Zwangerschap

In de periode rond de zwangerschap is een goede nutriëntenstatus niet alleen belangrijk voor de (aanstaande) moeder maar ook voor het ongeboren kind. Daarnaast kan een adequate voorziening van diverse nutriënten in de periode voorafgaand aan de zwangerschap bijdragen aan een succesvolle conceptie. Bijvoorbeeld een vitamine B12-tekort, dat onder andere veel voorkomt bij vegetariërs en veganisten, kan onvruchtbaarheid (bij zowel vrouwen als mannen) tot gevolg hebben. Vitamine B12-suppletie kan de vruchtbaarheid vaak weer herstellen. Een tekort aan vitamine B12 kan tevens bijdragen tot verhoogde homocysteïnespiegels en hypercoagulabiliteit (verhoogde stollingsneiging), met vroegtijdig verlies van de foetus als mogelijk gevolg.
Het belang van foliumzuur voor en tijdens de zwangerschap wordt vooral toegeschreven aan het beschermende effect  tegen bepaalde aangeboren afwijkingen, zoals neurale buisdefecten (open ruggetje), hartafwijkingen, een gespleten gehemelte en een hazenlip. Uit een literatuurstudie blijkt dat een tekort aan foliumzuur echter ook de kans op een succesvolle implantatie van de foetus in de baarmoeder vermindert en de kans op een miskraam en groeivertragingen vergroot. Daarnaast heeft de folaatstatus de meeste invloed op de regulatie van de homocysteïnespiegels.
Zink is belangrijk voor de oögenese (vorming van de eicel). Verder is gebleken dat onvruchtbare vrouwen vaak een zinktekort hebben. Ook antioxidanten, zoals vitamine C en E, zijn belangrijk voor een succesvolle conceptie. Oxidatieve stress kan de vruchtbaarheid maar ook de innesteling van de bevruchte eicel beïnvloeden. Het gebruik van antioxidanten in de periode voorafgaand aan de conceptie kan schade aan de placenta helpen voorkomen en daardoor het risico op pre-eclampsie verminderen.

Tijdens de zwangerschap zijn vitamine B6 en vitamine B12 onder andere belangrijk voor de groei, bloedaanmaak en ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel.
IJzer en zink zijn eveneens van belang voor de ontwikkeling van de foetus. Vrouwen die tijdens de zwangerschap onvoldoende zink innamen, kregen vaker kinderen met geboorteafwijkingen en kinderen met een geringer geboortegewicht dan vrouwen die een goede zinkstatus hadden. Verder zijn er aanwijzingen dat prenatale suppletie met zink mogelijk een gunstig effect heeft op de neuronale ontwikkeling van het ongeboren kind.
IJzergebreksanemie komt veel voor bij zwangere vrouwen. Dit is mede een gevolg van een verhoogde ijzerbehoefte tijdens de zwangerschap. Een tekort aan ijzer tijdens het eerste en tweede trimester van de zwangerschap kan het risico op een vroeggeboorte vergroten. Bovendien is het ongeboren kind extra gevoelig voor een ijzertekort vanwege de snelle groei en ontwikkeling van weefsels en orgaansystemen. De gevolgen van een ijzertekort op lange termijn liggen vooral op het gebied van de neuronale ontwikkeling.
Te lage intra-uteriene vitamine D-spiegels zouden kunnen bijdragen aan het ontstaan van multiple sclerose, type II-diabetes, hart- en vaatziekten en osteoporose op latere leeftijd. Lage prenatale vitamine D-spiegels zouden ook tot zgn. foetale inprenting kunnen leiden en het risico op eerdergenoemde aandoeningen bij het kind op latere leeftijd kunnen vergroten.
Een goede voorziening met niacinamide (vitamine B3), met name in de laatste periode van de zwangerschap, lijkt het risico op atopisch eczeem bij de nakomelingen te kunnen verminderen. Deze allergische huidaandoening komt bij ongeveer 20% van de baby’s voor. In een recente Britse studie zijn de serumwaarden van niacinamide, L-tryptofaan en enkele tryptofaanmetabolieten, zoals kynurenine en antranilzuur (het lichaam kan in beperkte mate vitamine B3 maken uit tryptofaan), gemeten bij 497 zwangere vrouwen in de laatste fase van hun zwangerschap. Tevens werd zes en twaalf maanden na de geboorte de incidentie van atopisch eczeem bij de nakomelingen vastgesteld.
De onderzoekers vonden geen verband tussen de serumspiegels van niacinamide en gerelateerde metabolieten van de moeder en het voorkomen van atopisch eczeem bij zes maanden oude baby’s. Echter, hogere maternale bloedwaarden niacinamide en antranilzuur bleken gerelateerd met een 30% lager risico op atopisch eczeem bij baby’s van twaalf maanden oud.

Prenatale suppletie
In een Deens onderzoek zijn van bijna 36.000 vrouwen gegevens verzameld over het gebruik van een multi gedurende een periode van twaalf weken rond de conceptie. Bij vrouwen die regelmatig (gedurende 4-6 weken rondom de conceptie) een multi hadden gebruikt was het risico op een vroeggeboorte (zwangerschap korter dan 37 weken) 16% lager dan bij vrouwen die geen multi hadden gebruikt. Het gebruik van een multi was tevens geassocieerd met een 17% lager risico op een baby met een te laag geboortegewicht. Overigens werden deze resultaten niet gezien bij vrouwen met overgewicht. De onderzoekers wijzen er wel op dat de resultaten niet automatisch volledig op het conto van een multi mogen worden geschreven. Vaak hangt het gebruik van een multi namelijk samen met andere (gezondere) leefstijlfactoren.
In een ander onderzoek met ruim 2.000 Amerikaanse vrouwen vonden wetenschappers van de University of North Carolina zelfs een 50% lager risico op vroeggeboorte bij gebruik van een multi voor de zwangerschap. Hier werd echter geen gunstig effect gezien van multi-gebruik uitsluitend rond de conceptie of voor de bevalling.
Prenatale multi-suppletie vanaf het eerste of tweede trimester van de zwangerschap gaf wel gunstige resultaten in een Amerikaanse studie met 1.430 vrouwen uit een lage inkomensklasse. Bij de vrouwen die begonnen met suppletie in het eerste of tweede trimester van de zwangerschap was het risico op een vroeggeboorte ongeveer gehalveerd ten opzichte van de vrouwen die niets gebruikten. Na correctie voor confounders was het risico op een extreme vroeggeboorte (minder dan 33 weken zwangerschap) ruim 75% kleiner voor vrouwen die in het eerste trimester waren begonnen en bijna 50% kleiner voor hen die in het tweede trimester met de multi-suppletie waren gestart. Ook het risico op een baby met laag geboortegewicht was aanzienlijk kleiner bij gebruik van een multi: -40%. De grootste risicoreductie werd waargenomen voor baby’s met zeer laag (minder dan 1500 g) geboortegewicht: -85% ten opzichte van vrouwen die geen multi gebruikten.

Bronnen

  • Bos C: Nutritionele ondersteuning voor, tijdens en na de zwangerschap (1): Periconceptionele zorg; Tijdschrift voor Orthomoleculaire Geneeskunde 26(4):46-54, 2011.
  • Bos C: Nutritionele ondersteuning voor, tijdens en na de zwangerschap (2): Nutriënten ten behoeve van het tweede trimester; Tijdschrift voor Orthomoleculaire Geneeskunde 26(5):23-26, 2011.
  • Bennett M: Vitamin B12 deficiency, infertility and recurrent fetal loss; Journal of Reproductive Medicine 46(3):209-212, 2001.
  • El-Heis S et al.: Higher maternal serum concentrations of nicotinamide and related metabolites in late pregnancy are associated with a lower risk of offspring atopic eczema at age 12 months; Clinical and Experimental Allergy, 12 augustus 2016 [Epub ahead of print].
  • Agarwal A, Gupta S, Sharma RK: Role of oxidative stress in female reproduction; Reproductive Biology and Endocrinology 3:28, 2005.
  • Cetin I, Berti C, Calabrese S: Role of micronutrients in the periconceptional period; Human Reproduction Update 16(1):80-95, 2010.
  • Vahratian A et al.: Multivitamin use and the risk of preterm birth; American Journal of Epidemiology 160(9):886-892, 2004.
  • McGrath J: Does ‘imprinting’ with low prenatal vitamin D contribute to the risk of various adult disorders?; Medical Hypotheses 56(3):367-371, 2001.
  • Scholl TO et al.: Use of multivitamin/mineral prenatal supplements: influence on the outcome of pregnancy; American Journal of Epidemiology 146(2):134-141, 1997.
  • Catov JM et al.: Periconceptional multivitamin use and risk of preterm or small-for-gestational-age births in the Danish National Birth Cohort; American Journal of Clinical Nutrition 94(3):906-912, 2011.

< Terug

50-plussers >