Nutricion 63(9):482-494, 2016.
  • Goldenberg JZ et al.: Probiotics for the prevention of Clostridium difficile-associated diarrhea in adults and children; Cochrane Database of Systematic Reviews 5:CD006095, 2013.
  • Miller LE, Zimmermann AK, Ouwehand AC: Contemporary meta-analysis of short-term probiotic consumption on gastrointestinal transit; World Journal of Gastroenterology 22(21):5122-5131, 2016.
  • Mezzasalma V et al.: A Randomized, Double-Blind, Placebo-Controlled Trial: The Efficacy of Multispecies Probiotic Supplementation in Alleviating Symptoms of Irritable Bowel Syndrome Associated with Constipation; Biomed Research International 2016:4740907, 2016.
  • Dimidi E et al.: The effect of probiotics on functional constipation in adults: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials; American Journal of Clinical Nutrition 100(4):1075-1084, 2014.
  • Szajewska H, Mrukowicz JZ: Probiotics in the treatment and prevention of acute infectious diarrhea in infants and children: a systematic review of published randomized, double-blind, placebo-controlled trials; Journal of Pediatric Gastroenterology and Nutrition 33(Suppl 2):S17-S25, 2001.
  • Rosenfeldt V et al.: Effect of probiotic Lactobacillus strains on acute diarrhea in a cohort of nonhospitalized children attending day-care centers; Pediatric Infectious Disease Journal 21(5):417-419, 2002.
  • Rosenfeldt V et al.: Effect of probiotic Lactobacillus strains in young children hospitalized with acute diarrhea; Pediatric Infectious Disease Journal 21(5):411-416, 2002.
  • Chouraqui JP, Van Egroo LD, Fichot MC: Acidified milk formula supplemented with bifidobacterium lactis: impact on infant diarrhea in residential care settings; Journal of Pediatric Gastroenterology and Nutrition 38(3):288-292, 2004.
  • Indrio F et al.: Lactobacillus reuteri accelerates gastric emptying and improves regurgitation in infants; European Journal of Clinical Investigation 41(4):417-422, 2011.
  • Härtel C et al.: Prophylactic use of Lactobacillus acidophilus/Bifidobacterium infantis probiotics and outcome in very low birth weight infants; Journal of Pediatrics 165(2):285-289.e1, 2014.
  • Guo Q et al.: Probiotics for the prevention of pediatric antibiotic-associated diarrhea; Cochrane Database of Systematic Reviews 4(4):CD004827, 2019.
  • Stewart CJ et al.: Temporal development of the gut microbiome in early childhood from the TEDDY study; Nature 562(7728):583-588, 2018.
  • Vatanen T et al.: The human gut microbiome in early-onset type 1 diabetes from the TEDDY study; Nature 562(7728):589-594, 2018.
  • Underwood MA et al.: Bifidobacterium longum subspecies infantis: champion colonizer of the infant gut; Pediatric Research 77(1-2):229-235, 2015.
  • Moro G et al.: Dosage-related bifidogenic effects of galacto- and fructooligosaccharides in formula-fed term infants; Journal of Pediatric Gastroenterology and Nutrition 34(3):291-295, 2002.
  • Mohan R et al.: Effects of Bifidobacterium lactis Bb12 supplementation on body weight, fecal pH, acetate, lactate, calprotectin, and IgA in preterm infants; Pediatric Research 64(4):418-422, 2008.
  • Repa A et al.: Probiotics (Lactobacillus acidophilus and Bifidobacterium bifidum) prevent NEC in VLBW infants fed breast milk but not formula; Pediatric Research 77(2):381-388, 2015.
  • Technical Memorandum; TM 46, TM 48, TM 56, Danisco.
  • Leyer GJ et al.: Probiotic effects on cold and influenza-like symptom incidence and duration in children; Pediatrics 124(2):e172-e179, 2009.
  • Niers L et al.: The effects of selected probiotic strains on the development of eczema (the PandA study); Allergy 64(9):1349-1358, 2009.
  • Gorissen DMW et al.: Preventive effects of selected probiotic strains on the development of asthma and allergic rhinitis in childhood. The Panda study; Clinical and Experimental Allergy 44(11):1431-1433, 2014.
  • Ouwehand AC et al.: Specific probiotics alleviate allergic rhinitis during the birch pollen season; World Journal of Gastroenterology 15(26):3261-3268, 2009.
  • Forsberg A et al.: Pre- and post-natal Lactobacillus reuteri supplementation decreases allergen responsiveness in infancy; Clinical and Experimental Allergy 43(4):434-442, 2013.
  • Johnson KV: Gut microbiome composition and diversity are related to human personality traits; Human Microbiome Journal 15:100069, 2020.
  • Zhou L, Foster JA: Psychobiotics and the gut-brain axis: in the pursuit of happiness; Neuropsychiatric Disease and Treatment 11:715-723, 2015.
  • Tillisch K et al.: Consumption of fermented milk product with probiotic modulates brain activity; Gastroenterology 144(7):1394-1401, 2013.
  • Benton D, Williams C, Brown A: Impact of consuming a milk drink containing a probiotic on mood and cognition; European Journal of Clinical Nutrition 61(3):355-361, 2007.
  • Papalini S et al.: Stress matters: Randomized controlled trial on the effect of probiotics on neurocognition; Neurobiology of Stress 10:100141, 2019.
  • Huang R, Wang K, Hu J: Effect of Probiotics on Depression: A Systematic Review and Meta-Analysis of Randomized Controlled Trials; Nutrients 8(8):483, 2016.
  • Akkasheh G et al.: Clinical and metabolic response to probiotic administration in patients with major depressive disorder: A randomized, double-blind, placebo-controlled trial; Nutrition 32(3):315-320, 2016.
  • Kazemi A et al.: Effect of probiotic and prebiotic vs placebo on psychological outcomes in patients with major depressive disorder: A randomized clinical trial; Clinical Nutrition 38(2):522-528, 2019.
  • Kazemi A, Noorbala AA, Djafarian K: Effect of probiotic and prebiotic versus placebo on appetite in patients with major depressive disorder: post hoc analysis of a randomised clinical trial; Journal of Human Nutrition and Dietetics 33(1):56-65,2020.
  • Rudzki L et al: Probiotic Lactobacillus Plantarum 299v decreases kynurenine concentration and improves cognitive functions in patients with major depression: A double-blind, randomized, placebo controlled study; Psychoneuroendocrinology 100:213-222, 2019.
  • Messaoudi M et al.: Assessment of psychotropic-like properties of a probiotic formulation (Lactobacillus helveticus R0052 and Bifidobacterium longum R0175) in rats and human subjects; British Journal of Nutrition 105(5):755-764, 2011.
  • Dai YJ et al.: Potential Beneficial Effects of Probiotics on Human Migraine Headache: A Literature Review; Pain Physician 20(2):E251-E255, 2017.
  • De Roos NM et al.: The effects of the multispecies probiotic mixture Ecologic®Barrier on migraine: results of an open-label pilot study; Beneficial Microbes 6(5):641-646, 2015.
  • Straube A et al.: Migraine prophylaxis with a probiotic. Results of an uncontrolled observational study with 1,020 patients; MMW Fortschritte der Medizin 160(Suppl 5):16-21, 2018.
  • Martami F et al.: The effects of a multispecies probiotic supplement on inflammatory markers and episodic and chronic migraine characteristics: A randomized double-blind controlled trial; Cephalalgia 39(7):841-853, 2019.
  • Asemi Z et al.: Effect of multispecies probiotic supplements on metabolic profiles, hs-CRP, and oxidative stress in patients with type 2 diabetes; Annals of Nutrition and Metabolism 63(1-2):1-9, 2013.
  • Raygan F et al.: The effects of probiotic supplementation on metabolic status in type 2 diabetic patients with coronary heart disease; Diabetology & Metabolic Syndrome 10:51, 2018.
  • Palumbo VD et al.: The long-term effects of probiotics in the therapy of ulcerative colitis: A clinical study; Biomedical papers of the Medical Faculty of the University Palacký, Olomouc, Czech Republic 160(3):372-377, 2016.
  • Pugh JN et al.: Four weeks of probiotic supplementation reduces GI symptoms during a marathon race; European Journal of Applied Physiology 119(7):1491-1501, 2019.
  • Tavares-Silva E et al.: Effect of Multi-Strain Probiotic Supplementation on URTI Symptoms and Cytokine Production by Monocytes after a Marathon Race: A Randomized, Double-Blind, Placebo Study; Nutrients 13(5):1478, 2021.
  • Zamani B et al.: Clinical and metabolic response to probiotic supplementation in patients with rheumatoid arthritis: a randomized, double-blind, placebo-controlled trial; International Journal of Rheumatic Diseases 19(9):869-879, 2016.
  • Kouchaki E et al.: Clinical and metabolic response to probiotic supplementation in patients with multiple sclerosis: A randomized, double-blind, placebo-controlled trial; Clinical Nutrition S0261-5614(16)30214-X, 2016 [Epub ahead of print].

< Terug